OESO: belast CO2 en privévermogen een stuk zwaarder

Schuldenberg Laat niet alle burgers opdraaien voor de schulden die overheden nu maken in de crisis, zo bepleit de rijke landenclub OESO.

Een arbeidsbureau in het Amerikaanse Pasadena (Californië) in mei. Volgens de OESO zijn lage inkomensgroepen extra hard getroffen door de coronacrisis.
Een arbeidsbureau in het Amerikaanse Pasadena (Californië) in mei. Volgens de OESO zijn lage inkomensgroepen extra hard getroffen door de coronacrisis. Foto AP/ Damian Dovarganes

Het is een even ronkende als hoopgevende slogan in de deprimerende coronatijd: building back better. Je ziet die woorden, soms als hashtag, de laatste tijd vaak voorbij komen bij economen, bij internationale organisaties en bij politici. Na de ravage van de pandemie, zo klinkt het, kan de economie op een betere manier opnieuw worden opgebouwd. Groener. Digitaler. Of socialer.

De laatste club die zich in het koor van ‘betere wederopbouw’ heeft geschaard is de OESO, de denktank van industrielanden. In een rapport dat vrijdag verscheen voegt de OESO een nieuwe dimensie toe aan het debat: de belastingpolitiek ná de crisis.

Lees ook: Wat is het nieuwe normaal als het om staatsschuld gaat?

De rekening voor de gigantische schulden die overheden nu maken om de crisis te bedwingen, moet niet bij alle burgers worden gelegd, zoals na de financiële crisis veelal gebeurde, stelt de OESO. Beter kunnen regeringen, wanneer de economie weer een beetje draait, de CO2-uitstoot een stuk zwaarder belasten, net als privévermogen. Doel is een „groenere, meer inclusieve en meer weerbare economie”, schrijft Pascal Saint-Amans, die de belastingpoot van de OESO leidt. De OESO, voluit Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, heeft 37 lidstaten, waaronder de meeste Europese landen, de Verenigde Staten en Japan.

Overheidsfinanciën

Wanneer landen uit de economische crisis raken, zullen regeringen „proberen de overheidsfinanciën te herstellen”, schrijft Saint-Amans. Economen zijn het onderling overigens niet eens over het tempo waarop dit moet gebeuren. In Nederland en elders gaan veel stemmen op om alle stimuleringsmaatregelen vooral niet te snel af te bouwen. Maar de OESO gaat ervan uit dat de begrotingsdiscipline wel degelijk weer snel in beeld komt – en dat belastingverhoging dan een optie wordt. Verhoging van de belastingen op consumptie en op arbeid – een middel waarop regeringen na 2008 teruggrepen – zal ditmaal niet alleen politiek lastig zijn, het is „in veel gevallen ook niet wenselijk vanuit het oogpunt van gelijkheid”.

Volgens de Franse OESO-directeur heeft de coronacrisis de ongelijkheid verergerd. Lage inkomensgroepen, vrouwen, jongeren, zelfstandigen en flexkrachten zijn disproportioneel geraakt door de crisis, stelt Saint-Amans.

Veel OESO-landen hebben de inkomens van zzp’ers en flexwerkers aangevuld, maar volgens Saint-Amans is dat niet genoeg. Er moet ook worden nagedacht over „de versterking van hun sociale positie op de lange termijn”. Wie moet dat betalen? Op die vraag heeft Saint-Amans een duidelijk antwoord, dat in het kort luidt: de vervuilers en de rijken.

Lees ook: Groen herstel? Nederland heeft weinig haast

Zzp’ers

Een „centrale prioriteit” moet de „hervorming van milieubelastingen” zijn, meent hij. De huidige belastingen op fossiele brandstoffen komen „niet maar een beetje in de buurt” van wat nodig is voor de klimaattransitie. 70 procent van energiegerelateerde emissies is „volledig belastingvrij”. Het zal „onvermijdelijk” zijn om belastingen te verhogen om broeikasgasemissies terug te dringen, schrijft Saint-Amans.

Ook vermogen moet zwaarder belast, stelt hij. In de pogingen van regeringen om hun begrotingen op orde te brengen zal „de belasting van onroerend goed en van persoonlijk inkomen uit vermogen een belangrijke rol moeten spelen”. Overheden zijn nu nog volop bezig met Covid-noodsteun en met miljardenplannen om de economie aan te jagen. De fase daarna, zo maakt de OESO duidelijk, kan een lastig herverdelingsvraagstuk worden.