Necrologie

Filmregisseur Jirí Menzel (82) was compromisloos maar met milde spot

Overleden Met een milde blik vol humor ontleedde de Tsjechische regisseur Jiri Menzel (1938-2020) in de jaren zestig zijn landgenoten. Afgelopen zaterdag is hij overleden.

Jirí Menzel op het filmfestival van Berlijn in 2007. Foto Reuters / Tobias Schwarz
Jirí Menzel op het filmfestival van Berlijn in 2007. Foto Reuters / Tobias Schwarz

Jirí Menzel, een van de meesters van de Tsjechoslowaakse nouvelle vague, is afgelopen zaterdag op 82-jarige leeftijd overleden. Met een milde blik vol humor ontleedde Menzel in de jaren zestig zijn landgenoten. Totdat de Praagse Lente, de periode van dooi onder de hervormingsgezinde president Alexander Dubcek, door Rusland in de kiem werd gesmoord en het maken van openlijk politieke films onmogelijk werd.

Menzel studeerde aan de Praagse filmschool en vormde met landgenoten als Milos Forman, Ivan Passer en Vera Chytilová de voorhoede van de Tsjechoslowaakse nouvelle vague. Met zijn eerste speelfilm, Houd de trein in het oog (1966), won Menzel meteen de Oscar voor beste buitenlandse film.

Zijn gelauwerde debuut gaat over een dorpsstationnetje in de Tweede Wereldoorlog, maar de film draait vooral om de dromerige nietsnut Milos, een jonge spoorwegbeambte die meer bezig is met de liefde dan de oorlog. Via een bijpersonage, de baas van Milos, smokkelt Menzel commentaar op de autoriteiten zijn verhaal in. De stationsmeester van het treinstation draagt bijvoorbeeld een uniform dat aan het begin en eind van de film helemaal door duiven ondergescheten wordt. De toch al incompetente man wordt tussendoor nog eens verder geridiculiseerd, met geestig resultaat. Want natuurlijk komt zijn meerdere net langs als hij zijn nieuwe uniform past: er mist één mouw en het donkere pak zit vol met witte stikselpatronen. Bovendien roept Menzel op tot verzet tegen de overheersers. In de film zijn dat de nazi’s, maar vervang de Duitsers door de Russen en de allegorie is duidelijk, en dat ging eind 1968 te ver: Menzels meesterwerk werd verboden en in de kluis gestopt.

Gouden Beer kwam 21 jaar later

Dat overkwam ook het in 1969 gemaakte Leeuweriken aan een draadje. Pas 21 jaar na voltooiing, na de val van het IJzeren Gordijn, won de film de Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn. Hij gaat over een groepje bourgeois mannen, dissidenten, die schroot moeten sorteren bij de hoogovens. Net als het oude ijzer moeten hun opvattingen ‘omgesmolten worden’, aldus hun leidinggevende kameraad. De bewaker van de vrouwen die aan de andere kant van het terrein te werk zijn gesteld is geen kwaaie, hij knijpt bijvoorbeeld een oogje toe als zijn gevangenen stiekem naar de mannen sluipen. De film lijkt daarmee een pleidooi voor Dubceks ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Dus werd hij in 1969 verboden.

Collega Forman en anderen vluchtten rond die tijd naar het buitenland, maar Menzel bleef al die jaren in zijn thuisland films maken, veelal komedies met een serieuze ondertoon. Een ervan, het charmante I Served the King of England (2006), werd ook in Nederland uitgebracht. En net als Houd de trein in het oog en Leeuweriken aan een draadje was de film – over een wereldvreemde jongen die tijdens WOII collaborateur wordt – gebaseerd op een boek van geestverwant Bohumil Hrabal die net als Menzel compromisloos maar met milde spot en veel mededogen naar mensen keek.

Correctie (8 september 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond door een eindredactionele fout in de kop de verkeerde leeftijd. Dat is hierboven aangepast.