Geen megastallen maar duizenden ‘tiny houses’

Platteland De toekomst van boeren in de Peel zit niet in schaalvergroting of nog meer vee, zegt boer Jan Ottens: de toekomst zit in mensen.

Jan Ottens, boer, natuurbeheerder en oud-leraar in het agrarisch onderwijs, wil meer kleine huizen op het platteland, in nieuwe natuur. „Wie kan wonen in het groen wil daarvoor betalen.”
Jan Ottens, boer, natuurbeheerder en oud-leraar in het agrarisch onderwijs, wil meer kleine huizen op het platteland, in nieuwe natuur. „Wie kan wonen in het groen wil daarvoor betalen.” Foto Flip Franssen

Een financiële toekomst voor boeren, duizenden hectares nieuwe natuur, nieuwe bewoners die de voorzieningen in de dorpen op peil houden…

Jan Ottens uit het Noord-Brabantse Zeeland ziet alleen maar voordelen aan zijn plan voor de Peel. „Boeren worden nu voor honderden miljoenen euro’s uitgekocht. Ondertussen komen er megabedrijven voor terug. Terwijl die schaalvergroting nergens toe leidt. Het is een doodlopende weg.”

Ottens idee is eenvoudig: de toekomst van de agrariërs zit niet in nog meer opbrengst per hectare, of nog meer vee, maar in mensen. „Geef de boer de vrijheid om wat van zijn land te reserveren voor tiny houses in het groen. Wie kan wonen in het groen, zijn eigen eten kan telen, wil daarvoor betalen. Maximaal drie huisjes per hectare nieuwe natuur. Tegen 2030 zouden het er zo’n tienduizend kunnen zijn. Het zorgt ook voor geld zodat agrariërs op een andere manier kunnen boeren, bijvoorbeeld de koeien weer de wei in kunnen sturen.”

Ottens, zelf boer, natuurbeheerder en voormalig leraar in het agrarisch onderwijs, doet de plannen uit de doeken op een terrasje in Ysselsteyn, een dorp dat volgend jaar zijn honderdjarig bestaan viert. Ottens: „Vroeger was de Peel een ondoordringbaar gebied. De dorpen lagen er als de kralen aan een rozenkrans omheen. Met de ontginning ontstonden dorpen zoals Helenaveen en Odiliapeel in Noord-Brabant en Ysselsteyn en Vredepeel in Limburg. Met de mensen van de tiny houses krijgen die dorpen inwoners met enthousiasme erbij. Dat draagt bij aan de leefbaarheid.”

Een sneller paard

Ottens heeft gezelschap van communicatiedeskundige Annie Martens. Ze praat weinig. Ottens kijkt geregeld naar haar voor een goedkeurende blik. Ze willen vooral niet overkomen als mensen met het zoveelste betweterige voorstel dat de toekomst van de boeren zou bepalen. Ottens: „Op 10 september zijn er drie voorlichtingssessies in Milheeze. Dan hopen we op draagvlak. Want zonder steun van de boeren gaat het niet door.”

Bang voor verrommeling van het landschap, voor Belgische toestanden en lukraak opdoemende bebouwing, is Ottens niet. „Die drie tiny houses per hectare zie je, als het goed is, niet of amper staan. Boeren hebben bovendien al eeuwen ervaring als stoffeerders van het landschap. Ze krijgen nu weer belang bij goed rentmeesterschap. Wie er niet iets moois van maakt, ziet de potentiële klanten kiezen voor de grond van een ander.”

Marktonderzoek voor het plan met de tiny houses is niet gedaan. Ottens tilt zijn gsm van het terrastafeltje: „Had vooraf marktonderzoek gedaan naar dit ding en niemand zou er behoefte aan hebben gehad. Had rond 1900 gevraagd of mensen liever een auto wilden of een sneller paard en ze hadden voor het snellere paard gekozen.”

Volgens Ottens hoeft er geen twijfel te bestaan aan de behoefte aan tiny houses in het groen: „In veel steden en dorpen is woonruimte niet te krijgen, of onbetaalbaar. Door het thuiswerken als gevolg van corona zijn mensen ook minder gebonden aan een plek dicht bij hun werk. Maar het is ook voorstelbaar dat mensen een tiny house nemen als vakantiewoning.”

Een woordvoerder van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) spreekt van een „creatieve en sympathieke gedachte”. Zijn club wil binnenkort met Ottens om tafel om de mogelijkheden te bespreken.

‘Helemaal zo slecht niet’

Voorzitter Wim van Opbergen van Werkgroep Behoud de Peel vindt dat het plan van Ottens „helemaal zo slecht niet is. Alles is beter dan wat nu gebeurt: een steeds verdere intensivering. Vroeger had je vooral grasland en mais. Nu zijn dat steeds vaker gewassen als sla en prei, boomteelt, graszoden. Daar is veel meer water en gif voor nodig”.

Lees ook: Een radicaal andere landbouw zou de boeren kunnen redden

Van Opbergen waarschuwt wel dat rond de natuurgebieden in de Peel bij voorkeur geen bos moet worden aangeplant. „Het open hoogveengebied wordt steeds kleiner. Het zou fijn zijn als de zones daaromheen ook een zekere openheid krijgen, zodat ze aantrekkelijk zijn voor kraanvogels, ganzen, wulpen en grutto’s. En het lijkt me ook niet de bedoeling dat de tiny houses zomaar overal gaan opduiken. Misschien kan eerst eens worden gekeken naar de vele leegstaande schuren.”