EU bakkeleit over sancties tegen Wit-Russen

Wit-Rusland De Europese lidstaten kunnen het er maar niet over eens worden welke Wit-Russen er op de sanctielijst moeten komen te staan.

Studenten protesteren vorige week, aan het begin van het nieuwe studiejaar, in Minsk tegen de verkiezingsfraude.
Studenten protesteren vorige week, aan het begin van het nieuwe studiejaar, in Minsk tegen de verkiezingsfraude. Foto Tut.By/AFP

Terwijl in Wit-Rusland de laatste protestleiders het land ontvluchten of anderszins onschadelijk worden gemaakt – maandag berichtten lokale media dat oppositiekopstuk Maria Kolesnikova door gemaskerde mannen van de straat was geplukt en in een minibusje werd weggevoerd – beraadt de Europese Unie zich nog altijd op strafmaatregelen tegen het regime in Minsk.

Bijna een maand geleden kondigde de Europese Unie die al aan: op 14 augustus verklaarden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken dat er economische sancties (reisverboden, het bevriezen van bankrekeningen in het buitenland) zouden worden opgelegd aan Wit-Russische functionarissen die betrokken waren geweest bij het vervalsen van de verkiezingen en bij het geweld tegen burgers die daar de afgelopen weken tegen demonstreerden. Maar vier weken later moeten de Europese leiders nog officieel bekendmaken hoeveel mensen er op die zwarte lijst komen, en vooral: wie.

Op een persconferentie van de Europese Commissie bleven details maandag opnieuw uit. Een woordvoerder benadrukte dat de „politieke wil” om er „zo snel mogelijk” uit te komen er was. „Het is geen kwestie meer van of, maar alleen van wanneer”, aldus de voorlichter.

Geduld op

Maar bij sommige lidstaten is het geduld op. De minister van Buitenlandse Zaken van Litouwen, Linas Linkevicius, zei zondag in de Financial Times dat het gebrek aan actie van Brussel de geloofwaardigheid van zijn buitenlands beleid ondermijnt. „Soms reageren we te laat en zijn onze maatregelen te gefragmenteerd om indruk te maken op mensen aan de macht. Als we niet pal voor onze waarden gaan staan, vernietigen we die.”

Uit onvrede over het uitblijven van Europese maatregelen trok Litouwen, samen met de twee andere Baltische staten Letland en Estland, vorige week al zijn eigen plan: de drie EU-lidstaten stelden zelf reisverboden in tegen dertig hoge Wit-Russische functionarissen, onder wie president Aleksandr Loekasjenko. Dat laatste was extra pikant omdat Europese sancties tegen de Wit-Russische leider zelf bij sommige lidstaten gevoelig liggen. Duitsland bijvoorbeeld wil geen confrontatie met Rusland, dat Loekasjenko steunt.

Scherpe kritiek op het buitenlandbeleid van de EU, die juist nu graag een geopolitieke speler wil zijn, was er sowieso al. Norbert Röttgen, de voorzitter van de buitenlandcommissie van de Duitse Bondsdag en een mogelijke opvolger van Angela Merkel, zei vorige week dat de EU zichzelf „irrelevant” dreigde te maken als zij niet ferm optrad tegen Rusland, na de vergiftiging van oppositieleider Aleksej Navalny. De EU heeft die vergiftiging tot nu alleen woordelijk veroordeeld. Röttgen: „De vraag is: ‘Doen de Europeanen nou nooit iets?’ Als dat zo is, neemt niemand ons nog serieus.”

Het uitblijven van sancties hoeft geen onwil te zijn. De EU wil bijvoorbeeld voorkomen dat ze na het instellen van sancties wordt teruggefloten door het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, omdat het haar sancties juridisch niet 100 procent heeft ‘dichtgetimmerd’. Wie ingrijpende, vrijheidsbeperkende maatregelen neemt tegen personen, moet onderbouwen dat die terecht zijn, bewijs leveren van vergrijpen die tot de sancties leidden. Dat kost tijd. Eerder kraakte het hof soortgelijke sancties tegen Iraanse regeringsfunctionarissen juist vanwege gebrekkige bewijsvoering. Dat was een pijnlijk gezichtsverlies voor Europese politici.

Lees ook: Wat Wit-Russen verwachten van de protesten in hun land

Verdeeldheid

Maar dat er verdeeldheid is, valt niet te ontkennen. Behalve onenigheid over de vraag of Loekasjenko zelf op de lijst moet, is er bijvoorbeeld ook gebakkelei over de lengte van de lijst. Anonieme EU-diplomaten stelden maandag tegenover persbureau Reuters dat er op dit moment 31 mensen op staan. Dat zouden er eerst veertien zijn geweest, maar dat vonden sommige lidstaten er veel te weinig. Recentelijk zouden daarom nog zeventien mensen aan de lijst zijn toegevoegd.

En dan hebben dergelijke Europese ‘onderhandelingen’ ook altijd hun eigen dynamiek. Griekenland en Cyprus hebben volgens Reuters nog geen steun aan de sancties uitgesproken. Deze landen ijveren zelf binnen de EU voor krachtige sancties tegen een ander land, Turkije, waarmee ze in conflict zijn in de Middellandse Zee. Bij sancties moeten álle EU-lidstaten hun steun uitspreken. Volgens Europese diplomaten zouden Griekenland en Cyprus hun steun wel willen geven, maar dan moeten er ook krachtige sancties tegen Turkije komen.

Slapende honden

Hoe nu verder? Volgens de diplomaten maakt de EU vermoedelijk op 21 september de definitieve lijst bekend. Op de 22ste zouden de sancties dan kunnen ingaan. Ook zou al grotendeels duidelijk zijn wie er op de lijst staan, de minister van Binnenlandse Zaken Joeri Karajev bijvoorbeeld, evenals zijn plaatsvervanger, verantwoordelijk voor het harde politieoptreden na de verkiezingen.

Maar volgens diezelfde diplomaten zouden er tot 21 september nog steeds mensen van de lijst af gehaald kunnen worden, en nieuwe er weer op gezet. Of de uiteindelijke lijst ook maar enigszins zal lijken op die van de Baltische staten, is eveneens de vraag. Diplomaten zijn daar zwijgzaam over. Al was het maar omdat ze zo slapende honden wakker kunnen maken: de EU wil immers ook banktegoeden bevriezen. Als Brussel nu al laat doorschemeren wie er op de lijst komen, geeft dat die mensen de kans om nog snel hun bankrekening leeg te halen.