Opinie

Minister Grapperhaus moet bruidegom Grapperhaus laten vervolgen

Rechtsstaat Minister Grapperhaus moet het OM opdragen zichzelf te vervolgen voor overtreding van de coronaregels op zijn bruiloft, meent advocaat . Daarmee bewijst hij de rechtsstaat een goede dienst.
Een tegenstander van de spoedwet, die een juridische onderbouwing moet bieden voor de coronamaatregelen van het kabinet, protesteert met een masker van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA)) op het Malieveld.
Een tegenstander van de spoedwet, die een juridische onderbouwing moet bieden voor de coronamaatregelen van het kabinet, protesteert met een masker van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA)) op het Malieveld. Foto BART MAAT / ANP

Het overtreden van de coronaregels door minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus bij zijn bruiloft heeft ernstige politieke en strafrechtelijke gevolgen gehad. Politieke gevolgen vanwege de averij die hij in het Tweede Kamerdebat heeft opgelopen. En strafrechtelijke vanwege de ‘uitdeukoplossingen’ van de minister die bestaan uit een mogelijke verlaging van sommige boetes en het voorkomen dat burgers een strafblad krijgen bij niet-intentionele overtredingen.

Om zijn spijtbetuiging te onderstrepen, voerde Grapperhaus nog aan dat hij tweemaal het boetebedrag (zijn kersverse eega had immers ook de strafwet overtreden) aan het Rode Kruis had overgemaakt. Met dit gebaar wilde hij kennelijk ook een zekere rechtsgelijkheid, een fundamenteel beginsel in onze rechtsstaat, tot uitdrukking brengen.

Maar het Rode Kruis is niet of aanmerkelijk minder stigmatiserend dan een vonnis van de strafrechter. Om iedere zweem van rechtsongelijkheid, of zoals Geert Wilders het niet ten onrechte ‘klassenjustitie’ noemde, te vermijden, zou Grapperhaus het Openbaar Ministerie de bijzondere aanwijzing moeten geven hemzelf en zijn eega te vervolgen en dezelfde boetes op te leggen als talrijke andere burgers ten deel zijn gevallen. Daarmee zou hij de rechtsstaat een grote dienst bewijzen en zichzelf sneller, uitgedeukt en al, uit de nesten kunnen werken.

Strafblad

In ons land gelden wetten die zonder aanzien des persoons gehandhaafd moeten worden. Het Openbaar Ministerie is hiertoe belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Die rechtsorde wordt mede bepaald door de maatschappelijke context waarbinnen zij functioneert. En die context laat met betrekking tot de coronaregels zien dat veel burgers keihard en onbarmhartig na het niet betalen van een hoge boete wegens een flut-coronaovertreding door een kil Openbaar Ministerie als misdadiger voor de rechter worden gesleept, met tot dusverre bespottelijk ernstige gevolgen in de vorm van een strafrechtelijke veroordeling plus een strafblad.

Enkel al een strafrechtelijke veroordeling is belastend. Nog moet worden afgewacht of dat verdere negatieve maatschappelijke consequenties voor de veroordeelden zal hebben, bijvoorbeeld bij het solliciteren of bij het aanvragen van visa.

Lees ook: Advocaten slijpen messen na de bruiloftsfoto’s en Grapperhaus’ verweer

De bijzondere aanwijzingsbevoegdheid van de minister van Justitie en Veiligheid is in de wet geregeld. Naar de letter van de wet is zij onbeperkt. Er is dus geen wettelijk beletsel om een bijzondere aanwijzing te geven die strekt tot vervolging van de minister zelf.

Politiek gevoelige aanwijzingen

In het verleden is vooral in zaken van politiek gewicht van deze ministeriële aanwijzingsbevoegdheid gebruik gemaakt. Te denken valt aan de aanwijzing van minister Van Agt om artsen van de Bloemenhovekliniek te vervolgen wegens abortus. Ook was sprake van zo’n aanwijzing in de Lockheed-affaire. Die aanwijzing strekte tot niet-vervolging van prins Bernhard wegens omkoping. Verder zijn ten aanzien van de Slavenburgbank en Pieter Menten ook bijzondere aanwijzingen gegeven. In beide gevallen strekten die tot vervolging. Deze politiek gevoelige ministeriële vervolgingsaanwijzingen tonen aan dat de spanning tussen democratische wenselijkheden en rechtshandhaving door de minister van Justitie en Veiligheid kan worden verminderd (zoals bij Menten) of opgevoerd (zoals bij prins Bernhard).

Met een vervolgingsaanwijzing over zichzelf (en zijn eega) bewijst Grapperhaus de rechtsstaat een goede dienst. Hiermee toont hij ondubbelzinnig aan dat hij niet boven de wet staat.

Hierbij moet bedacht worden dat over enkele weken bij verschillende rechtbanken coronazittingen zullen plaatsvinden. Voorkomen moet worden dat de strafrechter zich op welke wijze dan ook bezwaard zou voelen om burgers te bestraffen omdat de minister van Justitie en Veiligheid wél de dans ontspringt. De integriteit van het rechtsbedrijf wordt met zo’n aanwijzing gediend. En juist die integriteit is het beste middel om de geloofwaardigheid en het gezag van de minister, die ontegenzeggelijk zijn beschadigd, te herstellen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.