Recensie

Recensie Theater

Jonge stemmen met scherpe pennen op Amsterdam Fringe

Het festivalseizoen is ‘afgelast’ maar het Amsterdam Fringe Festival gaat gewoon door. Op de eerste dagen bleek meteen al dat de experimenteerlust van veelal jonge makers op het festival onverminderd de ruimte krijgt.

De Amsterdamse spoken-word-artiest Luan Buleshkaj in zijn solo ‘Leeuwenkind’.
De Amsterdamse spoken-word-artiest Luan Buleshkaj in zijn solo ‘Leeuwenkind’. Foto Mick Groeneveld

Het moet vanwege de coronamaatregelen een logistieke monsterklus zijn geweest, maar het is het Amsterdam Fringe Festival ook dit jaar gelukt om een nieuwe editie op te zetten. In samenwerking met meer dan twintig verschillende locaties door de stad zijn weer rond de zestig rauwe, radicale en experimentele performances van veelal jonge makers te zien, anderhalvemetersamenleving of niet.

In haar openingsspeech stipt festivaldirecteur Aukje Verhoog de missie van het festival nog eens aan. Juist als ‘springplank voor onafhankelijke makers, nieuwe vormen en stemmen’ was het noodzakelijk dat Fringe door zou gaan „in het jaar waarin het festivalseizoen werd afgelast”.

Meteen na haar woorden wordt een uitstekend voorbeeld gegeven van het soort werk dat het festival zo onmisbaar maakt: een korte set van ‘Nederlands eerste queer lesbische rapduo’ LIONSTORM. Sterresoet van Schooten en Gale Rama, beiden afgestudeerd aan theateropleidingen, richtten hun hiphopcollectief in 2017 op. Ze zijn een bijzonder welkome aanvulling binnen de scene vanwege de manier waarop ze de krachtige beats en agressieve lyrics van het genre naar hun eigen hand zetten. Zeker in een wereld waarin een viering van heteroseksuele vrouwelijke seksualiteit als ‘WAP’ van Cardi B en Megan Thee Stallion al tot grote ophef leidt, is de compromisloze claim op het eigen bestaansrecht van LIONSTORM een verademing. Met hun spitsvondige teksten (‘Je kende ons alleen nog als je main categorie / maar nu staan we in je kamer dit was niet je fantasie’) en opzwepende ritmes bieden ze de perfecte opening van het festival.

Ook Luan Buleshkaj blinkt uit in een scherpe pen. De Amsterdamse spokenwordartiest verhaalt in zijn solo Leeuwenkind vooral over zijn jeugd in de Baarsjes, met een sterke moeder, een afwezige vader, voetbal en vriendschappen voor het leven. De clichés waarop zijn verhaal steunt worden echter ruimschoots goed gemaakt door de enorme taalprecisie die hij tentoonspreidt: steeds blijft Buleshkaj verrassen met zijn rijmschema’s, treffende metaforen of semantische tovenarij. In een zin als: ‘Hé ma / het spijt me van al die kleine actions / het ging niet altijd zo super’ legt hij tegelijk iets bloot over zijn relatie tot zijn moeder én over het milieu waarin hij opgroeide. Leeuwenkind zit tjokvol met dit soort geweldige vondsten.

Het puberale vrouwbeeld dat de basis vormt voor een van Buleshkaj’ latere nummers, een ‘ode aan de vrouw’ die neerkomt op een lijst veroveringen, nemen we dan maar voor lief. Zeker omdat gitarist Yassine Belghanch in de voorstelling met enkele gevoelige songs een fijn contrapunt vormt voor het belegen machismo van de maker.

De avond eindigt weer aan de andere kant van het identiteitsspectrum, bij de viering van black queer identity die Yoniverse heet. In haar solo verbindt acteur, model en ballroom dancer Cherella Gessel verschillende nummers en scènes waarin steeds een ander aspect van haar identiteit centraal staat. Juist de ontwapenende kwetsbaarheid van jezelf in al je dimensies tonen zorgt ervoor dat Yoniverse zo’n liefdevolle ervaring is, met als hoogtepunt een scène op muziek van Black Harmony waarin Gessel met een hoepelchoreografie grote ontroering teweeg brengt.