De markt van Bamako, Mali, acht dagen na de staatsgreep tegen oud-president Keïta.

Foto Annie Risemberg/ AFP

Interview

Waarom Mali steeds maar staatsgrepen heeft

Joe Gazeley | Onderzoeker Mali heeft zich zo afhankelijk gemaakt van peperdure militairen en buitenlandse hulp, dat het meer verantwoording is verschuldigd aan oud-kolonisator Frankrijk, dan aan Malinezen, zegt een onderzoeker.

Toen eind augustus de eerste berichten over een muiterij op een legerbasis buiten de hoofdstad Bamako in Mali naar buiten kwamen, dacht de jonge academicus Joe Gazeley: daar gaan we weer. De inname van de legerbasis in de garnizoensstad Kati, de arrestatie van president Ibrahim Boubacar Keïta en zijn kabinet, de kloeke verklaringen van mannen in uniform die met de machtsovername de rust en stabiliteit in Mali zeiden te willen ‘herstellen’.

Dat tafereel kwam sinds Mali in 1960 onafhankelijk werd van Frankrijk, al drie keer eerder voor. Ook in 1968, 1991 en 2012 keerden muitende soldaten zich tegen de zittende machthebbers. De onderliggende problemen die leiden tot zulke staatsgrepen staan uitgebreid beschreven in het proefschrift waaraan Gazeley net de laatste hand legt aan de Universiteit van Edinburgh. Ook deze coup zal niet Mali’s laatste zijn, voorspelt hij.

Je kunt de militairen niet ontslaan, dan heb je overal werkeloze mannen rondlopen met wapens

Joe Gazeley onderzoeker

Gazeley onderzoekt de verstikkende relatie tussen Mali en de voormalige kolonisator Frankrijk tussen 1958 en 2020, die de bodem voor staatsgrepen legde. De titel van zijn onderzoek is veelzeggend: ‘Ze hebben vele ketenen om ons aan vast te leggen.’ Hij bestudeerde tienduizend diplomatieke documenten die werden verzonden tussen Parijs en de voormalige koloniën in West-Afrika en komt tot een fatalistische conclusie als het om Mali gaat.

„Geen leider kan controle over zijn grondgebied uitoefenen, zonder de staat in onderpand te geven aan buitenlandse partners”, schreef Gazeley kort na de recente coup in The Washington Post. „Iedere leider zal een land erven dat zichzelf niet kan bedruipen. Zo is hij meer verantwoording verschuldigd aan buitenlandse donoren dan aan de eigen bevolking. De leiders van Mali hebben geen andere keuze.”

Mali heeft wel degelijk geprobeerd om die zelfbeschikking te krijgen, verduidelijkt Gazeley telefonisch vanuit de Schotse hoofdstad. Het was precies dat verlangen naar autonomie dat de eerste president van het onafhankelijke Mali, Modibo Keïta, in de armen dreef van militairen.

Lees ook: Is deze Malinese imam de sleutel tot verandering?

Mali werd in 1960 onafhankelijk van Frankrijk als onderdeel van een federatie met buurland Senegal. Die federatie bleef echter onder strenge regie staan van Parijs. „Ik noem dat het koloniale pact, dat uit drie pijlers bestaat en dat tot op de dag van vandaaag doorwerkt. Economische en militaire controle én Franse inmenging in de buitenlandse politiek van oud-koloniën”, zegt Gazeley.

Die economische controle hield Parijs door met acht voormalige Franse koloniën in West-Afrika een munteenheid af te spreken, de CFA (Communauté Financière d’Afrique). „Het belangrijkste en slimste instrument van het koloniale pact”, volgens Gazeley. „Die munt werd gekoppeld aan de Franse frank en later aan de euro. Volgens die afspraken waren de Afrikaanse landen verplicht om 65 procent van het geld (later werd dat 50 procent) dat ze verdienden met export van hun grondstoffen, op een speciale rekening zetten van het ministerie van Financiën van Frankrijk. Door de CFA te koppelen aan de eigen munt kon Frankrijk West-Afrikaanse grondstoffen met voorkeursbehandeling opkopen tegen lokaal tarief, dus zonder dure buitenlandse valuta als de dollar te hoeven te gebruiken. „Als de constructie al voordeel heeft voor de West-Afrikaanse landen, dan is dat onbedoeld. Het systeem draait om het belang van Frankrijk.”

Lees ook: Malinezen waren nog niet bekomen van vorige staatsgreep

Frankrijk dirigent van het orkest

Militaire en politieke dominantie behoudt Frankrijk daarnaast onder meer door een keer per jaar de West-Afrikaanse staatshoofden in Parijs te laten vergaderen over hun buitenlandse politiek. Als gastheer treedt Frankrijk op als dirigent van het orkest, en kan zo de Franse belangen waarborgen. „Die bijeenkomsten van Françafrique zijn als een familiebijeenkomst, waarbij Frankrijk de ceremoniemeester is”, aldus Gazeley.

Om onder die Parijse invloed uit te komen, brak Keïta in augustus 1960 met de federatie met Senegal, met de gezamenlijke munt CFA, en het militaire en politieke toezicht. „Frankrijk strafte meteen voor die ongehoorzaamheid en sloot Mali af van de buitenwereld. Het treinvervoer dat Mali [geheel door land omgeven] verbond met Senegal [aan de Atlantische Oceaan] en dat tot dan toe 90 procent van de Malinese handelswaar vervoerde, werd stilgelegd. Mali raakte ook de toegang kwijt tot het regionale belastingstelsel waarmee de West-Afrikaanse landen hun inkomsten onderling verdeelden, dus alles in Mali werd duur.”

Om toch belasting te verdienen voor de prille staat, stuurde de overheid ambtenaren naar de Toearegs, nomaden in het verre noorden, die goed geld verdienden aan de trans-Sahara handel in vee. Omdat de Toearegs in opstand kwamen tegen die bemoeienis, moesten al snel militairen afreizen naar de woestijn om de belasting af te dwingen. Hierop joegen de nomaden hun vee de grens over, waarmee de kip met de gouden eieren de nek werd omgedraaid.

Frankrijk hielp het verzet van de nomaden heimelijk met geld en wapens, volgens de filosofie van verdeel-en-heers. Gazeley: „Aan het einde van dit conflict, in 1964, had Mali een peperduur militair apparaat, maar nog altijd veel te weinig inkomsten om dat te kunnen betalen.”

Een Malinese soldaat, een dag na de staatsgreep in augustus.

Foto H. Diakite/EPA

Onder dat juk moesten de opvolgers van Keïta wel capituleren. Hij stapte in 1984 alsnog in de CFA. De functies van de nu bankroete staat, zoals gezondheidszorg en onderwijs maar ook veiligheid, werden overgenomen door buitenlandse (hulp)organisaties. „Door de kerntaken van de overheid uit te besteden aan buitenstaanders ondermijnde de regering in Mali zijn verantwoording aan de eigen burgers. Dat is slecht voor de democratie.”

Twintig procent naar defensie

Tegelijk blijven er grote sommen geld naar de militairen gaan om de staat op poten te houden. Meer dan twintig procent van de inkomsten van de regering in Mali gaat naar defensie. Die militairen zijn niet alleen duur maar ook gevaarlijk, zoals ze lieten zien in de staatsgrepen van 1991 en 2012. „En je kunt ze niet ontslaan, want dan heb je overal jonge werkeloze mannen rondlopen met wapens.”

Als de Toearegs na de staatsgreep in 2012 een verbond sluiten met de jihadisten van de groepering Ansar Dine, gelieerd aan Al-Qaida, en vervolgens de steden in het noorden innemen voor hun gedroomde staat, blijkt het Malinese leger ook nog eens machteloos. De hulp van de Fransen moet worden ingeroepen. Zo bestrijden de Fransen nu het verzet van de Toearegrebellen, de partij die ze na de onafhankelijkheid van Mali juist heimelijk steunden.

Als Mali zelf voor alle militaire steun zou moeten betalen die het nu uit Frankrijk, de EU en de Verenigde Naties krijgt, zou dit 75 procent van alle regeringsinkomsten vergen.

Zeven jaar later zitten de Franse militairen nog steeds in Mali. Niet omdat de huidige Franse president Emmanuel Macron dat zo graag wil, maar omdat hij bang is voor de consequenties van een vertrek. „Als de Fransen weggaan, gaat Mali onderuit”, zegt Gazeley. „Dat heeft consequenties voor de hele regio. En dan stort ook, als een kaartenhuis, het hele postkoloniale systeem in dat Parijs zo lang in stand heeft weten te houden. Het Franse koloniale project heeft zwakke en afhankelijke staten geschapen, die ze nu zelf moeten blijven stutten.”

Geldschieters azen op invloed in Mali en het hart van de Sahel

Bovendien heeft de Europese Unie Mali maar ook buurland Niger gedwongen te stoppen met het vervoer van migranten door de Sahara, eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten. Frankrijk verklaarde Niger begin augustus daarnaast volledig rood (onveilig) gebied voor bezoekers nadat er zes Franse hulpverleners waren vermoord.

Mali staat, behalve de hoofdstad Bamako en een paar andere kleine gebieden, ook volledig op rood. Ondertussen azen andere geldschieters op invloed in Mali en het hart van de Sahel, ieder met zijn eigen agenda. Saoedi-Arabië leidde bijvoorbeeld de conservatieve imam Mahmoud Dicko op, die afgelopen maanden de demonstraties tegen president Keïta leidde. De Russen lonken ook.

Terwijl de militairen nu met maatschappelijke groeperingen en de buurlanden onderhandelen over een ‘overgangsregering’ voor de komende drie jaar, staat volgens Joe Gazeley de afloop al vast. Een failliete staat heeft immers geen andere keus dan zijn lot in de handen van militairen en buitenstaanders te leggen. „Wie er ook de nieuwe president van Mali wordt, de onderliggende structurele problemen zullen blijven.”