Opinie

De neveneffecten van vooruitgang

Lotfi El Hamidi

Vroeger was alles beter. Negen van de tien keer komt zo’n uitspraak van een oude zeur, en negen van de tien keer is het een man. En toch kun je, zonder te vervallen in clichés over ‘vroegâh’, wel degelijk kanttekeningen plaatsen bij wat doorgaans vooruitgang wordt genoemd.

Onlangs luisterde ik naar De Ongelooflijke Podcast met daarin een gesprek tussen presentator David Boogerd, theoloog Stefan Paas en schrijver – en sinds kort belijdend katholiek – Stephan Sanders, over geloven in een seculier tijdperk. Sanders vertelt hoe hij ontroerd raakt door „metselaars en bakkers”, eenvoudige mensen kortom, die op zondag „geconfronteerd worden met begrippen, noties en […] complexe vraagstukken” die twee millennia oud zijn. Tegelijkertijd maakt het Sanders „wanhopig” hoe deze tweeduizend jaar rijke beschaving in anderhalve generatie is „doorgeknipt”. Twee generaties die liever op zondag gingen winkelen dan een gang naar de kerk maakten, voegt Paas eraan toe, „en het is weg”.

Tot op zekere hoogte is vooruitgang meetbaar. Toegenomen geletterdheid, hogere leeftijdsverwachting, meer vrouwen op de arbeidsmarkt, meer welvaart (hoewel de ongelijkheid groeit zijn de allerarmsten grosso modo minder arm dan hun ouders). Allemaal ontwikkelingen die je alleen maar kunt toejuichen.

De neveneffecten, met name op immaterieel vlak, zijn wat lastiger te meten, maar niet minder waarneembaar. De paradox: ondanks de toenemende individuele vrijheid, met name in de grote steden, lijken mensen steeds meer op elkaar. Overal zie je dezelfde mode terug, wordt er veelal hetzelfde oppervlakkige entertainment geconsumeerd, en eten mensen al dan niet wandelend hetzelfde snelle voedsel – tijd is een schaars goed, misschien wel de grootste paradox van de moderniteit. En ook al is religie wereldwijd nog alom aanwezig, het is opvallend vaak een herkenbaar kleinburgerlijke variant, meer seculier dan spiritueel. God ontmoet kapitalisme – of omgekeerd.

Laatst las ik in de Volkskrant een fotoreportage over de Mohana, een seminomadische bevolkingsgroep in het zuiden van Pakistan. Eeuwenlang leven de Mohana op traditionele wijze in drijvende dorpen, waar ze met tamme pelikanen vissen vangen. De foto’s geven een kleurrijk beeld van een intrigerend vissersvolk.

Maar zoals met veel traditionele volkeren in de wereld dreigt ook deze gemeenschap meedogenloos te worden opgeslokt door de moderne tijd. Het ooit visrijke meer waar het laatste Mohanadorp nog te vinden is, wordt door vervuilende industrie nagenoeg onleefbaar gemaakt. Het is een kwestie van tijd voordat leden van deze bijzondere volksstam zullen verdwijnen in de kleurloze massa van de metropool Karachi, waar ze naast hun oude manier van leven waarschijnlijk ook hun verfijnde soefitradities kwijtraken.

Ontroerend. En om wanhopig van te worden.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft elke maandag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.