Analyse

Groeifonds is nieuwe wijn in oude zakken. Maar hoe erg is dat?

Nationaal Groeifonds Het is traditie. Economische crisis? Dan komt het kabinet met een investeringsfonds. Gaat het Nationaal Groeifonds beter werken dan zijn voorgangers?

Aartsvaders Wopke Hoekstra (CDA) en Eric Wiebes (VVD) presenteerden maandag hun Nationaal Groeifonds.
Aartsvaders Wopke Hoekstra (CDA) en Eric Wiebes (VVD) presenteerden maandag hun Nationaal Groeifonds. Foto Koen van Weel/ANP

Is dit nieuwe wijn in oude zakken?

De kwalificatie klinkt cru als het om een ambitieus nieuw Nederlands investeringsfonds gaat. De overheid steekt de komende vijf jaar 20 miljard euro in het Nationaal Groeifonds, maakten de aartsvaders, de ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maandag bekend.

Wat is er oud aan? Het fonds staat in een lange traditie dat Nederland zich uit een economische crisis kan investeren, zoals dat tegenwoordig heet. In de economische depressie in 1982 moest dat lukken met de Maatschappij voor Industriële Projecten. De MIP zou de industrie en dus de economie met geld van de overheid, banken, pensioenfondsen en verzekeraars een broodnodige impuls geven.

In 1993 kwam de overheid met de zogeheten Groeifaciliteit. Dezelfde geldschieters, hetzelfde doel.

In 1995 kwam het investeringsfonds FES. Dat was een afkorting van Fonds Economische Structuurversterking. Het fonds werd gefinancierd met een deel van de fluctuerende aardgasbaten. In de loop der jaren werd de doelstelling van het FES steeds meer verbreed. Als de reguliere begroting overvol was, betaalde het FES de extra uitgaven voor asfalt, rails, onderwijs en onderzoek. Zo werd het een politiek-ambtelijke grabbelton.

In de kredietcrisis (2008-2015) concipieerde de overheid een Nederlandse Hypotheekinstelling om de woningmarkt vlot te trekken. Dat ging niet door na bezwaren van de Europese Commissie wegens ongeoorloofde staatssteun. Wat wel lukte was het investeringsfonds Invest-NL (voor maatschappelijke en energietransities) en het Toekomstfonds (innovatie en onderzoek).

Het Groeifonds staat in die bijna veertigjarige traditie, maar die traditie is weinig hoopgevend. MIP en Groeifaciliteit maakten de verwachtingen niet waar. Ze kwamen te laat om de crisis te bestrijden en er bleek ook genoeg privaat kapitaal te zijn voor investeringen.

In 2010 stopte het FES, want in een economische crisis moet je de tering naar de nering zetten, vond het kabinet. De overblijvers, Invest-NL en het Toekomstfonds, maken een fletse indruk.

Antwoorden kosten geld

Als instrument om een economische crisis te bestrijden is het Nationaal Groeifonds niet nieuw en ook geen werkelijke innovatie. De missie van het nieuwe fonds is om de waarde van de economie, van de jaarlijkse productie van goederen en diensten, structureel te verhogen. Het fonds moet investeren in infrastructuur, kennisontwikkeling en onderzoek/innovatie.

Dat lijkt op de missie die Maria van der Hoeven (CDA) in 2008 als minister van Economische Zaken formuleerde voor het investeringsfonds FES. Ze zei in NRC: „Wij willen antwoorden geven op maatschappelijke problemen en dat kost geld.” Via het FES werd gemiddeld ruim 2 miljard euro per jaar besteed. Het Groeifonds mikt op 4 miljard per jaar.

Het Groeifonds moet ten dienste staan van het ‘verdienmodel’ van de economie

De investeringen van het Groeifonds moeten ten dienste staan van het ‘verdienmodel’ van de economie. Als bedrijven meer kennis, innovatie en snelheid aan het economisch proces kunnen toevoegen, kunnen ze hogere prijzen vragen, nieuwe markten openbreken en meer geld verdienen. Dat is in de ogen van de aartsvaders Wiebes en Hoekstra rendement voor de samenleving, want meer bedrijvigheid levert meer belastingen op. Daarmee kan Nederland gezondheidszorg en vergrijzing betalen én krijgen burgers hogere besteedbare inkomens.

Dat is de theorie. De praktijk is, zo leren de ervaringen uit het verleden, weerbarstiger. Om te beginnen: andere landen steken ook miljarden in economisch herstel. Iedereen wil als winnaar uit de crisis komen.

Nog een weerbarstig punt: wie beslist over het geld? In zijn brief aan de Tweede Kamer over het Groeifonds zegt het kabinet op verschillende punten geleerd te hebben van de ‘verwording’ van het FES. De belangrijkste wijziging is de politieke afstand. Het kabinet beslist, maar een adviescommissie van tien ‘groeicommissarissen’ stelt de projecten vast. De samenstelling van die commissie helt over naar mensen uit de universitaire wereld en het zuidelijke industriecluster Brainport. Opvallend: er is al een protocol om belangenconflicten bij de honorering van aanvragen uit te sluiten.

Derde punt: de aartsvaders erkennen dat het op problemen kan stuiten om te becijferen wat de bijdrage is van investeringen in kennisontwikkeling en onderzoek/innovatie aan het ‘verdienmodel’ en de welvaart. De adviescommissie mag dat verder zelf oplossen.

Lees ook over de presentatie van het langverwachte miljardenfonds: Een pot, een prins en een project: 20 miljard euro voor 5 jaar

Opportunistisch

Het Groeifonds maakt in verschillende opzichten een opportunistische indruk. Dat begint met de aanleiding: de ultralage rente. Beleggers geven geld toe om hun kapitaal aan de Nederlandse staat uit te ‘mogen’ lenen, zei een tevreden Hoekstra maandag bij de lancering.

Het fonds wil het niveau en de praktische toepassing van de kenniseconomie vergroten. Maar waarom kon dat dan niet in de afgelopen jaren, toen de begroting overschotten had en er geld genoeg was?

Dat leidt vanzelf tot de vraag: waarin investeert het fonds? Anders gezegd: als universiteiten, kennisinstituten, bedrijven of lagere overheden een puik plan hebben, waarom was er dan eerder geen geld voor?

In NRC legden, los van elkaar, NS-topman Roger van Boxtel, en energietransitiebewaker Ed Nijpels al claims op het fonds. Waarom azen ze nu op dat geld? Je zou zeggen: NS kan zichzelf als staatsbedrijf toch zelf wel bedruipen? Bovendien: het openbaar vervoer kampt nu met enorme overcapaciteit. Energie? De overheid steunt de energietransitie ook al met subsidies, met investeringen via staatsbedrijf TenneT en via Invest-NL.

Van Boxtel en Nijpels bevestigen met hun claims het beeld van een nieuwe grabbelton. Maar misschien is dat ook wel een beetje de bedoeling in Den Haag. Laat het ‘middenveld’ van maatschappelijke belangen dat de weg weet in Den Haag maar voorstellen indienen. En laten die maar beoordeeld worden door hun peers in de adviescommissie. Want, en dat was wel verrassend, op hun persconferentie kwamen Wiebes en Hoekstra niet met één concreet voorbeeld van een Groeifondsinvestering.