Lekker op de racefiets rijden maakt je nog niet groen

Groen doen Elke week gidst NRC je richting een duurzaam leven.

Foto Getty Images

Als racefietser ben je goed bezig. Gezonde beweging, lekker in de buitenlucht en natuurlijk ook groen. Héél groen.

Wie tussen de fietsritjes door het boek From marginal gains to a Circular Revolution van Erik Bronsvoort en Matthijs Gerrits heeft gelezen, weet dat dit groene aspect best tegenvalt. En dat is niet alleen omdat de productie van een moderne racefiets heel wat milieu-impact heeft. Zo is voor elke kilo koolstofvezel, de grondstof voor het modernste frame, ruim 2.100 liter water nodig. De fietser die voor het oude vertrouwde aluminium frame koos, leert uit het boek dat die productie veel stroom kost: meer dan de helft van wat een gemiddeld gezin jaarlijks gebruikt.

Maar dat is niet de belangrijkste boodschap van de twee fanatieke racefietsers die Circular Revolution schreven. Zij schetsen, natuurlijk beginnend met een proloog, een allesbehalve groene cyclus waarin de enthousiaste klant steeds weer voor fietsen met de nieuwste snufjes kiest, en daarop spelen de fabrikanten elk jaar weer in met de nieuwste, iets gewijzigde modellen. Allemaal prima, ware het niet dat de productie veel minder gericht is op een lange levensduur, en dat onderdelen steeds vernieuwd worden waardoor bestaande reserveonderdelen hun waarde verliezen.

Met alle onderdelen die zij in de schuur hadden liggen en van vrienden kregen, begonnen Bronsvoort en Gerrits een winkel in Utrecht waar zij ‘nieuwe’ fietsen produceerden met gebruikte onderdelen. „Maar we kwamen erachter dat we deze revolutie verder konden brengen door een boek te schrijven en een nieuw businessmodel voor de industrie te schetsen”, zegt Bronsvoort.

Marketing

Hoe doorbreek je nu de ratrace van steeds weer nieuwe fietsen, wielershirts en onderdelen verkopen, terwijl de oude nog niet versleten zijn? Dat kan natuurlijk door een beroep te doen op de hippe consument. De marketing van de fietsindustrie leert hem of haar dat die nieuwe wielen echt sneller zijn of de nieuwste fietscomputer weer veel slimmer is. Maar zijn je benen niet de belangrijkste motor?

De boodschap van de auteurs aan de fabrikant is een nieuw businessmodel: bouw een frame dat je later weer terugkoopt van de klant, die op zijn beurt een abonnement neemt op de draaiende onderdelen en service van de fietsenmaker. Wie zijn oude fiets zat is, ruilt zijn frame in, dat naar een andere gebruiker gaat.

Eerste reactie van de industrie op het voorstel? „Hier vraagt de klant niet om”, zegt Bronsvoort. „Om die vraag te creëren hebben we dit boek geschreven.”