‘We zijn verbonden door de tragedie’

Film Srebrenica-film Quo vadis, Aida?, hier in 2021 in de bioscopen, is favoriet voor de Gouden Leeuw op het festival van Venetië.

Beelden uit de speelfilm Quo vadis, Aida? van Jasmila Zbanic over het drama Srebrenica.
Beelden uit de speelfilm Quo vadis, Aida? van Jasmila Zbanic over het drama Srebrenica. Beeld Cinéart

De favoriet voor de Gouden Leeuw? Halverwege het 77ste festival van Venetië is dat nog altijd Quo vadis, Aida? De Sala Grande ging los. De vakpers is enthousiast. „Een pakkende, schrijnende, vitale hervertelling”, noemt vakblad Variety deze kroniek van de genocidale slachtpartij na de val van moslimenclave Srebrenica op 11 juli 1995, die Nederlandse blauwhelmen (Dutchbat) niet konden voorkomen. De zegevierende Serviërs executeerden 8.372 burgers, vooral mannen. De film focust op Dutchbat-tolk Aida, die alles op alles zet om haar man en twee zonen dat lot te besparen.

Co-producente Els Vandevorst heeft de dag na de première andere zorgen. Op Twitter zijn Dutchbat-veteranen boos op de 45-jarige Bosnische regisseur Jasmila Zbanic. Die stelt op de persconferentie dat Dutchbat geen kogel heeft afgevuurd, „al was het hun missie de bevolking te beschermen”. Nederlanders toonden in 1995 weinig empathie. De veteranen herhalen hun verhaal: hoe de VN ze in de steek liet, geen luchtsteun gaf. Dat er twee militairen sneuvelden, er wel degelijk was teruggeschoten.

Maar Srebrenica is en blijft een Nederlands demasqué. Overste Karremans, die Srebrenica verlaat met in zijn plunjebaal een schemerlamp van zijn nieuwe vriend, oorlogsmisdadiger Ratko Mladic. Onze jongens die na afloop in Zagreb worden ontvangen met hoempaband, bier, polonaise en de kroonprins. Willen ze echt beweren dat ze alles hebben gedaan voor de 8.372 slachtoffers?

Vooroordelen

Zbanic neemt dat Nederlandse gebrek aan empathie een dag later op de tennisclub van het Lido niet terug. „Er leefden vooroordelen tegen de moslimbevolking bij Dutchbat. Als ze dat ontkennen, bedriegen ze zichzelf.” Niet dat Dutchbat in Quo vadis, Aida? de schuld krijgt. We zien commandant Thom Karremans – met doffe blik en hangende schouders treffend vertolkt door de Belg Johan Heldenbergh – vergeefs smeken om luchtsteun. En hoe alfamannetje Ratko Mladic hem afblaft en afbluft tot hij serviel diens sigaret aansteekt. Karremans verstopt zich in zijn kantoor, net zo passief en machteloos als de jochies in korte broekjes bij de slagboom tegenover de ongeschoren Servische roofdieren. Majoor Franken, paradoxaal genoeg de enige die tegen de Serviërs lijkt opgewassen, heeft wel een schurkenrol. Acteur Raymond Thiry zet zijn kilste ogen op om hem als harteloze dienstklopper te spelen.

Lees ook dit interview met Karremans: ‘We stonden met een klappertjespistool tegenover hun zware wapens’

Zbanic: „Tijdens mijn research sprak ik eerst met Bosnische overlevenden. Dan krijg je een beeld van professionele, keiharde Nederlandse militairen die hun plicht jegens de bevolking wreed verzaakten en geen greintje medegevoel toonden. Maar ik heb ook Dutchbat-veteranen gesproken, die op 11 juli de val van Srebrenica herdenken. Sommige jongens waren 18, 19 jaar oud toen. Ik geloof dat het voor hen een diep trauma is. En dat grijpt me ook aan. Op een vreemde manier zijn we met elkaar verbonden door deze tragedie.”

De regisseur is ook enthousiast over het idee van een speciale vertoning in Nederland met Dutchbat-veteranen, met debat achteraf – op het Lido worden de plannen al gesmeed. Maar vertel haar niet dat Dutchbat niet wist wat er met de mannen van Srebrenica zou gebeuren. „De oorlog in Bosnië begon in 1992, in 1995 wist iedereen hoe bloedig de Serviërs huishielden. De statistieken waren helder: drieduizend burgerdoden in de stad Visegrad, tweeduizend in Foca, enzovoorts. De Nederlanders wisten dat, de VN, iedereen. Massamoord was standaard Servische strategie. Volgens mij deden de Nederlanders alsof ze Servische garanties geloofden omdat ze snel naar huis wilden. Weg uit die onmogelijke, machteloze positie, weg van de vluchtelingen.”

Srebrenica is sowieso geen Nederlands drama, maar een Bosnisch drama. Quo vadis, Aida? is gebaseerd op het lot van Hasan Nuhanovic, tolk van Dutchbat. Hij mocht mee naar Zagreb, zijn vader, moeder en broer werden aan de Serviërs uitgeleverd en vermoord. Nuhanovic procedeert tot de dag van vandaag tegen de Nederlandse staat, en tegen overste Karremans en majoor Franken. Vorig jaar oordeelde de Hoge Raad dat Nederland „deels verantwoordelijk” is voor de dood van 350 mannen die tevergeefs bescherming zochten op de Nederlandse basis bij Potočcari.

Hasan Nuhanovic zou ook de hoofdpersoon worden van de film, Zbanic kocht de rechten op zijn schokkende relaas De tolk van Srebrenica. Maar hij had er moeite mee dat de regisseur zaken herschikte. „Ik begrijp dat wel”, zegt Zbanic. „Hasan heeft het zo meegemaakt, het gaat over zijn familie. Maar ik heb die artistieke vrijheid nodig. Karremans sprak generaal Mladic driemaal, maar dat zou oersaai worden. Ik vat hun dynamiek samen in één vergadering.”

Vrouwen

Zo werd de heldin Aida, tolk, lerares en moeder van twee zonen. Zbanic: „Toen viel veel op zijn plaats, ik wilde graag een vrouwenverhaal. De vrouwen van Srebrenica zijn fantastisch. Ze zijn na de oorlog gewoon naar hun oude huizen teruggekeerd, richtten gedenktekens op. Dorpsvrouwen, zonder veel opleiding, die nu tussen de moordenaars van toen leven, onder een burgemeester die de genocide ontkent. Het is voor mij ook belangrijk dat Aida een lerares is, een schakel tussen verleden en toekomst. In juli 1995 komt ze een oud-leerling tegen in het Servische leger. De vraag is: wat doen we fout in het onderwijs? En wat gaan onze kinderen van deze oorlog leren? Staan ze elkaar over twintig jaar weer naar het leven?”

De teneur van Quo vadis, Aida is somber. Srebrenica is in Bosnië een politiek verhaal: voor moslims een tragedie, voor Serviërs nepnieuws. „Scholen doen er weinig mee. En veel mensen zeggen: dat is maar beter zo. Ik ben het daar totaal mee oneens. Na de Tweede Wereldoorlog werd er onder Tito van alles onder het tapijt geveegd op weg naar een stralende toekomst. Gevolg was dat al die slecht geheelde wonden na 1990 weer open werden gereten. Ik zeg: open elk massagraf, vertel alle verhalen, veroordeel alle misdadigers – en dán gaan we praten.”