Opinie

De Europese storm die nog moet losbarsten

Menno Tamminga

De euroscepticus en de centrale-eurobankier zijn het roerend eens. Een eurostorm loert. Econoom Bert de Vries, voormalig minister (Sociale Zaken, CDA), is de euroscepticus. Binnen een of twee jaar staat de Europese muntunie „voor een nieuwe schuldencrisis”, schreef hij onlangs in NRC.

Econoom Klaas Knot, centrale bankier in Amsterdam en Frankfurt, voorziet „meer schuldencrises, meer noodsteun en een lagere welvaart” als Nederland en de andere lidstaten niet snel nauwer samenwerken. Hij pleitte vorige week in de door Elsevier Weekblad georganiseerde HJ Schoo-lezing voor het opgeven van Nederlandse soevereiniteit bij economisch beleid. De Vries wil juist af van de „krampachtige” pogingen tot meer eurosamenwerking, zei hij in NRC.

Lees ook deze column van Luuk van Middelaar:Hoe de vorige crisis doorwerkt in het nu

De Vries en Knot zijn tegenpolen die het eens zijn over de essentie: de Europese muntunie heeft het tegenovergestelde opgeleverd van wat de leidende politici dachten. De landen zijn níét naar elkaar toegegroeid in hun economische prestaties, zoals de bedoeling was. Integendeel.

Zoals Knot het voorzichtig zegt: de euro heeft de neiging tot economische scheefgroei binnen Europa te leiden. In mijn woorden: de euro is geen bindmiddel, maar splijtzwam. Is het eigenlijk wel eerlijk de euro de schuld daarvan te geven? Of zijn het de grote, historische verschillen tussen de deelnemende landen?

Misschien is de structuur van de economie, zoals de verhouding tussen industrie, landbouw en dienstverlening, de productiviteit, en de sociaal-economische besluitvorming, in het ene land gewoon beter aangepast aan trends als liberalisering en globalisering dan in het andere land. Gevolg: de beoogde Europese harmonie is een arena vol politieke nijd en strijd.

De beoogde Europese harmonie is een arena vol politieke nijd en strijd

Is er een oplossing? Knot dringt aan op intensiever samenwerken en het opgeven van nationale soevereiniteit. Effectieve afstemming van begrotings- en stimuleringsbeleid kan het verschil tussen Noord-Europese koplopers en Zuidelijke achterblijvers verkleinen. Dat kost in Italië „waarschijnlijk tientallen jaren”, oppert Knot. Tot ziens in 2060...

De vraag, die Knot niet beantwoordt, is: willen Spanje en Italië met ons óók soevereiniteit opgeven? Daar lijkt het niet op. Ze waren mordicus tegen strikter toezicht op hun besteding van gelden uit het Europees herstelfonds.

Het meest opvallende is dat Knot zinspeelt op de mogelijkheid dat landen met onhoudbare schulden om de tafel gaan zitten met hun schuldeisers, zoals banken, om de last te verlichten. In praktisch Nederlands: zo’n land dreigt bankroet te gaan à la Argentinië, de schuldeisers moeten een deel van hun vorderingen afschrijven anders krijgen ze misschien nog minder terug en onze europartner maakt een ‘doorstart’ zoals failliete bedrijven dat doen. Naast het herstelfonds komt er dan een noodregeling voor geflopte eurolanden. De uitwerking hiervan is overigens „verre van probleemloos”, erkent Knot.

Zo’n schuldsanering plus ‘doorstart’ komt in de plaats van de Italiaanse oplossing uit de tijd van voor de euro als de economische groei stagneerde: devaluatie van de lire. Dat gaf de export een impuls en steunde het toerisme. Met de euro kan dat niet meer. Knots idee van schuldsanering doet hetzelfde als een devaluatie, maar met andere middelen. De Vries kiest onomwonden voor herinvoering van nationale munten zodat overheden weer kunnen devalueren.

Gaan politici de inherente tegenstellingen op korte termijn repareren? De angst van De Vries voor een schuldencrisis is realistischer dan de hoop van Knot op de deus ex machina.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.