Reportage

Een miljoen zonnepanelen in het Limburgse Bergen is slechts het begin

Energielandgoed Het Limburgse Bergen wil in 2030 helemaal energieonafhankelijk zijn, geïnspireerd op het Deense eiland Samsø. Om dat te realiseren is een groot leeg landgoed gereserveerd. Bewoners nemen de andere helft van de energietransitie voor hun rekening.

Op dit moment is het gebied Wells Meer, waar het Energielandgoed moet komen, on-Nederlands leeg: velden en akkers aan alle kanten, aan de horizon bosgebied en de reusachtige windmolens van de Duitse buren.
Op dit moment is het gebied Wells Meer, waar het Energielandgoed moet komen, on-Nederlands leeg: velden en akkers aan alle kanten, aan de horizon bosgebied en de reusachtige windmolens van de Duitse buren. Foto Flip Franssen

De Limburgse gemeente Bergen denkt groot: haar Energielandgoed zal 444 hectare beslaan. Wie er straks omheen loopt, is bijna twee uur zoet. Het gebied Wells Meer, waar vier windmolens en een miljoen zonnepanelen komen, is nu on-Nederlands leeg: velden en akkers aan alle kanten, aan de horizon bosgebied en de reusachtige windmolens van de Duitse buren.

Antoon Splinter maakt met weidse armgebaren duidelijk wat na realisatie van het Energielandgoed waar zal komen te liggen. En mochten er nog twijfels zijn over de drive van de wethouder milieu en duurzaamheid, dan moet zijn knalgroene poloshirt die wegnemen. „VerduurSAMEN2030” staat erop. Over tien jaar moet de Noord-Limburgse gemeente energieonafhankelijk zijn.

De inwoners van Bergen zullen zo’n 50 procent van de energietransitie voor hun rekening moeten nemen: 20 procent via besparingen, 30 procent via investeringen in zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke. Voor de andere helft heeft de gemeente het Energielandgoed bedacht.

CDA’er Splinter ontvangt in het Energiehuis, een voormalig verzekeringskantoor in het dorp Nieuw Bergen, waar het VerduurSAMEN2030 centraal staat. In een rek hangt een keur aan folders, verdeeld over drie categorieën: ‘Duurzamer in één dag’, ‘Duurzamer in één maand’ en ‘Energieneutraal in je eigen tempo’. Aan de balie kunnen burgers ook terecht met vragen. In de uitgestrekte gemeente Bergen is het van hieruit nog best even rijden naar het Energielandgoed.

Daar hangt een prijskaartje aan van 207 miljoen euro. Het is allemaal behoorlijk ambitieus voor een kleine gemeente als Bergen. Maar de raad en de wethouder geloven dat het kan. Splinter: „Bedrijven staan nu al in de rij om het stokje van ons over te nemen. Maar als particulier ga je toch ook geen onderneming de zonnepanelen op je dak laten exploiteren. Je wilt zelf profiteren van de opbrengsten.”

Deens eiland als inspiratiebron

De eerste inspiratie voor het Energielandgoed ontstond tijdens een door netbeheerder Enexis georganiseerde studiereis naar het Deense eiland Samsø. Als medeaandeelhouder van het energiebedrijf vaardigde Bergen wethouder Splinter en afdelingsmanager Ruimtelijk Domein Arno Derks af. De gemeentebestuurder: „Het was geweldig om te zien hoe het eiland zelfvoorzienend is geworden en niet meer afhankelijk is van stroomleveranciers van de vaste wal. De bevolking is zo enthousiast geworden dat ze er zelf voor gezorgd hebben dat ook de veerboot naar Samsø energieonafhankelijk is geworden.”

In de auto terug naar huis lieten wethouder en ambtenaar – nog vol van wat ze hadden gezien – de fantasie de vrije loop. Splinter: „Waarom zouden we in Bergen niet iets soortgelijks kunnen als op Samsø? Qua omvang zijn we vergelijkbaar en de gemeente is met aan de ene kant de Maas en de andere kant de Duitse grens ook een soort eiland ”

Lees ook dit interview met de topman van Enexis: ‘Verduurzamen? Dat hoeft niet per wijk’

De gemeente Bergen beschikt over ruimte. Op zo’n 110 vierkante kilometer wonen zo’n dertienduizend inwoners. De bevolkingsdichtheid is daarmee bijna vier keer lager dan gemiddeld in Nederland. Beschikken over ruimte is in het geval van Bergen bovendien écht beschikken. Wells Meer is eigendom van de gemeente en de provincie. De gemeente is bezig met de verwerving van de provinciale percelen.

De gronden worden nu nog verpacht aan een groente- en een graszodenteler. Zeker van de activiteiten van laatstgenoemde wordt Splinter niet erg enthousiast: „Er wordt volop gespoten, bemest en beregend. Aan de rand van nationaal park De Maasduinen. Het liefst was ik er morgen al vanaf.”

Foto Flip Franssen

Een eureka-moment

Begeesterd raakte de wethouder wel toen hij een eerste tekening voor het Energielandgoed Wells Meer zag. „Dat was echt een soort eureka-moment. Op de terugweg van de studiereis naar Denemarken hadden we al hardop gefantaseerd. Nu zag ik op een voorzichtige schets dat het ook echt kon en dat bovendien een aantal opgaven tegelijkertijd konden worden gerealiseerd: én energieonafhankelijk worden als gemeente én het versterken van natuurwaarden in een gebied dat nu ecologisch dood is. Er komt nu een groene verbinding tussen waardevolle landschappen met veel flora en fauna.

„Eén groot gebaar is ook beter”, vindt afdelingsmanager Arno Derks, inmiddels ook projectmanager van het Energielandgoed. „Dat voorkomt zonnepanelen die als mozaïekstukjes over een gemeente met veel kwetsbaar landschap komen te liggen.”

Wells Meer heeft bovendien als voordeel dat we windmolens kunnen neerzetten vlakbij de plek waar de Duitsers ze net over de grens ook al hebben geplaatst. Splinter is geen groot voorstander van windenergie: „Indirect is het ook zonne-energie.” Maar met vier windmolens is uitvoering van het Bergense plan simpelweg haalbaarder, ook omdat Limburg er net als alle andere provincies een x-aantal moet plaatsen.

Met 110 vierkante kilometer en 13.000 inwoners beschikt Bergen over veel ruimte

Minstens 15 procent van de benodigde financiering van 207 miljoen voor het Energielandgoed moet bijeengebracht worden door de gemeente Bergen, gemeenten in de regio en burgers met interesse in het project. Splinter: „Die zullen er zijn, zeker in een tijd waarin spaartegoeden weinig opleveren. Ook voor externe financiers is het rendement aantrekkelijk.”

Dat het landgoed te vroeg komt, omdat duurzame energie nog volop in ontwikkeling is, vindt de wethouder onzin. „Als iedereen maar als een aap op een roestig horloge blijft zitten kijken, gebeurt er helemaal niks. Dan zijn we straks met z’n allen veel te laat. En niets wordt voor de eeuwigheid neergezet. De terugverdientijd is nu vijftien jaar. Dus we kunnen blijven aanpassen.”

Foto Flip Franssen

Zone voor innovatieve bedrijven

Op het landgoed is behalve groen en wandelpaden ook een zone voor innovatieve bedrijven gepland. Splinter: „Dat kunnen energieonafhankelijke bedrijven in de agrofood worden, maar we streven ook naar bedrijven en instituten die zich bezighouden met kennis en educatie.”

De komende tijd ligt de nadruk op het bestemmingsplan voor het landgoed en het oprichten van een aparte bv die moet gaan zorg dragen voor de exploitatie. De gesprekken met energiebedrijven Enexis en TenneT en buurgemeenten over de aansluiting van het landgoed op het energienet lopen al.

Als alles volgens plan verloopt, kan in 2022 worden begonnen met de aanleg en is het landgoed in 2024 in bedrijf. „Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat we dat niet gaan halen”, zegt Splinter. „Tot nu toe hebben we alle tussentijdse deadlines gehaald. Snel aan de bel trekken als iets even wat minder loopt, helpt. Net als de raad steeds uitvoerig op de hoogte blijven houden van de vorderingen.”

Siward Zomer, coöperatief directeur van Energie Samen, de landelijke koepel en belangenvereniging van energiecoöperaties en -verenigingen, is onder de indruk van de Bergense plannen: „Het ziet er allemaal heel gedegen uit.”

In het Limburgse Leudal kunnen met opbrengst windmolens dorpsvoorzieningen worden opengehouden

Siward Zomer Directeur Energie Samen

Volgens hem zouden meer gemeenten net als Bergen moeten kijken naar de kansen die er op het gebied van energietransitie liggen. „Kapitaal en techniek zijn eigenlijk nooit een probleem. Die zijn voorhanden. Zon en wind zijn rendabel. Het komt aan op politieke wil en ruimte. Overheden kunnen het natuurlijk helemaal aan het bedrijfsleven overlaten, maar door zelf met een plan te komen houden ze zelf zeggenschap. In het [Haagse] klimaatakkoord staat ook een streven van 50 procent lokaal eigendom. In de discussie daarover gaat het te vaak alleen over voordelen als het creëren van draagvlak en snelheid wat betreft uitvoering. Eigenlijk zelden over de euro’s, terwijl die toch ook aantrekkelijk zijn. Elders in Nederland, bijvoorbeeld in de Limburgse gemeente Leudal, kunnen met de opbrengsten van coöperatieve windmolens dorpsvoorzieningen worden opengehouden.”

Niet elke gemeente beschikt echter over zoveel vierkante kilometers als de gemeente Bergen. Zomer: „Dat betekent dat je moet gaan kijken welke gebieden het meest geschikt zijn voor energielandgoederen en soortgelijke initiatieven. De eerste reactie is dan nogal eens iets als ‘In Brabant gaan we alleen produceren voor de Brabantse behoefte’, maar kijk naar de varkensproductie. Die uit Brabant gaan naar China. Energie voor anderen opwekken zou geen taboe moeten zijn, maar zorg wel dat de opbrengst in je regio blijft.”