Opinie

Haar en de zijnen: hoe NRC omgaat met non-binaire termen en enkel meervoud

De ombudsman

Eerst stonden ze er niet. Toen weer wel. En toen waren ze weer weg, de woorden „haar” en „zij”. In het online artikel over de opmerkelijke winnaar van de Booker Prijs, auteur Marieke Lucas Rijneveld, maakten een aantal non-binaire termen plaats voor „de auteur” of „Rijneveld”.

Aanleiding: de 29-jarige auteur identificeert zich als genderfluïde en niet als man óf vrouw. In een mooi interview met Toef Jaeger bleek de auteur daar overigens niet dogmatisch in, daaruit sprak eerder bedachtzaam ongemak met de last van digitale maakbaarheid: waarom moet alles altijd het een óf het ander zijn? The New York Times meldt dat ze een voorkeur heeft voor de meervoudsvorm, they en them.

Ja, we leven we in een tijd die bezeten is van identiteit, en we zullen het weten. Het hoekige individu (Latijn: ondeelbare eenheid) is allang verlaten voor een pluriformer, vloeibaarder zelfbeeld, met navenante weerzin om in een hokje te worden geplaatst. Immers: wie ben jij om mij te definiëren? De derde X in een Nederlands paspoort is inmiddels genoteerd. Daaruit spreekt ook een hang naar „ruis”, zoals filosoof Miriam Rasch het noemt, de wens ongrijpbaar te blijven in een wereld die steeds meer wordt gereduceerd tot binaire data.

In het Land der Vrijen aan de overkant is dit al langer gebruikelijk en niet alleen op het moderne visitekaartje Twitter, ook in kranten. Een opleiding aan Harvard biedt studenten stickers aan waarmee ze zich voorstellen als he/him, she/her, they/them en ze/hir (de laatste voor wie buiten alle eerdere categorieën valt). Minder postmodern dan je zou denken: het Engelse enkelvoudige they bestond al; in de negentiende eeuw werd thon (1858) geopperd als genderneutrale aanduiding. Dat sloeg niet aan.

Voor binair gesocialiseerde media is dat even wennen. Het NRC-stuk over de Booker-prijs stond al een paar uur online toen een bureauredacteur wees op het „zij” en „haar” in de tekst. Die waren zoveel mogelijk vermeden door Jaeger, die de eerste versie schreef, maar er in het redigeren kennelijk weer ingeslopen. Wat nu? Vroeg in de avond paste hij het stuk maar weer aan, na fiat van de nieuwschef. Toen had de buitenwacht zich al per mail gemeld, want ook die bewaakt de non-binaire etiquette. De tv-rubriek Zap van Arjen Fortuin, die binaire aanduidingen ook al had vermeden, werd daarna nog wat verder aangepast. Eén hardnekkige „haar” ontsnapte.

Kort daarvoor was het bij een ander stuk meteen goed gegaan. Of juist niet? In een interview met Rusland-deskundige Masha Gessen stond dat die „niet aangeduid wil worden met ‘hij’ of ‘zij’, maar met ‘hen’ en ‘hun’.” Vandaar de zin over Gessen en „hun” echtgenote. Ook Wikipedia gebruikt meervoud in het lemma over Gessen. Het Transgender Netwerk geeft als voorbeeld hoe het moet: „Sacha stapt op hun fiets. Hen wil naar de stad fietsen.”

Enkelvoudige disclaimer: ik ben zelf geloof ik te gereformeerd voor zulke meervoudige viering van jezelf. Al heeft mijn denominatie natuurlijk ook het nodige uit te leggen. Ik noem de Heilige Drie-Eenheid; hoe non-binair wil je het hebben? Dat is dan ook meteen het probleem, discussies over identiteit en eigen keus, type en token krijgen al snel een hoog theologisch gehalte. Maar de krant staat niet buiten de maatschappij, dus die zal ermee moeten leren omgaan. Alleen hoe?

De NRC Code bevat een lemma over seksuele oriëntatie (niet: geaardheid). Dat gaat vooral over transgenders (niet: transseksuelen). Uitgangspunt is dat de krant „rekening houdt” met de manier waarop mensen willen worden aangeduid – dat is tenslotte gewoon beleefd. Maar wel „met inachtneming van journalistieke eisen aan concreet, helder en verifieerbaar taalgebruik en zonder de lezer in verwarring te brengen”.

Waar ligt de grens? De enkelvoudig-meervoudige Gessen ging de hoofdredactie in elk geval te ver. De vorm werkte vooral verwarrend. Beter dus, mailde de leiding, om eromheen te schrijven door de naam van een persoon te herhalen of die te omschrijven, zoals bij Rijneveld gebeurde. Dat moet kunnen. Al kan een artikel door het repeteren iets krijgen van mededelingen in ouderwetse staatskranten: „de president” sprak, „de president” vervolgde, en „de president” sloot af.

Maar goed, het is een oplossing. Ook altijd wenselijk: leg iemands voorkeur uit in het artikel. In een interview met de derde X-paspoorthouder werd keurig toegelicht dat betrokkene zich „iets meer vrouw dan man” voelt en daarom „ze” werd genoemd. Een andere, cryptische en dus minder gelukkige optie die ik eens tegenkwam: een regeltje onder een interview: „Waar hij staat kan ook zij gelezen worden.”

En het enkelvoudig gebruikte meervoud? Mensen mogen zoveel schuren met conventioneel taalgebruik als ze zelf willen, zegt een ervaren eindredacteur die ik erover raadpleegde, maar de krant is niet verplicht mee te schuren. Zomin als die gehouden is aan de voorkeurspelling van bedrijfsnamen; zo kleineert NRC de bank ABN AMRO typografisch tot ABN Amro en heette de gratis krant Sp!ts toch maar zonder uitroepteken Spits.

Het kan nog subtieler. Kan de „transman” uit die NRC Code bijvoorbeeld wel zonder spatie? Pleitbezorgers van een spatie zeggen: de persoon staat voorop, dan komen de eigenschappen. Spatie-ontkenners vinden: zo’n eigenschap is geen appendix maar bepalend voor je identiteit.

Ook dat filosofische doolhof heeft meer dan één uitgang. Voor een krant blijft het belangrijkste: beschrijven en toelichten. Vermijden helpt vaak ook. Want waarom moeten we zoveel weten van iemands identiteit? Interessanter is wat iemand, hij/ zij/ ze, te zeggen heeft. Hebben. Heeft.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.