Johnson wekt woede met het schenden van Brexit-deal

EU-VK Met een omstreden wetsvoorstel schendt de Britse regering afspraken die vorig jaar zijn gemaakt om een Brexit-deal te forceren. En dat terwijl premier Johnson zegt over een maand een handelsakkoord met de EU te willen hebben.

Boris Johnson en EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder dit jaar in Londen.
Boris Johnson en EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder dit jaar in Londen. Simon Dawson

De Brexit-ruzie flakkert weer hevig op. Europese bewindslieden zijn boos op de Britse premier Boris Johnson, en ook zijn topambtenaren protesteren. De Franse minister Jean-Yves Le Drian (Buitenlandse Zaken) noemde de Britten „koppig en onrealistisch”. Jonathan Jones, de hoogste overheidsjurist, nam overhaast ontslag. En Labourleider Keir Starmer haalde venijnig uit. „Dit is fout”, zei hij over de gang van zaken.

Wat gaat er schuil achter deze uitingen van woede?

Om dat te begrijpen moeten we terugspoelen naar vorig najaar. Toen ging Johnson akkoord met een deal om de grens op het Ierse eiland ongemoeid te laten. Dat was een doorbraak in de Brexit-onderhandelingen, die een einde maakte aan de impasse in het Lagerhuis die Theresa May haar premierschap kostte. Maar toen was al duidelijk dat er een adder onder het gras zat.

Johnson erkende dat Noord-Ierland zich aan belangrijke EU-regels zou houden — nodig om de grens onzichtbaar te houden. Tegelijkertijd beloofde Johnson dat Noord-Ierland een onlosmakelijk onderdeel zou blijven van het VK en dat bedrijven daarom zonder hinder of formaliteiten met de rest van het land konden handelen. Die twee beloften waren toen al niet verenigbaar, maar alle partijen snakten naar een tijdelijk compromis.

Nu komt dat inherente conflict tot wasdom door een wetsvoorstel over de Britse interne markt dat de regering-Johnson woensdag indiende. De premier schendt daarin de afspraken die hij nog geen jaar geleden maakte met de EU over de grens tussen Ierland en Noord-Ierland.

Wetsvoorstel

Het doel van de beoogde wet is om na afloop van de transitiefase op 31 december de handel in goederen te regelen in de Britse interne markt. Zodra die handel eenmaal een Britse aangelegenheid is, komt zeggenschap over nieuwe regels voor een aanzienlijk deel niet toe aan de Britse regering in Londen, maar aan de regeringen van de landen binnen het koninkrijk in Cardiff, Belfast en Edinburgh.

Daarom is een nieuwe wet nodig die ervoor zorgt dat er geen onnodige handelsbarrières ontstaan tussen Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland, betoogt de regering. Die handel tussen de zogenoemde ‘home nations’ is jaarlijks meer dan 90 miljard pond waard. Onder het wetsvoorstel wordt een toezichthouder opgericht. Die stap zal volgens de regering „onzekerheid voorkomen voor het bedrijfsleven door een open, eerlijke en competitieve Britse markt te scheppen”.

Met het wetsvoorstel laat Johnson zien baas in eigen huis te zijn en haalt hij een wit voetje bij de Welsh en Schotten, die pro-nationalistisch zijn, door te benadrukken dat de deelregeringen straks machtiger zijn. In 2021 wordt in Schotland een nieuw parlement gekozen. De Conservatieven moeten er alles aan doen de Schotse nationalisten van een absolute meerderheid af te houden, om een tweede onafhankelijkheidsreferendum daar te voorkomen.

Problematisch

Maar dan wordt het problematisch. Als onderdeel van de Britse interne markt, wil Johnson dat bedrijven die van Noord-Ierland naar andere delen van het VK exporteren geen papierwerk hoeven invullen. En Johnson wil de reikwijdte van afspraken over het verstrekken van staatssteun inperken, zodat de Britse regering meer ruimte heeft op eigen houtje te handelen. Dit druist ook in tegen de deal van vorig najaar.

Zelfs Theresa May uitte haar ongenoegen. De regering komt terug op een akkoord dat de premier is aangegaan, dat steun kreeg van het kabinet en dat door het parlement met afgetekende meerderheid is aangenomen, somde de oud-premier op. „Hoe kan de regering toekomstige partners van het VK geruststellen dat wij te vertrouwen zijn?”, vroeg ze in het Lagerhuis.

Brandon Lewis, de minister voor Noord-Ierse aangelegenheden, erkende dat de nieuwste plannen van Boris Johnson een schending zijn van internationaal recht. „Maar wel slechts op een specifieke en beperkte wijze”, voegde Lewis toe.

Ongeoorloofde middelen

Een verdrag schenden gaat bij Johnson op het lijstje ongeoorloofde middelen die hij tóch nodig acht om de Brexit definitief te regelen en aan de macht te blijven. Eerder zette hij een twintigtal prominente Tories uit zijn fractie en schorste hij het parlement ongekend lang, totdat het Hooggerechtshof intervenieerde.

Enerzijds zoekt Johnson op de Ierse grens ruzie met de EU, anderzijds verkondigt de premier uiterlijk over een maand een deal over een handelsakkoord te willen. De premier zorgt zo voor grotere druk en maximale opschudding.

Zo tracht hij de belangrijkste EU-leiders (Merkel en Macron) terug naar de oude Brexit-tafel te slepen en zinspeelt hij werkelijk bereid te zijn met ruzie en zonder deal de transitiefase af te laten lopen. Johnson grijpt terug op zijn geliefde chaostheorie in de hoop dat hij ergens in de herfst als politieke macher trots een nieuw handelsakkoord kan vieren.