Recensie

Recensie Auto

De nieuwe Kia is een oersolide Aziatisch lustpaleis

Autotest Hoe werd Kia van een Koreaanse Aldi zo snel Albert Heijn? weet het: vlijt, bescheidenheid en inzicht.
Foto Merlijn Doomernik

Zet een 25 jaar oude Mercedes naast een nieuwe, en je ziet los van alle zichtbare verschillen wat hetzelfde is gebleven. Daar staan trotse, solide auto’s waarop nooit bespaard hoefde te worden. Zet vervolgens een vroege Kia Pride naast de nieuwe XCeed, en je ziet de verbluffende ontwikkeling die de Koreaanse fabrikant in een kwart eeuw heeft doorlopen. De Pride is een verdrietig autootje. Voor die tijd pittig maar onthutsend matig rijdend, kale surrogaatmobiliteit voor mensen die geen geld en dus geen rechten hadden. Over de duurzaamheid dit; op het moment dat ik dit schrijf, zijn in Nederland nog 300 Prides in de vaart. De rest ligt op het kerkhof, hier of in Polen.

Dan de plug-in hybride XCeed PHEV; een oersolide Aziatisch lustpaleis. Er mankeert en ontbreekt niets aan. Het specificatieoverzicht van het topmodel Executive is langer dan de lijst van schepen in Homerus’ Ilias. Van een elektrisch schuif-kanteldak tot elektrische kofferklep en elektrisch verstelbare stoelen met stoelventilatie, alles zit erop voor iets over de 40.000 euro. Tot eind september geeft Kia bovendien een plug-inbonus van 4.000 euro op elke XCeed met een stekker, waardoor het basismodel tijdelijk onder de 32 mille duikt. Dat is Corendon-geld voor het InterContinental.

Kinderlijk blij

Hoe werd de Koreaanse Aldi zo snel Albert Heijn? Met vlijt, bescheidenheid en inzicht. De Duitse topontwerper Peter Schreyer creëerde een slim aan Jan en alleman ontleende fusion-huisstijl die modale Kia-suv’s laat bekkentrekken met de dreigingsfactor van een Porsche Macan. Kia kocht vertrouwen met een garantietermijn van 7 jaar en een dienstbaarheid waar Duitse fabrikanten iets van kunnen leren. Aan kleine details merk je dat de consument altijd centraal staat. Kinderlijk blij stemt zijn onverstoorbare hulpvaardigheid. De best bereikbare draadloze telefoonoplader op de snuisterijenmarkt geeft met een oranje lichtje aan dat je smartphone oplaadt en gaat op groen zodra het laadproces is voltooid. Standaard op de XCeed Executive, en niet op de twee keer zo dure Mercedes-suv die ik eerder testte.

Het digitale dashboard is perfect afleesbaar en het met functies afgeladen multimediasysteem een glasheldere gids voor digitaal minderbegaafden. Daarom zie ik naar de Koreaanse mensenvrienden even vurig uit als ik opzie tegen de bespreking, die onherroepelijk een saai verhaal wordt; dik in orde. De vergelijking met Mercedes-Benz levert anno nu dan ook iets andere uitkomsten op. De XCeed had een Duitse premium-cross-over kunnen zijn, maar dan veel goedkoper, terwijl het op alle wezenlijke punten inmiddels 1-1 is; afwerkingsniveau, comfort en stilte. Stil is hij ook omdat de benzinemotor bij huis-tuin-en-keukenverkeer in de buurt, enige laaddiscipline voorbehouden, nauwelijks in actie hoeft te komen. De batterij heeft een verrassend lange adem. De fabrikant belooft een actieradius van 48 elektrische kilometers en uiteraard gaat de XCeed daaroverheen. Na drie keer laden geeft de boordcomputer drie keer vijftig kilometer aan, die hij in regioverkeer zonder veel snelweg op zijn sloffen haalt.

Plug-in, na het wegvallen van staatssubsidies bijna dood, maakt in de schaduw van elektrisch momenteel een krachtige revival door. Veel fabrikanten maken van de gelegenheid gebruik om hun semi-elektrische tweemotorigen de spierballen te laten rollen. Plug-ins met drie- tot vierhonderd pk zijn doodgewoon. Kia kiest voor matigheid. Het koppelt een pretentieloze viercilinder met 105 pk aan een elektromotor met 80, en neemt genoegen met een voor deze tijden ongewoon bescheiden topsnelheid van 160. Hij is er niet voor de massasprints maar voor de zuinigheid. En die is ongekend, zolang je je aan de Nederlandse snelheidsregels houdt. Op een traject van 180 kilometer reed ik 1 op 28,3. Al spelen de verlaagde maximumsnelheden in dit land de auto stevig in de kaart, dit doet geen diesel hem na.

Gelukkig is er, voor ik in slaap val van tevredenheid, toch wat aan te merken. De zitruimte is matig. Achterin zit ik domweg beroerd met mijn kop tegen het dak en mijn knieën aanschurend tegen de harde plastic schalen van de voorstoelen. Ach, zou je zeggen, de Ceed-familie biedt voor elk wat wils. Dan neem je toch gewoon een normale Ceed-hatchback met vijf deuren, of een Ceed-station met dezelfde aandrijflijn? Alles goed en wel, ik ben van mening dat een suv van dit formaat geen bankschroef hoort te zijn voor boze witte mannen. Maar dat is dan ook het enige waarover ik de rekenmeesters uit Seoel kan laten struikelen.