Honderden Rohingya aan land in Atjeh na half jaar ronddobberen op zee

Vluchtelingen

Bijna driehonderd Rohingya-vluchtelingen zijn maandag met een houten boot aangekomen op het strand in de Indonesische provincie Atjeh, meldde persbureau Reuters maandag. De 181 vrouwen, 102 mannen en 14 kinderen zouden zes maanden lang hebben rondgedobberd op zee. De gevluchte Rohingya, een in Myanmar vervolgde etnische minderheid, zijn volgens het Rode Kruis vertrokken vanuit Zuid-Bangladesh.

De groep is door de politie en vrijwilligers van het Rode Kruis opgevangen, en vanwege het coronavirus geïsoleerd. Een 13-jarige zieke jongen is overgebracht naar het ziekenhuis. Volgens Chris Lewa van mensenrechtenorganisatie The Arakan Project, heeft de groep eerder geprobeerd aan te leggen in Maleisië en Thailand, maar werd dat door de autoriteiten daar niet toegestaan. Een deel van de vluchtelingen zou in juni zijn aangekomen in Indonesië en Maleisië via aparte bootjes.

Het is niet de eerste keer dat een grote groep Rohingya de Oost-Aziatische kust bereikt. In juni haalden Indonesische vissers bijna honderd uitgehongerde Rohingya aan land.

De Rohingya zijn een onderdrukte islamitische minderheid in het overwegend boeddhistische Myanmar. In 2017 zijn naar schatting negenduizend Rohingya om het leven gebracht door Myanmarese militairen. Bij het Internationaal Gerechtshof loopt een rechtszaak tegen Myanmar, waarin wordt onderzocht of het land zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van genocide op de Rohingya. (NRC)