Reportage

De rustdag in de Tour was nooit zo stressvol

Rustdag Op een dag die normaal is bedoeld om even op adem te komen van de eerste Tour-week, hangt een scenario van positieve coronatesten als een zwaard boven het peloton. „In de Pyreneeën stonden zo veel mensen langs de kant.”

Mondkapjes bij renners én fans; de vraag is of het voldoende is om Covid-19 buiten het peloton te houden.
Mondkapjes bij renners én fans; de vraag is of het voldoende is om Covid-19 buiten het peloton te houden. David Stockman/Belga

Bij de ingang van het provinciehuis in La Rochelle heeft een legertje journalisten zich maandagmiddag opgesteld in afwachting van wielrenners die zich weldra zullen melden voor hun verplichte coronatest, de eerste na de Tour-start in Nice, negen dagen geleden.

Interviews geven ze hier niet, daarvoor zijn videoverbindingen geregeld zodat de bubbel waarin ze zitten niet op knappen komt te staan. Alsof dat in de Pyreneeën niet allang gebeurd is, toen daar afgelopen weekend duizenden Basken hun helden zonder mondkap stonden toe te schreeuwen, op veel minder dan anderhalve meter afstand. Er hoefde maar één besmette mens tussen te staan om een rampzalige kettingreactie te ontketenen. In het geval dat het virus in de buitenlucht verspreid kan worden. Er waren nogal wat renners die zich daar grote zorgen om hadden gemaakt.

Na een verplaatsing van ruim vierhonderd kilometer over land – door corona niet per vliegtuig – komen ze één voor één met de bus van hun ploeg aan bij het provinciehuis. Ze volgen bordjes met ‘COVID-test’ en krijgen in een kantoortje een wattenstaafje in beide neusgaten geduwd, om dan terug te keren naar hun hotel, waar ze in spanning afwachten of er antistoffen zijn weggeschraapt. Die uitslag krijgen ze maandagavond, in het uiterste geval pas dinsdagochtend.

Per direct naar huis

Als renners positief zijn, moeten ze de Tour per direct verlaten. Bij twee gevallen geldt dat zelfs voor het hele team, ongeacht de positie van hun sterkste man in om het even welk klassement. Dat scenario hangt als een zwaard boven het peloton op de eerste rustdag van de Tour, die normaal juist bedoeld is om even op adem te komen. Om uit te slapen, de benen rustig los te trappen, en familie te zien.

Team Ineos heeft geluk. Ze hoorden bij het rijtje ploegen dat zondagochtend al een test onderging, voorafgaand aan de negende etappe van Pau naar Laruns. Er moeten in totaal 650 tests worden afgenomen. Om de labs te ontlasten, is die groep in tweeën gedeeld. Als Dylan van Baarle aan de Atlantische Kust ontwaakt, hoort hij dat zijn hele team negatief is. Dan ga je toch wat rustiger zo’n rustdag in. „Echt zorgen maakte ik me niet, maar je weet nooit of je het ergens op hebt gepikt,” zegt Van Baarle. „In de Pyreneeën stonden zo veel mensen langs de kant. Dat was echt niet zoals het moet zijn.”

Het deel van het peloton dat nog geen test onderging, kan maandag alleen maar hopen op een negatief resultaat. Organisator ASO maakt officieel pas dinsdagochtend bekend of er besmettingen zijn geconstateerd. Er is niets gecommuniceerd over het stoppen van de wedstrijd bij een bepaald aantal positieve gevallen. En wat als de gele trui en zijn ploeg naar huis moeten? Niemand die het weet.

Bij Lotto Soudal, de Belgische ploeg die voor de Tourstart in Nice twee stafleden naar huis stuurde na een positieve en een ‘niet-negatieve’ test, steken ze de kop in het zand. „Dat zijn zorgen voor morgen”, zegt een woordvoerder. „‘Wat als’ is negatieve energie. Maar geloof me: niemand is hier ongerust.”

Bij de ingang van het provinciehuis in La Rochelle heeft Marc Reef, ploegleider van Team Sunweb, een soortgelijke boodschap. Zijn renners worden elk moment getest. Bang voor de resultaten is hij niet. „Eerlijk gezegd was ik voor de start in Nice zenuwachtiger. Nu we onderweg zijn en ons aan alle protocollen houden, zal het wel goed komen. Niemand heeft bij ons klachten. Hoewel je ook positief kunt testen zonder dat je symptomen hebt.”

Weken vast in hotel

Een detail, met in potentie grote gevolgen, dat één ploeg aan den lijve ondervond. Bij UAE Emirates testte eind februari acht mensen positief op het coronavirus, onder hen ook een renner, Fernando Gaviria. De UAE Tour werd meteen afgelast, en er waren renners en journalisten die weken vastzaten in hun hotel.

„Dat gaf ons een goed beeld van hoe besmettelijk dit virus is, en hoe makkelijk het zo’n bubbel binnendringt”, zegt Jeroen Swart, de Zuid-Afrikaanse dokter van het team. „We hebben er ook veel van geleerd. Ik heb denk ik het uitgebreidste protocol van alle ploegen geschreven, met een maximale bescherming. We hebben een bedrijf ingehuurd dat onze bus elke dag volledig ontsmet. Maar zelfs dat is niet volledig waterdicht. Onze staf krijgt eten van het hotel waar we slapen. Je kunt niet alles altijd desinfecteren.”

Formulieren

Swart is er maandagmiddag niet gerust op, in afwachting van de testresultaten. Het is geen normale rustdag. Hij weet niet wat hem boven het hoofd hangt. Twee keer per dag verzamelt hij formulieren van renners waarop ze bijhouden of ze klachten hebben. Bij een bepaald aantal punten moeten ze tussentijds getest worden. Zover kwam het nog niet.

Maar over het zwartste scenario heeft Swart al wel vast nagedacht. Als zijn beste man, in dit geval Tadej Pogacar uit Slovenië, in de gele trui zes strafpunten laat noteren, is hij verplicht dat te melden aan organisator ASO. Die zal hem testen, en hem uit de Tour halen als dat nodig is. „Ik moet objectief zijn. Het gaat niet alleen om het team, niet alleen om het peloton, maar om de veiligheid van de hele maatschappij.”

Dinsdagochtend, elf uur. Via Twitter maken ploegen duidelijk dat ze onderweg zijn naar de start van de tiende etappe. Bij Deceuninck-Quickstep moet één staflid een hertest ondergaan. Die blijkt negatief. Bij Lotto Soudal blijft het lang stil, maar ook de Belgische ploeg kan van start.

Dit artikel is geüpdatet op 8 september om 11.53 uur.