Man beledigt Joodse buren – of juist niet?

Wie: Stephen, Hans, Gabriela

Kwestie: (groeps)belediging, bedreiging, antsemitisme, aanzetten tot discriminatie

Waar: Rechtbank Amsterdam

De Zitting

Het is voor de rechtbank vandaag op eieren lopen, hoewel de officier maar 1.000 euro boete zal eisen, waarvan de helft voorwaardelijk, een proeftijd en een contactverbod. Meestal is dat niet meer dan een half uurtje bij de politierechter. Alleen gaat het nu over de grofst denkbare antisemitische beschuldigingen aan het adres van twee oudere, tweedegeneratieoorlogsslachtoffers. Dus trokken drie rechters er een middag voor uit.

In de zaal zit bovendien Peter R. de Vries, die in 2016 voor zijn tv-programma Internetpesters vierkant achter de aangevers was gaan staan. In die RTL-uitzending waste hij de politie de oren omdat zij zeer slordig met de aangiften was omgegaan. De zaak is oud: het wangedrag dateert van voor 2015.

Zowel de rechters als het Openbaar Ministerie noemen het dossier ‘rommelig’, met aangiftes van bedreigingen zonder screenprints. En screenprints zonder aangiftes. De voorzitter is niet erg vertrouwd met Facebook – ze vraagt de partijen maar te doen alsof ze er helemaal niets van weet. Verdachte Stephen is een zwarte homoseksuele Surinamer, die ook aangifte deed wegens belediging, discriminatie en mishandeling, maar tegen de slachtoffers, Hans en Gabriela. Hans is daar in 2019 ook voor veroordeeld – hij heeft het over ‘filthy faggots’ gehad, ook op Facebook. Gabriela is volgens de officier ‘abusievelijk’ niet vervolgd. Zij zou Stephen destijds fysiek hebben aangevallen.

De antisemitische bedreigingen zijn deel van een ernstige burenruzie, die al langer loopt. Verder blijkt Gabriela door haar woningbouwvereniging inmiddels uit huis te zijn gezet wegens het indienen van ‘niet-bestaande klachten’. Gaande de zitting wordt het onderscheid tussen verdachte en slachtoffer almaar vager.

Stephen komt met een verdediging die de strafzaak geheel onderuit haalt – indien de rechter het verhaal gelooft. Vóórdat het tweetal aangifte tegen hem deed, in 2015, deed Stephen al aangifte van identiteitsfraude. Onbekenden zouden onder zijn naam een account hebben geopend, met daarop allerlei antisemitische taal. Waarna de politie vervolgens verzuimde bij Facebook het IP-adres op te vragen van die fake Stephen. Een poging in 2019 om dat alsnog uit te zoeken, is mislukt. Facebook bewaart die gegevens maar negentig dagen. Stephen verdenkt de slachtoffers de antisemitische bedreigingen zelf te hebben gepubliceerd via een valse of gehackte Facebookaccount. Dan zou deze zaak dus een farce zijn.

De rechtbank zit aldus met een stokoude strafzaak, een rammelend dossier en een stevig bewijsprobleem. Heeft de verdachte de bedreigingen daadwerkelijk zelf geplaatst? Over Stephen horen we nog dat hij psychotisch is, suïcidaal, nog maar 46 kilo weegt en euthanasie tracht te krijgen. De advocaat spreekt over een paranoïde, makkelijk geagiteerd persoon, die aan dissociatieve amnesie lijdt en snel gaat huilen. Een direct gesprek kan zij niet met hem voeren. „Hij haalt alles door elkaar.” Daarvoor is tussenkomst van Stephens ex-partner nodig. Verder wacht hij hoger beroep in een zedenstrafzaak af, waarin hij tot zes maanden is veroordeeld wegens ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’. Een telefoon heeft hij niet meer, want hij denkt te worden afgeluisterd.

De aangevers vertellen dat de kwestie hen zeven jaar ellende heeft gebracht: stress, verdriet en gezondheidsschade. Hans is tweedegeneratiekampslachtoffer, Gabriela is kind van een ‘Duitse nazi’ en een Joodse vrouw en daarnaast slachtoffer van ‘seksueel en psychisch misbruik’. Een buurman die dan gaskamers, lampenkappen, villen etc. op hen betrekt, dat was te veel.

Procesdeelnemers: Rechters: A.A. Spoel, C.M. Degenaar, L. Dolfing Officier van Justitie: F.R. Bons Advocaten: Ilse Engwirda, Brendan Newitt

Twee weken later spreekt de rechtbank Stephen vrij. Er is onvoldoende objectief bewijs dat hij die Facebookberichten inderdaad zelf zou hebben geplaatst. Dat zijn account zou zijn gehackt, vindt de rechtbank niet onaannemelijk, ook omdat de verdachte een verklaring heeft van de ‘risk support specialist’ van Facebook die dat ondersteunt. Het OM wordt erop gewezen dat het niet tijdig uitzoeken van de IP-adressen ‘niet ten nadele van de verdachte’ mag komen.