Foto Andreas Terlaak

Interview

‘In Korea zou ik nu het leven leiden dat mijn familie voor mij in gedachten had’

Sun-Mi Hong Het duurde lang voordat de Koreaanse drumster Sun-Mi Hong zich thuis voelde in Nederland. „Mijn land verlaten is de doorn die mijn hele leven in mijn voet blijft zitten.”

Dat ze drumt zonder ego, noemt Sun-Mi Hong (30) een compliment. Maar wat graag dráágt ze haar kwintet. Voor haar geen lange solo-exercities vol acrobatiek. De Zuid-Koreaanse, in Amsterdam woonachtige jazzdrumster is meer een subtiel kleurenmengster. Een impressioniste die met haar ogen gesloten afgaat op haar gevoel, die haar roffels kan laten ‘zingen’ en het zoekt in ritmes die je niet verwacht.

In haar spel voel je noodzaak, zegt saxofonist Benjamin Herman, met wie ze voor corona regelmatig jamde in de Amsterdamse sociëteit De Kring. Sun-Mi Hongs drive valt op in de Nederlandse scene. Ze ontworstelde zich aan een behoudend religieus milieu om hier muziek te kunnen spelen. Ze won de Dutch Jazz Competition in 2018, speelde vorig jaar op eigen naam op het North Sea Jazz en ze toerde als Young Vip talent langs diverse podia.

Niets voor een meisje

Tot haar opluchting heeft Hong vandaag weer eens een concert, in duovorm in Leiden. De voor haar nieuwe album bedachte releasetournee werd dit voorjaar door de coronacrisis uitgesteld. „De eerste twee maanden voelde ik me heel down”, vertelt de goedlachse Hong bij de lunch in een restaurant. „Ik bleef in bed en kookte maar veel.” Met haar vriend, trompettist Alistair Payne, wist ze de lamlendigheid toch met muziek te doorbreken: ze maakten duo-opnames voor een later album.

Muziek speelde nagenoeg geen rol in haar ouderlijk huis in de Koreaanse havenstad Incheon. Haar moeder is kapster, haar vader rijdt op de vrachtwagen in de haven. Hong heeft nog een jongere broer en zus. Al op haar twaalfde groeide het verlangen om drums te spelen, weet ze nog. „Ik zag een drumstel in onze kerk, bij onze christelijke diensten speelde een gospelband, en ik was meteen verliefd. Die krachtige sound, ik wilde het leren. Maar daar konden mijn zeer gelovige ouders zich niets bij voorstellen. Zo’n mannelijk instrument! Niets voor een meisje. Ze waren er duidelijk over.”

Hong mocht piano leren spelen. Maar het bleef haar steken. Waarom kon ze als meisje niet drummen? „Op mijn zeventiende kreeg ik – oké na erg veel doordrammen – uiteindelijk toch toestemming”, vervolgt ze. „En, het moet gezegd, mijn ouders raakten er toch wel onder de indruk van hoe serieus ik was. Ik drumde uren achter elkaar; acht, tien uur op een dag in een oefenruimte.”

Muziekdocenten wisten niet goed wat ze met haar aanmoesten. Vrouwelijke drummers, je zag ze nog nauwelijks in Korea, volgens de muzikante. Haar frêle lichaamsbouw werd als probleem gezien. Eigenlijk, concludeert Hong, is ze dus als mannelijke drummer getraind. Ze knijpt even in haar bovenarm. „Ik moest spieren kweken in de sportschool en in gewicht aankomen om met dezelfde power als een man te kunnen spelen. Wie zijn ogen sloot en mij hoorde spelen, hoorde na al mijn lessen een kerel met flinke slagkracht. Ja, echt, wist ik veel. Hard spelen in pop- en gospelmuziek, dát werd mijn doel.”

Maar de recht-toe-recht-aan beats gingen haar vervelen. Toen Sun-Mi Hong jazz leerde kennen, „veranderde alles voor mij als drummer”. Ze bestudeerde alles op YouTube van jazzdrummers als Roy Haynes en Brian Blade, maar de gedachte dat ze het in zes maanden ‘even’ kon leren, bleek een schromelijke onderschatting. Voor jazz moest ze verhuizen.

„Er waren in Korea geen opleidingen voor jazz. Wie er wat van wist, noemde New York of Amsterdam. Dat waren plekken voor jazz. Toen ik Nederlandse drummers als Han Bennink ging opzoeken, was ik direct onder de indruk. Door te spelen in grote commerciële popshows kon ik sparen voor een ticket. ”

Door haar Koreaanse scholing, legt ze uit, was haar drummen enkel een technische aangelegenheid. „Dat je er werkelijk muziek mee kunt maken, vrij kunt schilderen als het ware, leerde ik pas hier in Europa, toen ik met muzikanten sprak, albums beluisterde en concerten hoorde. Jazz is vrij. Elke seconde neem je nieuwe beslissingen. Je moet durf hebben en een beetje gek zijn misschien.” Lachend: „Dat is voor Koreanen ondenkbaar.”

Slecht voorbereid

Met een beurs voor een master kwam Hong op haar twintigste naar Nederland. Tien jaar later refereert haar tweede album A Self-Strewn Portrait aan het onbehaaglijke gevoel dat ze hier in de eerste jaren had. „Ik moet bekennen dat ik in eerste instantie weinig gaf om dit land”, zegt ze. „Ik was slecht voorbereid, ik kon nauwelijks iets zeggen want ik sprak geen Engels, laat staan Nederlands. Het ging me puur om de jazz op het Amsterdams Conservatorium. Met de praktijk, het drummen, kwam ik ver door alles gewoon na te spelen. Van de theorie in de lessen begreep ik verder weinig. Ik nam ze op en vertaalde ze thuis, met hulp van mijn toenmalige Koreaanse vriend en een woordenboek.”

Voor haar ouders hield ze de schijn op dat het goed ging. „Ze zouden willen dat ik was teruggekomen. Dat was geen optie, maar ik voelde me soms zo zwak nadat ik met ze had gebeld. Ik miste hen, maar ook het eten, de small talk. Alles was hier zó anders. Van de informele, directe begroetingen hier die haaks staan op het ingetogen Koreaanse buigen, tot het praten tijdens het eten. In Korea eten we gewoon.”

Om me aan te passen ben ik sociaal gedrag van anderen gaan kopiëren

Maar ze zette door. „Om me aan te passen ben ik sociaal gedrag van anderen gaan kopiëren. Ik kreeg door hoe ik mijn personality kon veranderen, hoe ik me meer kon openen. Dat lukte me. Later heb ik me verbaasd over Koreaanse medestudenten die meteen na hun studie terugvlogen naar huis.”

Ten slotte is ze zich thuis gaan voelen. „Dat ik jazz speel, wordt hier gewaardeerd. Dat had ik in Korea nooit bereikt. En men is steeds benieuwd naar mijn achtergrond.”

Haar muziek vond vaste grond met de hulp van docenten als drummers Martijn Vink en Marcel Serierse. Vink leerde haar met haar drumkit te ‘praten’. „‘Waarom speel je dit? En waarom dit nu?’, vroeg hij me steeds”, zegt ze grinnikend. En ze leerde: „Je kunt een drumster met potentie zijn, maar je moet steeds weer spelen of je leven ervan afhangt.”

Foto Andreas Terlaak

Imperfectie omarmd

Haar persoonlijk verhaal heeft ze nauw weten te verbinden met haar muziek. A Self-Strewn Portrait toont kwetsbaarheid en ook, in ‘Self Portrait’, een uitwaaierende ballade vol tumult, imperfectie die ze inmiddels heeft omarmd. ‘Kasi a Thorn’ (De doorn van een roos) is haar coming-of-ageverhaal: „Mijn land verlaten om te kunnen doen wat ik echt zou willen doen is de doorn die mijn hele leven in mijn voet blijft zitten.”

Haar moderne, creatieve jazz heeft, op Koreaanse percussie en traditionele, wat klaaglijke pansori-zang in ‘Kasi a Thorn’ na, weinig verwijzingen naar haar moederland. „Ik houd van Europese, door klassieke muziek beïnvloede jazz. En ik houd ook van Amerikaanse jazz. Veel musici laten hun thuisland horen. Prima. Maar ik voel geen noodzaak Koreaanse muziek te maken. Ik wil dat niet forceren. Enkel als de muziek erom vraagt.”

In Korea zou ze nu het leven leiden „dat mijn familie voor mij in gedachten had”, weet ze. „Getrouwd en vast een gezin. Maar ik wil weten wat ik als muzikant kan bereiken. Ik wil mooie stukken voor mijn kwintet componeren. De musici zijn magisch.”

Dat haar familie haar vorig jaar met haar band voor het eerst hoorde spelen in Korea, maakte haar bloednerveus. „De twee werelden die samen kwamen, emotioneerde me. Mijn jazz kan tamelijk abstract zijn. Maar ze vonden het mooi. Nu kan ik ook meer met ze delen over mijn leven.”

Concerten: 12/9 Bimhuis, Amsterdam. 2/10 LantarenVenster, Rotterdam. Inl: sunmihong.com