Reportage

De daken op Sint Maarten zijn nog lang niet hersteld, drie jaar na orkaan Irma

Drie jaar na Irma Na orkaan Irma in 2017 moesten meer dan 12.000 huizen worden hersteld. Met Nederlands wederopbouwgeld werden er pas 342 opgeknapt. Het meeste hulpgeld is nooit uitgegeven.

Foto Tim van Dijk / ANP

Voor optimisme moet je op Sint Maarten naar de kerk. Daar, tussen kleurrijke heiligenbeelden en briesende ventilatoren, troost de priester van de Sint Maartenskerk in Philipsburg, een bebrilde Pool, zijn toehoorders met de gedachte dat het lijden van het heden verbleekt bij de heerlijkheid van de toekomst.

Het is zoeken naar lichtpuntjes op Sint Maarten, drie jaar nadat orkaan Irma een chaos aanrichtte op het eiland. Van de duizenden huizen, scholen en andere gebouwen die op 6 september 2017 vernield of verwoest werden, is een groot deel nog altijd niet door de overheid of hulporganisaties aangepakt. Bij gebrek aan actie heeft een deel van de eilandbewoners er zelf werk van gemaakt. Mensen zoals Nigel Curtis (50).

Als Curtis terugdenkt aan Irma, denkt hij direct aan het huilende geluid van de windstoten, 300 kilometer per uur, die over het eiland raasden. „Het was alsof er een geest door het huis waarde. Alsof iets je op de hielen zat.” Met zijn vrouw en twee kinderen zat hij uren in de badkamer, precies zoals de regering vooraf op de radio had aangeraden. Een kleine ruimte, zonder ramen, daar zit je het meest beschut.

Lees ook: Dit zijn de slachtoffers van Irma op Sint Maarten

Het was een van de weinige keren dat Curtis in die dagen iets vernam van zijn eigen overheid. Er is geen ambtenaar langs geweest om de schade op te nemen, geen arbeidskracht om het herstel van de golfplaten op zijn dak te regelen. Het herstel van zijn woning, een vrijstaand huis in de bergen van Middle Region, is drie jaar later nog steeds niet voltooid. Alle reparaties heeft hij zelf moeten regelen. En hij is niet de enige. „Iedereen die ik ken heeft het opknapwerk zelf gedaan. Misschien was de overheid te druk met het helpen van anderen, ik weet het niet.”

Zijn schoonmoeder weet wel beter. „Zie je die weg daar?”, vraagt Florence Claxton (66). Ze wijst naar de streep asfalt die een tiental meters verderop naar boven kronkelt en er stukken beter aan toe is dan het steile karrenspoor waaraan haar eigen huis en dat van haar schoonzoon staan. „Die weg daar is van de overheid. Verder komen ze niet. Deze afrit hebben we zelf laten aanleggen en uit eigen zak betaald. En ik heb nog nooit iemand van de overheid naar boven zien komen.”

Ze klinkt niet verbaasd, eerder laconiek, alsof ze een goede grap vertelt. „We hoorden na Irma dat er veel geld zou komen voor reparaties. Maar het geld is naar andere mensen gegaan, niet naar ons.”

Sterker nog, veel vaker kwam het geld nooit aan op Sint Maarten. Direct na de orkaan stelde Nederland 470 miljoen euro als gift beschikbaar voor de wederopbouw, bovenop de eerste humanitaire hulp. Van dat geld was eind 2019 slechts 5,8 procent daadwerkelijk uitgegeven, concludeerde de Algemene Rekenkamer van Sint Maarten mei van dit jaar. Diezelfde maand drong de Nederlandse Rekenkamer aan op een „substantieel andere en versnelde aanpak van het herstellen van huizen en scholen”. Anders, waarschuwde de Rekenkamer, wordt het fonds in 2025 opgeheven voordat het merendeel van het geld is uitgegeven.

Orkaan Irma beschadigde meer dan 12.000 huizen op Sint Maarten.

Foto Tim van Dijk / ANP

Aan herstelwerk geen gebrek. Volgens berekeningen van de overheid van Sint Maarten beschadigde Irma meer dan 12.000 huizen. Huizen opknappen met de Nederlandse wederopbouwmiljoenen moest een prioriteit worden. Het resultaat: in de eerste twee jaar na Irma werden met dat geld een schrale 342 woningen opgeknapt. Duizenden daken wachten nog steeds op een opknapbeurt.

Een auto in de lodge

De stranden zijn weer gladgestreken, de grootste hotels zijn de afgelopen drie jaar weer opgelapt – voordat de coronacrisis ze tot een nieuwe sluiting dwong. Knijp je ogen dicht, en Sint Maarten lijkt herrezen uit zijn as.

Was het maar zo, verzuchten eilandbewoners. Want er zijn ook plekken waar de tijd sinds die zesde september stil heeft gestaan. De vertrek- en aankomsthallen op Princess Juliana International Airport zijn een puinzooi en afgesloten voor reizigers. In de tropische baaien en inhammen dobberen 83 scheepswrakken, de fotograaf heeft ze geteld. Onkruid tiert welig op de veranda’s van verlaten vakantiehuisjes, optrekjes die ooit idyllische luxe uitstraalden maar nu ronduit apocalyptisch ogen. Glasscherven op de vloer, weggeblazen ramen, een verdwaalde auto in de lodge met zeezicht.

Het was „alsof er een bom was ontploft”. Chris Johnson, de Nederlands vertegenwoordiger op Sint Maarten, kan zich de beelden na Irma zo voor de geest halen. „In zeven uur was dit hele eiland veranderd van een tropisch paradijsje in een mix van The Purge en Mad Max.”

Het grootste gemis bij de wederopbouw is bestuurlijke ervaring en capaciteit, zegt Johnson, een vlotte prater met een baardje, in het kantoor van de Nederlandse vertegenwoordiging. „Er zijn landen waar niet eens een regering zit, en toch werkt daar alles soepel. Hoe kan dat? Omdat die landen continuïteit en expertise hebben. De regeringen wisselen elkaar niet zo snel af, de politiek is stabiel. Daar ontbreekt het aan op Sint Maarten.”

Een verdwaalde auto in een lodge met zeezicht.

Foto Tim van Dijk / ANP

Het is precies dezelfde diagnose die Gwendolien Mossel, ombudsman van Sint Maarten, vorig jaar in een rapport over de wederopbouw stelde. Sint Maarten ontbeert gewoonweg het personeel om het herstel eigenstandig in goede banen te leiden. Het gevolg, constateerde Mossel, is een „sociale crisis” waarvan het einde nog niet in zicht is.

Sint Maartenaren verras je niet meer met rapporten en noodkreten. Toen hun eiland tien jaar geleden een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederland werd, waren de beloften groot. Hun pasgeboren land zou eindelijk soeverein kunnen beslissen en economisch zou het zichzelf bedruipen. De macht aan de bevolking, weg koloniale kater, nooit meer een opgeheven hand.

Lees ook: Sint Maarten kijkt ineens jaloers naar Saint-Martin

De tussenstand? Die valt tegen. Macht aan de bevolking? In tien jaar tijd zijn vijf verkiezingen gehouden en negen regeringen versleten. Zelfvoorzienend? Terwijl Irma en corona tikken uitdeelden aan de eilandeconomie zijn de uitgaven hard gestegen, niet in de laatste plaats omdat de salarissen van bestuurders en volksvertegenwoordigers hoog liggen en de ambtenarij na de onafhankelijkheid in 2010 alleen maar groeide. Zonder hulpgeld van Nederland en de Wereldbank is Sint Maarten nergens. En die geven niet gul zonder invloed te eisen, merken de eilandbestuurders. Wie betaalt, bepaalt.

Nieuwe steun uit Den Haag

Na het staatkundige gesleutel aan het Koninkrijk en de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010, zou Sint Maarten écht zelfstandig en onafhankelijk worden, was de gedachte. Maar de jonge staat — met naar schatting amper zestigduizend inwoners — functioneerde vanaf het begin moeizaam. Toen het eiland na Irma hulp van buiten inriep, was het vertrouwen in het eilandbestuur vanuit Nederland gering. Het merendeel van het wederopbouwgeld werd daarom ondergebracht bij de Wereldbank. Die moest toezien op de uitvoering, zonder de indruk te wekken van al te veel bemoeienis uit Den Haag.

Het werd een sof. Het bureaucratisch apparaat van de Wereldbank, opererend vanuit Washington, bleek de hele wederopbouw juist nóg trager en logger te maken. Achter de coulissen, op Sint Maarten en in Den Haag, klinkt gemor over de dienst die grotendeels vanuit Washington opereert en tegen hoge kosten consultants en adviesbureaus inhuurt.

De stranden zijn weer gladgestreken, de grootste hotels zijn de afgelopen drie jaar weer opgelapt.

Foto Tim van Dijk / ANP

Staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) liet eind augustus in een Kamerbrief weten dat hij „nog steeds achter de keuze voor de Wereldbank” staat. „Tegelijkertijd”, vervolgde hij, „betreur ik zeer dat de uitvoering en implementatie van projecten langzamer verloopt dan verwacht.”

En dus pakt Nederland het anders aan nu Sint Maarten opnieuw om hulp verlegen zit. Sinds de coronapandemie het cruiseseizoen vergalde en het toerisme voor pampus ligt, staat de eilandeconomie aan de rand van de afgrond. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht een economische krimp van 25 procent, een veelvoud van de Nederlandse krimp.

Vrijdag onderhandelen Sint Maarten, Aruba en Curaçao met het kabinet over een nieuw economisch steunpakket uit Den Haag. Staatssecretaris Knops wil het geld ditmaal alleen naar de eilanden sluizen via een nog op te tuigen instituut, een ‘Caribische hervormingsentiteit’, onder Nederlands beheer. De eilanden mogen alleen nog de uitvoering voor hun rekening nemen. Dan maar zonder de schijn van autonomie en soevereiniteit.

Sint Maarten sputterde de afgelopen maanden tegen. Met het instituut, is de vrees, wordt weer een beetje zelfbestuur afgesnoept. Maar het geld is hard nodig, nu de eerste twee rondes van renteloze leningen ten einde lopen en de staatskas leeg raakt. Een doorbraak is nog niet in zicht. Ook het wederopbouwgeld zal voorlopig niet sneller gaan stromen, vermoeden betrokkenen.

Op veel plekken op het eiland is de schade nog niet hersteld.

Foto Tim van Dijk / ANP

En dus doen de Curtissen en Claxtons wat ze altijd hebben gedaan: ze zien de overheid als bijzaak en regelen hun zaakjes zelf. Zoals ze ooit hun eigen huis bouwden en de weg erheen aanlegden, zo herstellen ze nu zelf de schade. „Raam voor raam”, zegt Florence Claxton trots. Het dak boven haar hoofd is gelukkig van beton en heeft het tijdens de orkaan gehouden, zodat haar man Franklin, die grotendeels verlamd is, ook tijdens de grootste bui droog in de woonkamer kan zitten.

Boos is Claxton niet. Kijk, van het houten huis aan de overkant van de straat staat alleen het fundament nog overeind, dus ze zijn goed weggekomen. Wat heeft ze ook aan woede? „Alleen God begrijpt alles. Ik kan me ertegen verzetten, maar ik kan er niets aan veranderen. Ik ben liever dankbaar, aan huilen doe ik niet. Niet tot ik onder de grond zit.”