Kweek je eigen boeket in een snijbloementuintje

Snijbloemen Zelf bloemen kweken voor op tafel is simpel en duurzaam. Maar welke bloemensoorten zet je dan in de tuin?

Foto Anne Wieggers

Een onschuldig bosje bloemen is lastig te vinden. Er wordt veel gif, warmte en mest gebruikt en vaak worden de bloemen geïmporteerd en onder nare arbeidsomstandigheden geteeld. Het is supersimpel, duurzaam en stukken leuker om je eigen bloemen te kweken. Dit kan zelfs in een pot, tussen de moestuinplanten, of los in de tuin.

Met deze twee soorten pluk je van april tot en met augustus bloemen.

Lathyrus odoratus – Siererwt

Voor de meest fantastische geur kweek je Lathyrus odoratus. Deze klimmer geeft kleine, lieflijke bloemetjes waarvan een handjevol in een jampotje op tafel al zorgt voor een kamervullend parfum. Wanneer je ze nu zaait, gebruiken ze de nog warme omstandigheden om te ontkiemen, om je volgend voorjaar een stuk eerder bloemen te geven dan wanneer je dan pas zou zaaien. Ze wortelen diep, dus zoek iets om in te zaaien dat de wortels de ruimte geeft.

Plastic ‘roottrainers’ zijn tweedehands te vinden via Marktplaats, of ga voor wc-rolletjes of potjes die je nog hebt staan. Vul deze tot de rand met aarde. Zaaigrond is wat te arm, dus voeg hier compost aan toe of neem turfvrije potgrond. Leg een zaadje per wc-rolletje, diep potje of roottrainer, en dek deze licht – niet dikker dan het zaadje zelf – af met grond. Druk heel licht aan, geef voorzichtig water (anders spoelt de boel meteen weg) en zet ze op een zonnig plekje buiten.

Foto Anne Wieggers

Als het straks kouder wordt, zet je ze op een beschut plekje in de tuin, zoals tegen de muur aan, of in een onverwarmde (mini)kas. Ze kunnen tegen vorst, maar wordt het nu echt bar en boos (min 15 of zoiets naars), bedek ze dan even of haal ze een nachtje naar binnen. Behalve ervoor te zorgen dat ze niet compleet uitdrogen – wat niet snel gebeurt in de herfst en winter – hoef je niets te doen. In april plant je ze waar je ze hebben wilt en geef je ze direct een flinke plons water.

Lees ook Onkruid? Dat bestaat niet

Zet ze bij iets om tegenop te kunnen klimmen, en houd er rekening mee dat ze manshoog kunnen worden. Help ze in het begin een beetje met klimmen door ze op te binden. Vaak is dit als ze eenmaal lekker groeien niet meer nodig. Vanaf juni kun je er al bloemen van plukken. Knip de bloem tot waar de stengel begint weg, en zet die direct in water. Zolang je blijft plukken en ze het niet te droog krijgen, blijven ze bloemen geven tot ver in de zomer.

Biologische tulpen

Je hebt nog even de tijd om deze bollen te planten – november, of zelfs tot de kerst is een mooi moment – maar bestel ze nu, want biologische bollen zijn schaars in Nederland en voor je het weet zijn de mooiste weg. Dit zijn de makkelijkste bloemen om te kweken, want je hoeft alleen de bollen op driemaal hun eigen grootte diep, in vruchtbare grond te stoppen. Kies hiervoor een zonnig plekje.

Foto Anne Wieggers

Twijfel je over de grond, voeg er dan – dit kan sowieso nooit kwaad – compost aan toe. Vanaf april begint de bloei. Bolgewassen vinden het, in tegenstelling tot de meeste snijbloemen, fijn om in koud water de vaas in te gaan. Wat ook erg mooi staat, is de tulp met bol en al de grond uit te halen, hem af te spoelen en zo in de vaas te zetten.

Grootbloemige tulpen hebben de neiging één jaar heel mooi te bloeien, en de jaren daarna steeds minder. Niet getreurd, aan verspillen doen we niet: biologische tulpenbollen kun je hergebruiken door ze op de composthoop of in de wormentoren te gooien. Zo breng je ze als plantenvoeding weer terug de tuin in. Met behandelde bollen doe je dit liever niet. Dat is zonde van de grond en alles wat er leeft. Ieder jaar kies je weer nieuwe kleuren, dat houdt het leuk. Wil je liever bollen die jaar in jaar uit mooier worden, ga dan voor verwilderingsbollen in de tuin en laat ze daar staan, in plaats van ze in een vaas te zetten.

Geen tuin?

Ook zonder tuin kun je genieten van deze bloemen. Neem daarvoor een grote pot of bak. Minimaal 50 centimeter breed en diep is goed, maar hier geldt: hoe groter, hoe beter. Gegalvaniseerde oude prullenbakken met gaten onderin geboord, zijn ideaal omdat ze zo diep zijn, en die staan ook nog prachtig. Vul deze met potgrond, en plaats allereerst het materiaal om de lathyrus op te laten klimmen, anders is er een kans dat je de tulpenbollen spietst.

Kies voor hoge bamboestokken, een rek, of knutsel zelf iets in elkaar van oud snoeihout, wat eigenlijk het allermooist staat. Hierna plant je de tulpen. Omdat ze in een pot staan en je zoveel mogelijk gebruik wilt maken van die kleine ruimte, mag je ze wat dichter op elkaar planten dan op de verpakking staat. In april voeg je de Lathyrus toe. Aangezien die even op gang moeten komen, zitten ze de tulpen niet in de weg.