Het snoepje van het filmfestival van Venetië bleek dit weekeind feelgoodfilm ‘The Duke’

Coen van Zwol in Venetië #2 Filmredacteur Coen van Zwol doet dagelijks verslag vanuit Venetië. Een festival in coronatijd. Vandaag over een irritante kruising tussen een YouTuber en de Joker, en een misschien wel te leuke Britse film.

Bij het filmfestival van Venetië sluipt de laksheid er altijd na een paar dagen in, ook bij deze 77st pandemie-jaargang. Bij de betonnen antiterreurbarricades die sinds 2016 tot het vaste meubilair behoren, checken carabinieri je tas oppervlakkiger: bekend gezicht. Zo gaat het ook bij de nieuwe Covid-poorten: de thermoscanner wordt soms wel, soms niet op het voorhoofd gezet.

Op zo’n eerste weekeind rijdt Venetië normaliter het zware geschut uit. Twee jaar geleden waren dat The Favourite, The Ballad of Buster Scruggs en A Star is Born, vorig jaar Joker, J’Accuse en Ad Astra. Dit jaar ontbreken de Oscarkandidaten en Netflix. Directeur Barbera bekende dat hij dit jaar lang bleef hopen op Sofia Coppola’s nieuwste film. Hij kreeg haar nichtje Gia Coppola, wier melancholieke debuut Palo Alto in 2013 werd vergeleken met tantes debuut The Virgin Suicides.

Met Mainstream blijft zij op Coppola-territorium – verdorven jeugd in Hollywood. Een jeugdig trio maakt de charismatische outcast Link, alias No One Special, tot een YouTube-sensatie. Zijn specialiteit: hectische, confronterende filmpjes tegen sociale media, nepgedrag en smartphoneverslaving.

Ex-Spiderman Andrew Garfield speelt No One Special als een irritante kruising van YouTuber PewDiePie en de Joker. Mainstream is geen moraalvertelling over jongelui die door geld en roem hun idealen verloochenen: No One Special is van meet af aan een narcistische psychopaat die als hij te ver gaat – door een meisje dood te treiteren – nog een stapje verder gaat. Een monster voor deze tijd dus: in de finale kotst zijn vriendin van ellende emoji’s. De filmpers reageerde bedremmeld: wat hiervan te denken? Altijd interessant.

Het is een raadsel waarom het bizarre van gepensioneerd buschauffeur Kempton Bunton niet eerder is verfilmd

De Britten zorgden ook voor wat feelgood en star-appeal: het snoepje van het Lido bleek dit weekeind The Duke, een hitfilm vol schwung en charme. Het is een raadsel waarom het bizarre, ooit geruchtmakende verhaal van gepensioneerd buschauffeur Kempton Bunton niet eerder is verfilmd. Deze proletarische Don Quichot uit Newcastle stal in 1961 Goya’s portret van de Duke of Wellington uit de National Gallery omdat hij omroepbelasting een groot onrecht vond.

De politie negeerde zijn gijzelbrieven omdat men dacht dat hightech-kunstdieven achter de roof zaten; in Dr. No (1962) treft James Bond het portret van Wellington aan bij misdaadsyndicaat SPECTRE. Bunton stuurde het portret ten langen leste gewoon terug, belandde alsnog achter de tralies en kwam op zijn proces zo geestig en sympathiek uit de hoek dat de jury hem alleen schuldig bevond aan het stelen van de lijst. Al was het verhaal daarmee niet af.

Routinier Roger Michell (Notting Hill, Rachel) mixt in The Duke chique splitscreens en coole heistfilm-jazz uit de jaren zestig ironisch met kitchen sink-humor. De regisseur zei desgevraagd dat hij de film als viering van Engelse excentriciteit ziet: de kleine man die de macht in zijn hemd zet. „Dat grijpt terug naar Ealing Studio-komedies uit de jaren zestig.” De twinkeloogjes van Jim Broadbent, ieders favoriete ondeugende opa, helpen de film enorm, net als ‘dame’ Helen Mirren, die verrast als Buntons eega die mopperend de scherven achter deze fantast opveegt. Je gunt dit duo Oscarnominaties, maar daarvoor is The Duke vermoedelijk te leuk.