Tom Dumoulin: van schaduwkopman tot meesterknecht in een dag

Tour de France Zelf winnen zit er nu niet in voor Tom Dumoulin. Hij rijdt in dienst van Primoz Roglic, die het geel veroverde.

Tom Dumoulin (vooraan) maakt tempo voor zijn ploeggenoot Primoz Roglic tijdens de negende etappe, waarin Roglic het geel pakt.
Tom Dumoulin (vooraan) maakt tempo voor zijn ploeggenoot Primoz Roglic tijdens de negende etappe, waarin Roglic het geel pakt. Foto Stephane Mahe/Reuters

Als Tom Dumoulin zaterdagmiddag onderweg naar een col van de buitencategorie voor de zoveelste keer deze week voelt dat hij met het lijf waarover hij momenteel beschikt de Tour niet kan winnen, besluit hij zonder overleg met zijn coaches in dienst te gaan rijden van Primoz Roglic, de man die op de fiets in de eerste van drie weken zijn meerdere is gebleken.

Na al die jaren in het peloton weet Dumoulin heel goed wat hij wel en niet kan. Zelf winnen zit er dit jaar niet in, nadat hij 420 dagen geen wedstrijd reed, en in die periode zelfs twijfelde of hij überhaupt nog wel wielrenner wilde zijn. Een knieblessure hield hem veel te lang aan de kant, en toen hij klaar was voor een rentree, kreeg hij een darmparasiet. Daarop volgde de coronapandemie.

Dumoulin heeft al met al meer tijd nodig om terug te komen op het niveau van weleer, fysiek en mentaal

Dumoulin heeft al met al meer tijd nodig om terug te komen op het niveau van weleer, fysiek en mentaal. Om drie weken lang tot het uiterste te kunnen gaan moet afzien een gewoonte worden. Pijn lijden, om in die toestand boven zichzelf uit te stijgen. Dat wordt ook makkelijker met een eindzege binnen handbereik.

Dumoulin reed voor deze Tour pas acht wedstrijden, voorbereidingskoersen in Frankrijk. Van competitie werd hij beter, dat zagen zijn ploeggenoten ook. De man heeft talent, won niet voor niets de Giro in 2017, en werd tweede in de Tour van 2018. Op basis van die status en goede fysieke tests kreeg hij een gedeeld kopmanschap toebedeeld. Maar dat kwam te vroeg voor hem. Wat overblijft is zich wegcijferen voor een hoger doel: de gele trui in Parijs, met de ploeg.

Op de laatste klim knijpt Dumoulin zich zaterdag helemaal leeg. Hij wil niet roemloos ten onder gaan, dat is zijn eer te na. Bovendien wil hij aan zijn ploegmakkers laten zien dat hij in het teambelang kan handelen, dat hij hier niet in de rondte rijdt voor de BV Dumoulin, zoals hij het zelf omschrijft. De Col de Peyresourde trapt hij zo hard omhoog dat alle kopmannen geïsoleerd komen te zitten en naar adem happen. Een minder goede Dumoulin is nog altijd van wereldklasse. Hij hoopt dat Roglic het na zijn inspanning overneemt, en zijn concurrenten van zich afschudt. Maar dat gebeurt niet. Omdat hij niet kan, of omdat hij rekent met de dagen die nog komen gaan.

Door zijn krachtsinspanning verliest Dumoulin ruim twee minuten. Aan de streep in Loudenvielle staan in zijn ogen donderkoppen. Met de pers wil hij niet praten, hier moet hij even over nadenken, in stilte, en afzondering. De ploegbus is zijn vluchtheuvel. Hij is teleurgesteld in zichzelf, had meer van deze Tour verwacht, of gehoopt eigenlijk. Want na zo weinig competitie wist hij niet goed wat er in Frankrijk mogelijk was.

Zijn team concludeert dat hun ‘schaduwkopman’ zich in de eerste Pyreneeënrit voor niets heeft opgeofferd. Dat was het plan helemaal niet. Ze zouden juist zo lang mogelijk op twee paarden wedden, en dan in de zware slotweek in de Alpen wel zien hoe die uit te spelen. Een volgende keer kan hij zich beter vanuit de auto laten coachen, in plaats van zo’n grote beslissing alleen te nemen, vindt de ploegleiding. Daar wordt op zaterdag over gesproken. En daarmee is het afgedaan.

Lang uit de roulatie

Collega George Bennett schat dat Dumoulin veel beter is dan hij zelf denkt. Hij komt gewoon vertrouwen tekort, na zo lang uit de roulatie te zijn geweest. Heeft nog een paar ritten nodig. Kwestie van de motor aanzwengelen en even warm laten worden. Maar Dumoulin weet zelf wel beter. Als hij harder had gekund, had hij het wel gedaan. Van de theorie dat zijn gedachten, meer specifiek zijn twijfels, hem in de weg zitten, wordt hij zo langzamerhand een beetje moe. „Alsof ik mezelf naar de top had kunnen denken.”

En dus verschijnt de mede-kopman van zaterdag op zondag als meesterknecht aan de start. Zichtbaar meer ontspannen. De druk is eraf. De teleurstelling over het eigen handelen heeft plaatsgemaakt voor een zuivere wil om dan deel uit te maken van een winnend team. Voor de verzamelde pers uit binnen- en buitenland neemt hij alle tijd, nu hij over zijn verrichtingen heeft kunnen nadenken. Hij maakte een tactische fout, zegt hij eerlijk, toen hij voor Roglic zo hard op kop ging rijden. Daardoor verloor zijn ploeg de controle. En dat gebeurde nog niet zo vaak.

Want wat was de geel-zwarte trein indrukwekkend in de eerste week van de Tour. Van de eerste tot de negende rit bepaalde Jumbo-Visma wat er gebeurde, hoe hard het waar zou gaan, wie er mocht demarreren, en wie terug moest worden gehaald. De overmacht zat ’m in de uitgebalanceerde selectie, en de wil en het vermogen van elk individu om zich voor het teambelang op te offeren. Viel er een pion weg, dan stond er een ander op. Zo ging het bergop, maar ook op het vlakke, als de wind van de zijkant kwam.

Lees ook dit interview met Tom Dumoulin (mei 2020): ‘Ik vond het lastig om altijd maar die leuke gast te moeten zijn’

Vedergewichten werden waaierspecialisten, en mannen van de grote plaat reden ineens om het hardst omhoog. De ploeg won drie van de negen etappes; één met Roglic, en twee met Wout van Aert, die als knecht een hoofdrol voor zich opeiste. De drievoudig wereldkampioen veldrijden knevelde met wonderbenen een volledig peloton, inclusief Dumoulin, die zich door al dat geweld algauw geen illusies meer maakte.

Er kwam iets onoverwinnelijks over Jumbo-Visma heen, en daarin schuilde het gevaar. Want wie hele dagen met de neus in de wind rijdt, raakt ook een keer opgebrand. Enthousiasme is goed totdat het in overmoed omslaat. Na elke dagzege zette de ploegleiding het team weer op de grond. Etappezeges waren slechts een bonus, een smeermiddel in een toch al zo geoliede machine. Nog maar eens: het ging om het geel. In Parijs.

Zondagochtend ziet Dumoulin daartoe kansen, bij de start van de negende etappe in Pau. Op de slotklim vooral, die over de Col de Marie Blanque. Het zou zomaar kunnen dat geletruidrager Adam Yates dan zonder ploegmakker komt te zitten, op stukken die oplopen tot wel 14 procent. Dat is alsof je een blauwe skipiste de verkeerde kant op neemt. Precies daar valt Tadej Pogacar aan.

Van grote waarde

De landgenoot van Roglic was zaterdag ook al de sterkste klimmer, toen hij op de Col de Peyresourde de snelste tijd ooit klokte. Dit keer kan Dumoulin wel van grote waarde zijn. Hij rijdt het gat dicht en houdt Roglic in positie. Achteraf is hij blij met die prestatie. Het voelde stukken beter dan zaterdag.

Op de top van de Marie Blanque sprinten Roglic en Pogacar alsof de finish er ligt. Er vallen bonusseconden te verdienen. Roglic pakt er vijf, en stort zich dan over voor hem bekende wegen het dal naar Laruns in. Twee jaar geleden won hij hier de rit, door Dumoulin in de afdaling uit het wiel te rijden. Toen rivalen, inmiddels collega’s. Nu is Pogacar de dagwinnaar. En pakt Roglic de gele trui waarvan hij als jongetje droomde.

Er verschijnt een glimlach om zijn lippen, vlak voor een wit mondkapje zijn gelaatstrekken uitwist. Dan valt de realiteitszin weer in. Roglic heeft deze dagen een mantra: er gaat nog veel gebeuren. Hij is nog niet op de helft.

Wie weet is het na maandag wel afgelopen. Dan wordt het peloton op corona getest.