Bas Westland: „Of er schaamte was? In het begin zeker. Ik dacht dat iedereen boos op me was.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Bas Westland ging failliet: ‘Ik dacht dat iedereen boos op me was’

Serie | Failliet. En dan? De dotcom-crash kwam Bas Westland met zijn werving- en selectiebureau voor ict-personeel nog net te boven, maar door de kredietcrisis ging het bedrijf alsnog kopje onder. Natuurlijk was er schaamte, maar hij besloot zijn fouten te delen. Nu is hij een veelgevraagd spreker.

Westland (56 jaar) noemt zichzelf een ware laatbloeier. Het zijn de terugkerende ruzies met zijn managers die de dan 36-jarige medewerker personeelszaken rond de eeuwwisseling doen besluiten om voor zichzelf te beginnen. „Ik heb een lichtelijk autoriteitsprobleem. Vrienden zeiden: als je het allemaal zo goed weet, moet je misschien maar eens voor jezelf beginnen.”

Eenmaal begonnen met zijn recruitmentbureau voor ict’ers, blijkt de timing niet ideaal. Na een jaar barst de internetzeepbel en raken veel ict’ers hun baan kwijt. Met durfkapitaal van investeerder Net Ventures kan hij de klap opvangen. „Het was een tijd waarin werd gezegd dat je moest investeren en geld uitgeven. Maar als zoon van een middenstander dacht ik: met dat geld op de bank vul ik de gaten en ga ik rustig weer opbouwen.”

Rond 2004 trekt de markt weer aan. Toch zien zijn investeerders het niet zitten om meer geld te steken in de bv, waarvan Westland op dat moment 10 procent in eigen handen heeft. Hij houdt geloof en verwerft middels een aandelentransactie 51 procent van het bedrijf. Daarvoor verhoogt hij de hypotheek op zijn huis met 36.000 euro. „Ik voelde dat ik moest doorpakken en nu zelf moest investeren. Dat is het voordeel als je in de recruitment zit, een uitzendbureau weet het als eerste als de markt aantrekt. Maar ook als eerste als de boel in elkaar stort”, blikt hij terug.

Er volgen een aantal goede jaren, waarin het bedrijf in een florerende markt doorgroeit naar negen man en een omzet van 600.000 euro. „Als je in 2007 in onze branche zat en je had een slecht jaar, dan moest je toch echt bij jezelf te rade gaan.”

Tekenen van terugval

Maar langzaamaan komen de eerste tekenen van terugval, eerst uit Amerika en daarna dichterbij. „Je voelt het aankomen, je bent niet van het ene op het andere moment failliet. Je merkt dat klanten betalingsvoorwaarden aanpassen. Of bij een vacature-opdracht alleen nog willen betalen als diegene die je aandraagt echt in dienst komt.”

En dan droogt het op. Westland krijgt in 2009 te maken met een vraaguitval van 80 procent. Er zijn maanden met 0 euro omzet en hij stevent af op een faillissement. Dat wordt uitgesproken in april 2009. „Het moment ernaartoe is erger dan het afhandelen ervan. Je bent een konijn dat staart in de koplampen. Ik had tunnelvisie en kon alleen maar denken: klanten binnenhalen en omzet generen, klanten binnenhalen en omzet generen.”

Een stap terug om zijn situatie te overzien, neemt hij pas veel later. Terugkijkend wijst hij naar de crisis als oorzaak, maar Westland steekt ook de hand in eigen boezem. Zijn kosten in de periode voor het bankroet waren niet buitensporig hoog, maar wel te veel ‘vast’, zegt hij nu. „Dat was de kern van mijn faillissement en het is iets wat ik mezelf wel verwijt. Als je in een markt zit die 60 tot 80 procent kan inzakken, dan moet je de kosten ook zo organiseren: dus 80 procent flexibel en 20 vast. Dat heb ik bij mijn doorstart veranderd en daarom ga ik nu makkelijker de coronacrisis in.”

Een andere aanpassing van het bedrijfsmodel was de afspraak die hij vooraf maakte met nieuwe klanten. Geen no-cure-no-pay-opdrachten meer aangaan en niet langer factureren op basis van percentages van jaarsalarissen, op dat moment een gangbaar model in de recruitmentmarkt. „Ik heb mijn beste klanten gebeld en gezegd: ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Ik word substantieel goedkoper, maar jullie gaan me altijd betalen. Ook als ik een vacature niet invul.”

Negatieve beeldvorming

Via een collega-ondernemer krijgt hij dan de vraag om eens voor een groep freelancers te spreken. Het praatje moet gaan over hoe je klussen scoort via sociale media. Maar, aangezien ze in een persoonlijk gesprek al eens uitvoerig gesproken hadden over zijn faillissement en doorstart, volgt het verzoek om toch ook dat onderwerp niet uit de weg te gaan. „Toen was het stil, heel stil. Het is de angst van iedere ondernemer. Maar ik vond het waardevol omdat je er zó veel van kan leren. De beeldvorming in de maatschappij is dat het aan de ondernemer zelf te wijten is. Hij of zij is een frauduleus type. En dat negatieve beeld leeft nog steeds. Terwijl het gros goede bedoelingen heeft.”

Nu geeft hij geregeld lezingen en trainingen, deels om dat beeld recht te zetten. „Ik ben er bizar open over geweest, eigenlijk heel grappig. Want we lopen er in Nederland niet mee te koop.” Toch moest ook hijzelf een drempel over om openlijk over zijn falen te praten. „Of er schaamte was? In het begin zeker. Ik dacht dat iedereen boos op me was, mijn klanten, mijn leveranciers. Maar ik kwam erachter dat de mate waarin mensen boos op me waren niet te maken had met de hoeveelheid schuld die uitstond.” Wel was er een conflict met de verhuurder van zijn bedrijfspand. „Terwijl die nota bene bankgaranties had. Die was het best gedekt, maar heeft het hardste gescholden.”

Ik ben nog meer gaan inzetten op het goed houden en duurzaam houden van relaties

Maar er was ook begrip. Een leverancier die hij een schuld van enkele duizenden euro’s moest terugbetalen, zei: „ga jij eerst je bedrijf maar weer opstarten. Weet je hoeveel klanten jij mij hebt bezorgd?” Dat gesprek noemt Westland bepalend voor de manier waarop hij nu zaken doet. „Ik ben nog meer gaan inzetten op het goed houden en duurzaam houden van relaties. Een mens zijn naar andere ondernemers toe.”

Zo verwees hij een grote klant die een opdracht volledig had ingetrokken door naar een concurrent en werkte hij zolang het bedrijf formeel nog niet gestopt was samen met de curator om nog zoveel mogelijk omzet binnen te halen. Ook belt hij sinds zijn doorstart zo nu en dan met klanten waar hij op dat moment geen zaken mee kan doen. „Dat waarderen zij enorm, want niemand belt ze meer. Relaties zijn voor mij het belangrijkste. Een faillissement zal die alleen maar uitvergroten.”