Kamer ziet geen heil in marktwerking op spoor

Spoor De Europese Unie streeft naar liberalisering van het spoor, maar Nederland maakt een andere keuze. De Kamer steunt het kabinet.

Een NS-trein op station Utrecht Centraal. Waarschijnlijk exploiteert NS ook na 2024 het landelijke spoornet.
Een NS-trein op station Utrecht Centraal. Waarschijnlijk exploiteert NS ook na 2024 het landelijke spoornet. Foto Olivier Middendorp

Over twee dingen waren alle politieke partijen het eens, in een Kamerdebat woensdag over de toekomst van het spoor. De werknemers van NS verdienen veel lof voor de wijze waarop ze de treinen het afgelopen half jaar hebben laten doorrijden. En staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) is terecht van plan om de exploitatie van het landelijke spoornet (hoofdrailnet) na 2024 opnieuw aan NS te gunnen.

In Heerenveen en Hilversum, op de hoofdkantoren van NS-concurrenten Arriva en Transdev (Connexxion), zal het debat tandenknarsend zijn gevolgd. Met andere vervoersbedrijven, verenigd in de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN), vechten zij de onderhandse gunning van de concessie voor het hoofdrailnet aan NS aan bij de rechter. Volgens deze bedrijven is de gunning in strijd met Europese regelgeving. De Europese Unie streeft naar liberalisering van het spoor, met meer concurrentie.

Als de regionale vervoerders op politieke steun hadden gerekend, kwamen ze bedrogen uit. Dat de linkse partijen SP en GroenLinks – de PvdA was afwezig – weinig heil zien in marktwerking hoeft niet te verbazen. De SP wees op de recent ontdekte aanbestedingsfraude bij vervoerder Keolis in Overijssel en op het gebrek aan belangstelling van marktpartijen om de door corona weinig lucratieve Valleilijn tussen Amersfoort en Ede-Wageningen te exploiteren. Deze partijen willen NS en de werknemers meer zekerheid bieden.

Ook VVD en D66, doorgaans voorstanders van marktwerking, schaarden zich echter achter het voornemen van Van Veldhoven. Een derde coalitiepartij, de ChristenUnie, was duidelijk: „Het gaat hier niet om private belangen, maar om het publieke belang van reizigers en werknemers.” De PVV had graag gezien dat Van Veldhoven eerst de Kamer had gepolst. Er is nog tijd genoeg om de eisen aan NS te bespreken, verzekerde de staatssecretaris. Veel partijen pleitten voor een concessieperiode van tien jaar, net als de huidige concessie.

Lees ook dit interview met NS-topman Roger van Boxtel

Onbeantwoorde vraag

De vraag of Nederland de exclusieve exploitatie van bijna het hele spoornet van Brussel nog een keer aan het nationaal spoorbedrijf kan gunnen, bleef onbeantwoord. De Europese voorwaarden om dat te kunnen doen worden eind 2023 aangescherpt. Op dat moment verwacht Van Veldhoven ook het definitieve besluit over de gunning. Zij voorziet geen problemen, de Kamerleden vroegen er niet over door.

Meer concurrentie blijft waarschijnlijk beperkt tot internationale verbindingen. Vanaf 2025 geldt ‘open toegang’ op het spoornet, wat volgens Van Veldhoven tot verbeteringen kan leiden, bijvoorbeeld op de lijnen naar Berlijn, Parijs en Londen. GroenLinks ziet kans om te snijden in de zestig vluchten per dag van Schiphol naar Londen als de Eurostar naar Londen niet vier maar acht keer per dag gaat rijden. Het CDA hecht meer aan goede grensoverschrijdende verbindingen, zoals het traject Heerlen-Aken.

Van Veldhoven laat een marktverkenning uitvoeren om te zien hoeveel partijen op het Nederlandse spoor willen gaan rijden. De Kamerleden toonden zich sceptisch over buitenlandse ‘opentoegangvervoerders’: ze willen alleen lucratieve lijnen, ze kunnen er plotseling mee stoppen. Voor de Tweede Kamer is het helder, bleek bij het debat: NS biedt de beste garantie op betrouwbaar vervoer, ook op lange termijn.