Recensie

Recensie Muziek

Deze keer overheerst de lyriek van Mascagni’s ‘Il piccolo Marat’

Klassiek Dirigent Pietro Rizzo zoekt de zangerigheid van Mascagni’s grimmige en bloedige opera ‘Il piccolo Marat’.

Anita Hartig als Mariella in ‘Il piccolo Marat’ van Mascagni, met achter haar het volgens de coronamaatregelen opgestelde Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Pietro Rizzo.
Anita Hartig als Mariella in ‘Il piccolo Marat’ van Mascagni, met achter haar het volgens de coronamaatregelen opgestelde Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Pietro Rizzo. Foto Eduardus Lee

De NTR ZaterdagMatinee begon zijn zestigste seizoen met de grimmige opera Il piccolo Marat van Pietro Mascagni, waarin de Italiaan de wreedste en bloedigste kant van de Franse Revolutie verklankt, al bloeit op de uitgestrekte dodenakkers ten slotte de liefde op.

Zo’n dertig jaar geleden beleefde deze opera in een andere omroepserie zijn Nederlandse première en oogstte vernietigende recensies. „Een afschrikwekkende stroom overdadige en rauwe expressie”, schreef NRC Handelsblad destijds. Een verschil met nu is dat de toen „spectaculair grootschalige uitvoering” door de coronaregels moest krimpen, dat scheelde strijkers en koorleden. Daardoor hoefden de solisten niet te „brullen”, zoals drie decennia geleden, maar konden ze daadwerkelijk zingen. Dirigent Pietro Rizzo keerde in dat opzicht de rollen om: Mascagni’s lyriek kreeg nu de boventoon.

Moorddadig schrikbewind

Het verhaal speelt zich af in Nantes waar de L’orco (Boeman) een moorddadig schrikbewind voert. Een jonge prins wint zijn vertrouwen om zijn moeder, prinses Fleury, uit de gevangenis te bevrijden. Hij wordt verliefd op het vernederde nichtje van de despoot, Mariella. Behalve de twee vrouwen heeft niemand een eigennaam: karakters gaan door het leven als boeman, soldaat, dief of de kleine marat, zoals de lijfwachten van L’orco zich noemen.

Rizzo gaf sopraan Anita Hartig (Mariella) en tenor Stefano La Colla (Marat) de ruimte om hun karakters te laten gloeien en uit te diepen. Ze gaven vleugels aan het smachten van hun personages om het geweld te ontstijgen. Zelfs bas John Relyea (L’orco) kon wat meer kleuren aanbrengen in zijn eendimensionale dictator. Meeslepende partijen waren er eveneens van de baritons Andrea Borghini (soldaat) en Ernesto Petti (timmerman). En het Radio Filharmonisch Orkest liet de muziek glanzen alsof het Puccini was.

Maar dat is Mascagni duidelijk niet. Nou ja, misschien Il piccolo Puccini.