Vrouw aan de top schat ándere vrouwen niet erg hoog in

‘Queen Bee-effect’ Vrouwelijke hoogleraren zetten zich sterker af tegen vrouwelijke collega’s dan mannelijke hoogleraren, blijkt uit herhaalonderzoek.

Hoogleraren in vol ornaat tijdens de opening van het academisch jaar aan de Radboud Universiteit, in 2019. Foto Flip Franssen
Hoogleraren in vol ornaat tijdens de opening van het academisch jaar aan de Radboud Universiteit, in 2019. Foto Flip Franssen

Hoe hoger hun positie, hoe ‘mannelijker’ vrouwen zichzelf zien en hoe meer ze de neiging hebben om andere vrouwen, lager in rang, te onderschatten. Dat is in het kort het ‘Queen Bee-effect’ zoals het in 2004 werd vastgesteld door de Utrechtse hoogleraar Naomi Ellemers (universiteitshoogleraar sociale wetenschappen) en haar collega’s in een onderzoek onder wetenschappers. Vijftien jaar later bestaat het ‘Queen-Bee-effect’ nog steeds, zag Ellemers, nu samen met Belle Derks (hoogleraar organisatiepsychologie), ondanks de groei van het aantal vrouwelijke hoogleraren. Er is, constateert Ellemers, „bar weinig” veranderd.

Nieuw onderzoek

Het nieuwe onderzoek, onlangs gepubliceerd in het British Journal of Social Psychology, was net als in 2004 een steekproef, deze keer onder 800 wetenschappers. In 2004 is het onderzoek in Nederland en Italië gedaan, nu in Zwitserland.

De patronen die Ellemers en Derks aantroffen zijn nagenoeg dezelfde: meer dan hun mannelijke collega’s onderschatten vrouwelijke hoogleraren de ambities en mogelijkheden van vrouwen die nog aan het begin van hun academische loopbaan staan. Ellemers: „Vrouwen op hogere posities benadrukken nog steeds dat zij anders zijn dan de meeste vrouwen, ook al is het nu veel normaler dat een vrouw hoogleraar is. Ze zeiden, net als in 2004, dingen als: ‘Je moet als vrouw zó gedreven zijn en zó hard werken om op deze positie te komen. Dat zie ik al die andere vrouwen nog niet doen’.”

Stoer zijn en offers brengen

Ook vergelijkbaar met 2004: hoe hoger op de academische carrièreladder, hoe masculiener zowel mannelijke als vrouwelijke wetenschappers zichzelf beschrijven en presenteren. Ellemers: „Vrouwelijke hoogleraren beschrijven zichzelf als stoere, harde werkers die ‘offers’ brengen voor hun carrière.” Dit is, constateert Ellemers, nog steeds de sleutel tot succes: „Organisaties filteren een bepaald type mens uit: competitief, masculien. Niet alleen vrouwen zijn daar de dupe van. Mannen die bijvoorbeeld veel voor hun kinderen willen zorgen, zullen niet snel gekozen worden voor een topfunctie.”

Ook uit ander onderzoek blijkt dat het Queen Bee-effect niet is voorbehouden aan vrouwen. „We hebben bijvoorbeeld onderzoek gedaan bij etnische minderheden, daar zagen we dat vrouwen én mannen de neiging hebben om zich af te zetten tegen de eigen etnische groep als ze eenmaal de top hebben bereikt. Het heeft dus niet alleen met man-vrouwverschillen te maken, maar veel meer met het beeld dat we hebben van mensen in topfuncties, waardoor mensen die anders zijn, denken dat ze zich moeten aanpassen om succes te kunnen hebben.”

Of het Queen Bee-effect over nog eens vijftien jaar wél is verdwenen? Ellemers heeft er een hard hoofd in. „We hebben te maken met hardnekkige denkbeelden over ambities en kwaliteit. Ik zit in de raad van commissarissen van PwC en kom veel vrouwen uit directies van bedrijven tegen. Hun verhalen zijn vergelijkbaar: dat ze wel erg vaak als enige vrouw tussen de mannen zitten en mee moeten naar de skybox van Ajax. Maar dat er steeds meer over gesproken wordt, stemt hoopvol.

Lees ook: De echo van de bijenkoningin (1997)