50 jaar Radio Tour de France. Wat een sound, wat een heroïek

Radio Radio Tour de France bestaat dit jaar vijftig jaar. Hoewel professioneler en betrouwbaarder, is de toon van de presentatoren nog steeds los. En altijd vrolijk.

Interview met de Colombiaanse wielrenner Egan Bernal in het Franse Gap, het startpunt van de vijfde etappe van de Tour de France.
Interview met de Colombiaanse wielrenner Egan Bernal in het Franse Gap, het startpunt van de vijfde etappe van de Tour de France. Foto Stephane Mahe / AP

„Gaat het hem weer lukken, dat zou toch wat zijn zeg, Wout van Aert, hij zit er goed bij, in vijfde, zesde positie, het zou weer een enorme opsteker zijn voor de Jumbo-Vismaploeg die toch al zo goed draait, o, en daar is een klein opstootje tussen twee renners, ik zie niet zo goed wat daar gebeurt, en jaaaaaaa, het is Van Aert, oohoohoohoo, hij doet het toch gewoon maar weer, geweldig!”

Ici Radio Tour De France, le spectacle de la NOS, ici Gio Lippens met het finishverslag.

Het voelt anders dan anders dit jaar. Ik zit in de tuin, zon en regen die niet wil doorzetten wisselen elkaar af. Ik ruik de geur van rottend blad al en af en toe geeft de wind een chagrijnig rukje aan de acacia ten teken dat de herfst nadert.

Op de radio is het zomer. De Tourkaravaan dendert door Frankrijk, ik dender mee, zoals ik al 50 jaar meedender.

De eerste keer dat ik dat deed was ik 5. Mijn vader had een transistortje, en klein radiootje waar vier batterijen in moesten die maar een paar uur meegingen en niet opgeladen konden worden, meegenomen naar ons vakantiehuisje. Het radiootje klonk als de babyfoon, maar het was niet de geruststellende stem van de buurvrouw die mij kalmerend toesprak nadat ik gillend uit een enge droom wakker was geworden, nee, ik hoorde Theo Koomen zelf. Hij deed verslag via de telefoon, af en toe dook hij een cel in, die hij tegenkwam langs de route. Hij schreeuwde zo hard in de hoorn dat ik het, als ik het radiootje had uitgezet, misschien wel live zou kunnen horen.

Lees ook: Verslag van een weekje ouderwets Radio 1 luisteren

Wat een sound, wat een heroïek, wat een spanning. Hier, onder mijn oren, werd geschiedenis geschreven. Ik was er bij. Ik was een kind en wist niet beter. Koomen klopte het flink op, weet ik nu, hij verzon soms demarrages om de etappes spannender te maken, zegt men, hij haalde namen van renners door elkaar, hij had geen enkel tactisch wielerinzicht, het kon en kan mij nog steeds niet schelen, op de radio mag je blinden belazeren, we zijn allemaal blind als we luisteren, we maken de beelden in ons eigen hoofd.

De telefooncel werd vervangen door een rechtstreekse verbinding op de motor, de techniek kreeg de beschikking over een vliegtuigje dat de live reportages doorstraalde naar Hilversum, Radio Tour De France ontwikkelde zich tot het jaarlijkse hoogtepunt op Hilversum 3, later op Hilversum 1 en nu op Radio 1, met 3 of 4 verslaggevers ter plaatse.

Koomen ging vroeg heen, hij verongelukte in 1984, op weg naar huis na de voetbalwedstrijd FC Twente-MVV. Ik dacht toen verslagen: Radio Tour De France is ook dood, zonder Koomen kan het niet. Maar dat kon wel degelijk. De radio bleef, ook met andere verslaggevers, mijn beeldenmachine. Ik beklom Alpen- en Pyreneeënreuzen, terwijl ik op het puntje van mijn tuinstoel zat. Ik raasde met Jan Raas over de Pau-vlakte, ik klapte De Kneet naar zijn zege in Parijs in 1978, ik lachte met Bertje Oosterbosch mee na zijn triomf in Bordeaux, de honderdste van een Nederlandse renner. Heinze Bakker, Evert ten Napel, Harrie Jansen, Jorrit Jorritsma, Leo Driesen, Jeroen Wielaert, Sjors Fröhlich, Jacques Chapel en vele anderen, zij voerden me mee over het parcours. Ik hoef hun namen niet te wikipediën, ze staan in mijn geheugen gegrift.

Iets minder nerdy

Maar minstens zo belangrijk voor het programma is de sfeer die de studio in Hilversum toevoegt. Het is altijd, hoeveel renners er ook vallen, dat worden er de laatste jaren steeds meer, welke favorieten voor de eindzege er ook op loodzware cols door het ijs zakken, vrolijk. Herman Van der Velden, dertig jaar lang de muzieksamensteller, heeft daar een groot aandeel in gehad. Eindelijk hoorden we weer eens Franse, Spaanse, Portugese, Kaapverdische en andere anderstalige muziek. En laten we toch vooral de presentatoren niet vergeten. Ik noem een Fred Racké, een Klaas Samplonius en een Koos Postema, hij was met zijn rust, zijn lach, Postema was een van de weinige lachende presentatoren op de radio, zijn laconieke humor en relativering een baken te midden van de ontsnappingen, de massasprints en de achterblijvers die opgeraapt werden door de bezemwagen.

Lees ook: De radio, metgezel voor arme thuiszitters

Ach, dat was vroeger, in de tijd van Meneer Theunissen, een Hagenees die elke dag naar de studio belde en vaak de finish miste omdat zijn vrouw er doorheen aan het stofzuigen was. Het was de tijd van Ab Kaashoek, die elke dag een column uitsprak voor de liefhebbers van die schiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiitterende Tour De Fransssssssssssss.

Thans, anno 2020, staat het programma nog altijd fier overeind. De opvolgers van Herman van der Velden draaien in zijn lijn door, de toon van de presentatoren is nog steeds los. Dit jaar zijn er twee vrouwen bij, Suzanne Bosman en Lara Rense, waardoor het net iets minder nerdy wordt. Mannen onder elkaar hebben nogal eens de neiging te verzanden in allerlei details en veel wielrenjargon te gebruiken. Er is nog steeds een quiz, maar de luisteraar is niet meer blind, hij kijkt vaak mee op een tv of tablet, terwijl hij Sebastiaan Timmerman op de radiomotor en Gio Lippens aan de finish hoort. Demarrages verzinnen kan niet meer, maar schilderen op de radio, dat de heren uitstekend kunnen, nog wel.

De regen zet nu echt door. De bezorgde analisten, ook altijd een vast onderdeel van het programma, vragen zich af of de renners Parijs gaan halen. Corona hangt als een schaduw over de koers. Aan mij ligt het niet, ik heb de hele middag met bedekt gelaat zitten luisteren. Want om met Tourdirecteur Christian Prudhomme te spreken: „Wie van de Tour houdt, draagt een mondkapje.”

Correctie (8 september 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd de achternaam van oud-wielrenner Jan Raas verkeerd gespeld. Dat is hierboven aangepast.