Opinie

Laat ze geen 20 miljard weggooien

Wopke-Wiebesfonds Het ‘amateuristische’ investeringsplan van de ministers Hoekstra en Wiebes is niet goed doordacht, vindt econoom . ‘Maatschappelijke baten moeten meetellen.’
Foto Koen van Weel/ANP

Politici die geen idee hebben wat ze moeten doen maar wel daadkrachtig willen lijken, richten een investeringsfonds op. Je komt met veel fanfare en goed klinkende maar holle frases in het nieuws, stelt een gigantisch budget ter beschikking en gaat over tot de orde van de dag. Zo ook het nieuwe Wopke-Wiebes investeringsfonds. De wat vreemde naam ontstond naar aanleiding van een kinderachtige ruzie over wie nou het eerst dit lumineuze idee naar voren bracht. Wie het bedacht weten we niet, maar dat het een uitzonderlijk slecht plan is, weten we wel.

Het begint al met de doelstelling. Zo ongeveer alles dat in de mode is gaat eronder vallen: fysieke infrastructuur, digitale dit of dat, kennis & innovatie, en, o ja, ook nog klimaat. Waar het echt om gaat wordt duidelijk uit de reactie van premier Mark Rutte (VVD): groei aanjagen zodat we na alle schulden uit slechte dagen niet hoeven te bezuinigen in betere dagen. Oftewel, de heren denken zich dankzij de lage rente uit de schuldproblemen te kunnen redden door groei aan te jagen.

Hoekstra (CDA) is de eerste minister van Financiën ooit die met alle remmen los schuld uitgeeft. Dit kabinet denkt er pijnloos uit te kunnen groeien, en en passant ook nog wat maatschappelijke problemen op te lossen. Dat gaat allebei niet lukken, door verkeerde uitgangspunten en de desastreuze vormgeving van dit fonds.

Allereerst, dit plan berust helaas op een misvatting: bij die vergelijking van rente en groei achter het ‘groei-uit-de-schulden’ plan wordt de verkeerde rentevoet gebruikt. De schuld van de overheid is eigenlijk een claim op toekomstige overschotten (voor de fijnproevers: het gaat hier om het primaire surplus, dus zonder rente mee te tellen). Dat is een riskante stroom netto inkomsten, en bij het verdisconteren van riskante stromen hoort een risicopremie. In een lopend project schat ik met coauteurs dat die risicopremie zelfs hoger ligt dan de aandelenpremie en dus zéker hoger is dan het percentage waarmee de economie in een jaar groeit.

Gedoemd te mislukken

De strategie van ‘gratis schuld door aanjagen van de groei’ is dan ook tot mislukken gedoemd. Door nu veel schuld uit te geven zonder je zorgen te maken over de fiscale gevolgen zadel je toekomstige belastingbetalers op met escalerende risico’s.

Lees ook: Groeifonds is nieuwe wijn in oude zakken. Maar hoe erg is dat?

Er is misschien een veel ernstiger probleem met het plan. Hoekstra c.s. hebben een vaag idee dat het fonds niet moet concurreren met private partijen, dus het moet een verliesmakend project zijn. Waar aan voorbij wordt gegaan, is dat publieke investeringen weliswaar meestal inderdaad commercieel verliesgevend zijn – daarom zijn het publieke investeringen – maar dat betekent niet dat omgekeerd elk verliesgevend project daarmee een goed publiek investeringsproject is.

Publieke investeringen kunnen het maatschappelijk belang dienen terwijl ze toch commercieel verliesgevend zijn. Daarvoor is nodig dat maatschappelijke belangen die niet weerspiegeld worden in marktprijzen, wel meegerekend worden. Daar bestaan methoden voor, door zogenaamde schaduwprijzen te gebruiken zou een instantie zoals het Centraal Planbureau (CPB) dat prima kunnen doen.

Goede investering kan verliesgevend zijn

Een voorbeeld is het maatschappelijke belang van een lagere CO2-uitstoot. Er is brede overeenstemming dat het Europese emissieverhandelsysteem vooralsnog te lage CO2-prijzen geeft maar dat kan in de analyse meegenomen worden. Dat zou bijvoorbeeld een commercieel verliesmakend project waarin CO2 wordt afgevangen toch tot een goede investering kunnen maken.

Helaas ontbreekt bij het kabinet zowel enig besef van het belang van een maatschappelijke kosten-baten analyse als het inzicht over hoe dat aangepakt zou moeten worden. De enige verdere toets nadat lobbyende bedrijven aankomen met projecten is dat er een typische polder-adviescommissie komt, vol min of meer grote namen maar zonder relevante deskundigheid – noch inhoudelijk noch wat betreft projectevaluatie. Waarna het kabinet toch weer politiek erin mengt en project voor project gaat beslissen. Dat alles zonder enig strategisch concept, zonder analyse van prioriteiten en zonder nuchtere analyse van waar publieke investeringen eigenlijk nodig zijn.

Drie Betuwelijnen

Het is an sich goed te verdedigen dat er meer publieke investeringen nodig zijn, achterstallig onderhoud genoeg en de klimaatagenda vereist ook majeure investeringen waarbij de overheid zonder enige twijfel een rol heeft te spelen. Maar dit amateuristische plan heeft geen enkele kans van slagen en is schadelijk. Niet alleen omdat er twintig miljard euro weggegooid gaat worden, maar ook omdat een legitieme investeringsagenda die duidelijk niet alleen risico maar ook maatschappelijke baten meetelt in de berekeningen, er zo niet gaat komen. Twintig miljard is ongeveer genoeg voor drie Betuwelijnen, en dat is ook alles wat we ervan kunnen verwachten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.