‘Psychiater heeft niet genoeg inspraak bij behandeling patiënt’

Geestelijke gezondheidszorg Psychiaters zijn ontevreden over de complexe organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en hun rol daarbinnen.

Het Amsterdam UMC.
Het Amsterdam UMC. Foto Koen van Weel

Vier op de tien psychiaters vinden de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg te groot en te complex geworden om nog persoonlijke zorg te kunnen bieden. Psychiaters vinden de wachtlijst voor behandelingen, waar zo’n negentigduizend mensen op staan, te lang.

Ook over eigen werk binnen ggz-instellingen zijn psychiaters ontevreden; de helft zegt dat hun functie is „gemarginaliseerd”, terwijl ze wel een „leidende rol” zouden willen.

Dat blijkt maandag uit de ‘psychiaterthermometer’ van collectief De Jonge Psychiater, waarvoor 816 psychiaters een vragenlijst invulden.

Hoewel psychiaters zeggen „voldoening” uit contact met patiënten te halen en denken iets voor hen te kunnen betekenen, overweegt 30 procent met het vak te stoppen vanwege de manier waarop de zorg is georganiseerd. Psychiaters vinden dat ze niet genoeg inspraak hebben bij de behandelingen. In instellingen zijn psychiaters vaak nauwelijks meer betrokken bij intakegesprekken en diagnoses. Ze worden dan pas bij behandelingen betrokken als patiënten niet meer door andere hulpverleners geholpen kunnen worden – bijvoorbeeld als er dwangzorg nodig is of medicatie voorgeschreven moet worden. Ook ervaren psychiaters een „enorme bureaucratie” en vinden ze dat ze te veel tijd kwijt zijn aan administratieve taken.

‘Systeemproblemen’ zouden ervoor zorgen dat steeds meer psychiaters hun vaste baan bij instellingen opzeggen en zich vervolgens laten inhuren als zzp’er. „Zij worden als geldwolven gezien”, zegt onderzoeker Christiaan Vinkers. Hij is naast psychiater ook onderzoeker bij het Amsterdam UMC. Volgens hem is het psychiaters „vooral om de autonomie” te doen. Hun vertrek zorgt voor ‘een hogere dienstbelasting’ bij de psychiaters die wel in vaste dienst blijven werken.

Doorgeslagen specialisatie

Ook psychiaters raken soms de weg kwijt in de versnipperde ggz. Zorgaanbieders sturen patiënten met meerdere diagnoses (bijvoorbeeld depressie en autisme) voor elke behandeling naar een andere instelling. De onderlinge communicatie tussen instellingen verloopt vaak stroef. Een groot deel van de psychiaters zegt in het onderzoek dat de psychische zorg zo versnipperd is dat niemand zich meer verantwoordelijk voelt. „De specialisatie is doorgeslagen. Terwijl de klachten van onze patiënten zich niet aan de hokjes houden waarin ze ooit zijn geclassificeerd”, zegt onderzoeker Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker bij het Amsterdam UMC en de Vrije Universiteit. Vinkers: „Het is frustrerend welke lange en ingewikkelde weg je soms moet bewandelen om goede zorg te krijgen.”

Lees ook: Een ggz-patiënt moet na een psychose ook weer naar huis

De psychiater zou „in de volle breedte” inspraak moeten hebben over het beleid en de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg, zeggen de onderzoekers, die ggz-instellingen met ziekenhuizen vergelijken. Tijdink: „Daar zal geen manager beslissen wat de chirurg doet. In de ggz zie je dat nu wel gebeuren.”

Voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) Elnathan Prinsen herkent het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt en zegt: „Het is gaaf dat zo veel psychiaters trots zijn op hun werk.” Maar hij ziet ook dat psychiaters „een uitholling van het vak” ervaren, waardoor ze hun werk minder goed kunnen doen. „Psychiaters zijn duur en schaars, en dus wordt binnen de regels gekeken hoe ze zo min mogelijk ingezet kunnen worden.” Maar „als je gelijk een goede diagnose stelt, bespaar je uiteindelijk kosten”. Dat is geen mening die door iedereen wordt gedeeld, weet hij. „Sommige patiënten vinden dat de rol van de psychiater juist kleiner moet worden zodat het medische model uit de ggz verdwijnt.”

‘Weinig geïnvesteerd’

Binnen de psychiatrie zijn nog veel meer „openstaande vragen”, schrijven de onderzoekers. Hoe kunnen behandelingen efficiënter en doelmatiger? Wat is er nodig voor een zinvol leven? „Het is schokkend hoe weinig er door de overheid in psychiatrie wordt geïnvesteerd”, zegt Vinkers. De onderzoekers schrijven dat in Nederland per patiënt voor kankeronderzoek vijfentwintig keer zo veel wordt geïnvesteerd als voor mensen met een psychiatrische stoornis. „Een schril contrast met de enorme maatschappelijke urgentie van psychiatrische onderwerpen als verwarde personen, toegenomen suïcidaliteit onder jongeren en de miljoenen Nederlanders die met psychiatrische problemen te maken krijgen.”