‘De kinderen van Nora’ gaat over de ziekte die familie heet

Theater Met ‘De kinderen van Nora’ schreef de Britse regisseur Robert Icke een vervolg op Ibsens geruchtmakende ‘Het poppenhuis’ uit 1879. Drie acteurs praten over hun rollen.

Acteurs Joep Paddenburg, Claire Bender, Minne Koole van ITA. Foto Lars van den Brink
Acteurs Joep Paddenburg, Claire Bender, Minne Koole van ITA.

Foto Lars van den Brink

Toen Een poppenhuis van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen in 1879 in Kopenhagen in première ging, leverde dit een golf aan schandalen op. Critici bestempelden het stuk als onnatuurlijk, vreemd, gevaarlijk zelfs. Actrices weigerden het personage Nora te spelen. In Duitsland mocht het stuk pas worden opgevoerd als Ibsen het einde zou herschrijven – wat hij uiteindelijk, zeer tegen zijn eigen zin, deed.

Waar ging het om? Aan het einde van het laatste bedrijf verlaat Nora haar man en kinderen. Niet alleen doorbrak Ibsen hiermee het taboe op echtscheidingen, het was bovendien de vrouw – en niet de man – die besluit weg te gaan en een eigen leven te leiden.

Een poppenhuis gaat over het aan de buitenkant gelukkige huwelijk van Nora en Torvald, waarin zij voortdurend om zijn geld bedelt om dat vervolgens onmiddellijk te verspillen, en hij de verstandige, beheerste man is met goede maatschappelijke perspectieven. Maar als aan het licht komt dat Nora jaren geleden zonder medeweten van haar man een frauduleuze handeling heeft gepleegd die Torvalds positie in gevaar kan brengen, laat hij haar vallen. De zaak lost zich diezelfde avond nog min of meer vanzelf op, waarna voor hem de kous af is. Maar Nora heeft inmiddels doorzien hoe de onderlinge verhoudingen tussen hen zijn. Ze moet erachter komen wie ze is zonder een man die haar voortdurend kneedt en vormt naar zijn wensen. Ze vertrekt, met slaande deuren verlaat ze haar gezin. Als allerlaatste hoort het publiek de deur in het slot vallen, schrijft Ibsen.

Lees ook deze recensie (2014): Halina Reijn speelt als Nora één van haar beste rollen

Tijdsprong naar 2020. In de voorstelling Kinderen van Nora gaat de Britse regisseur Robert Icke verder waar Ibsen ophield. Zijn vervolg begint met de iconische eindscène met de dichtslaande deur en laat zien hoe het de personages sindsdien is vergaan. Welke wonden heeft Nora’s rigoureuze vertrek geslagen in de levens van haar man en kinderen en hoe heeft het haar eigen identiteit gevormd? En hoe is het inmiddels, ruim een eeuw later, gesteld met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen?

Geslaagd leven

De voorstelling ging woensdagavond in première in Internationaal Theater Amsterdam. Nora wordt gespeeld door de jonge actrice Claire Bender (1993). Ze is voor deze productie aangetrokken als gastacteur bij het ITA-ensemble. Hetzelfde geldt voor Minne Koole (1993) en Joep Paddenburg (1995), die in het stuk de partners van Nora’s inmiddels volwassenen kinderen spelen.

Kinderen van Nora toont hoe gebeurtenissen uit het verleden invloed hebben op latere gedragspatronen. Een herkenbaar mechanisme, vinden de drie acteurs als ze zich een week voor de première opmaken voor de eerste try-out met publiek. Zonder met grote trauma’s geconfronteerd te zijn, hebben ze wel degelijk alle drie in hun leven ervaren hoe keuzes en gedrag van eerdere generaties doorwerken op hoe zij zelf nu in de wereld staan.

Minne Koole: „Ik wil bijvoorbeeld heel graag kinderen, dat roep ik al jaren. Net als mijn vader, die ook vaak expliciet vertelt hoe graag hij altijd kinderen heeft gewild.” Op een gegeven moment kwam Koole erachter dat zijn opa dat ook altijd deed. „Maar mijn opa is homoseksueel, en een gezin met kinderen was een middel om dat geheim te houden. Dus hij voelde dat hij die kinderwens voortdurend moest uitdragen.”

Ik vind het gevaarlijk als kunst uitsluitend gaat over de maatschappelijke relevantie

Minne Koole acteur

Dit zette Koole aan het denken. „Is er een verband? Wil ik nu zo graag kinderen omdat mijn opa destijds niet uit kon komen voor zijn homoseksualiteit? Toen dacht ik: shit, dat verlangen moet ik nog wel eventjes goed onderzoeken.”

In het stuk noemt Nora familie „een ziekte in het bloed die nooit zal genezen” en waarvan elk gezinslid de kiemen met zich meedraagt. Maar niet alleen als je ouders het verpesten, ondervind je daar als kind de gevolgen van. Het werkt twee kanten op volgens Joep Paddenburg: „Mijn ouders hebben een heel goed huwelijk en ze zijn nog steeds bij elkaar. Mooi natuurlijk, maar daardoor heb ik heel lang gedacht dat mijn toekomst er ook zo uit moest zien. Dat een goed huwelijk en kinderen in het vooruitzicht moeten liggen.”

Dit beeld van een geslaagd leven is net zo goed een ziektekiem, vult Claire Bender aan. „Mijn ouders zijn ook al sinds hun twintigste gelukkig getrouwd. Als kind denk je altijd dat je het beter gaat doen dan je ouders. Maar de laatste tijd denk ik: mijn ouders zijn wel verdomd goed in het leven. Ik weet niet of mij dat gaat lukken.”

Ongelijkheid

Het personage Nora realiseert zich dat ze op moet komen voor haar eigen autonomie en doet daar geen concessies meer aan. Ze wil meer zijn dan het ‘poppetje’ van haar echtgenoot en de moeder van haar kinderen. Ze groeit uit tot een boegbeeld van feminisme. In Ibsens tijd controversieel, maar hoe is het inmiddels gesteld met het feminisme in Nederland?

Er valt nog veel te winnen als het gaat om gendergelijkheid, vindt Bender. „Ik denk dat het een goede ontwikkeling is dat we het er, zeker sinds #metoo, in het publieke debat zo veel over hebben. Toen ik op de middelbare school leerde over de Dolle Mina’s, dachten mijn vriendinnen en ik dat zoiets tegenwoordig niet meer nodig is. Ik was er destijds echt van overtuigd dat er in Nederland geen ongelijkheid meer was tussen mannen en vrouwen. Maar daardoor heb ik soms ook mijn grenzen laten oprekken. Het seksisme dat er ondertussen wel degelijk was, was zo genormaliseerd dat ik het niet als zodanig herkende. #Metoo heeft me zeker geholpen met het aanvoelen waar bij mij de grenzen liggen.”

Volgens Koole valt ook in het theater nog veel te winnen als het om emancipatie gaat. „Voor veel actrices is er een gat als ze eenmaal dertig zijn.” Hij doelt daarmee op het feit dat vrouwelijke personages in relatief veel toneelstukken ofwel jonge meisjes, ofwel oudere, wijze moeders zijn. Vrouwenrollen zijn bovendien vaak minder gelaagd dan mannenrollen, vult Bender aan. „Het type rol voor jonge actrices bestaat nog te vaak uit het naïeve meisje dat alles maar overkomt, iemand die niks van het leven weet en zelf geen keuzes maakt. Als actrice heb ik dan het idee dat ik niet alles van mezelf kan laten zien, dat ik gas moet terugnemen om die rollen te spelen.”

Joep Paddenburg
Foto Lars van den Brink
Claire Bender
Foto Lars van den Brink
Minne Koole
Foto Lars van den Brink
Joep Paddenburg, Claire Bender, Minne Koole van ITA.
Foto Lars vavn den Brink

Bubbel

Kinderen van Nora gaat over de erfenis die de generatie boven je heeft nagelaten. Is dat gebrek aan meerlagige vrouwenrollen dan een van die ‘ziektes’ waar zij zich, als de aanstormende toneelgeneratie, nu aan moeten ontworstelen? Bender: „Ik denk het wel. Maar het is niemand kwalijk te nemen. Het kost tijd om dit soort dingen te veranderen en iedereen zit in een bepaalde bubbel.” Elke generatie voert zijn eigen strijd, vindt Paddenburg. In de jaren zestig verzetten toneelspelers zich met Aktie Tomaat tegen het elitaire karakter van kunst. „Wij vechten nu tegen racisme en vrouwenonrecht.”

Dat zijn belangrijke zaken, maar tegelijkertijd dreigt het gevaar dat toneel alleen nog maar over politieke of maatschappelijke kwesties gaat, meent Koole. „Ik vind het gevaarlijk als kunst uitsluitend gaat over de maatschappelijke betekenis ervan en niet meer over esthetiek. Zeker, het is belangrijk om na te denken over waarom we maken wat we maken en hoe we dat doen, maar als het alleen nog maar over relevantie gaat, is dat uiteindelijk de dood van de kunst.”

Kinderen van Nora van Internationaal Theater Amsterdam. Regie: Robert Icke. Te zien t/m 26/9 in ITA. Inl: ita.nl