Opinie

Etnisch profileren kun je leren en soms mag het

De Rechtsstaat

Bij alle opwinding over etnisch vooringenomen onderzoeksmethoden van de Belastingdienst Toeslagen, bleef het bij mij toch altijd knagen. Van de weeromstuit is nu het beeld ontstaan dat ‘tweede nationaliteit’ nooit aanleiding voor extra onderzoek mag zijn. En dus nooit ‘aangevinkt’ mag worden in enig risicoprofiel. Want discriminerend – immers, u bent een Turkse (Marokkaanse, vul maar in) Nederlander en dus zult u wel frauderen. Met AOW, kinderbijslag, aanvullend pensioen, zorgtoeslag etc. En zo mag de overheid natuurlijk niet handelen, zie art. 1 van de Grondwet. Logisch toch? Alleen, zo zit het niet.

Er zijn nauwkeurige en goed onderbouwde omstandigheden te bedenken waarin zo’n tweede nationaliteit voor de overheid wel aanleiding mag zijn om nog eens ‘extra’ te kijken. Dus waarin die tweede nationaliteit, bijvoorbeeld uit bestuurlijke ervaring een onderbouwde extra risicofactor is voor misbruik of fraude. Omdat die kansen schept of verleidingen biedt die burgers met één nationaliteit niet hebben.

En dus komt ongelijke behandeling op basis van nationaliteit wel degelijk voor in de opsporing. Maar alleen als er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Dan is er dus geen sprake van discriminatie, maar van gerechtvaardigd onderscheid.

Onlangs liep ik op Twitter tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag aan, over een stel dat jaren bijstandsuitkering moet terugbetalen. De gemeente Gouda had uitgevonden dat ze in Turkije voor bijna een miljoen aan (verzwegen) onroerend goed bezaten. Het echtpaar voerde aan dat de gemeente „uitsluitend naar personen afkomstig uit Turkije onderzoek verrichte”. Daarmee dus etnisch profileerde en het bewijs derhalve onrechtmatig verkreeg. In het licht van de toeslagen-heisa een redelijk verweer.

Nu hanteerde de gemeente een risicoprofiel waarin inderdaad een ‘andere herkomst dan Nederland’, reis- en vakantiegedrag, fraudesignalen en leeftijd 41-64 voorkwamen. Dat leverde 15 Turkse dossiers op, 30-40 Marokkaanse en 10 Midden- of Oost-Europese dossiers. Gemeentes plegen dan binnen zo’n voorgesorteerde groep nog dossiers te selecteren die ‘extra’ worden gecontroleerd. Vaak ook ter plaatse door een advocaat of taxateur die uitzoekt of er verzwegen eigen vermogen is.

Op rechtspraak.nl zijn vele uitspraken te vinden waarin verzwegen onroerend goed elders leidde tot de plicht duizenden euro’s terug te betalen. Dat varieert van oplichters met vastgoedportefeuilles in Turkse steden tot analfabete weduwen die ook niet wisten dat de overleden man ‘thuis’ nog landbouwgrond bezat. Maar daar nu wel de rekening voor krijgen.

Advocaten voeren vrijwel altijd het discriminatieverweer, maar het wordt zelden gehonoreerd. De jurisprudentie is uitgekristalliseerd. De hoogste bestuursrechter maakte uit dat onderscheid naar herkomst mag worden gemaakt als dat objectief gerechtvaardigd is en nationaliteit niet als zodanig als ‘verdacht’ wordt gehanteerd. De controle moet een gerechtvaardigd doel dienen en de opsporingsmiddelen moeten redelijk zijn, in verhouding tot het doel – de klassieke maatstaf van proportionaliteit.

Aanvankelijk liepen gemeenten wel eens vast als ze wel alle uitkeringsgerechtigden met een dubbele nationaliteit lichten, maar de controle daarna beperkten tot de ‘makkelijke’ thuislanden. De Centrale Raad van Beroep tikte bijvoorbeeld in 2018 Eindhoven op de vingers omdat die stad binnen de etnische uitkeringstrekkers alleen de Turkse groep controleerde. Turkije heeft namelijk een goed functionerend kadaster – feitelijk waren de controles tot dat land beperkt. Het kadaster in Suriname is immers achterhaald en dat van Marokko onbetrouwbaar. Marokkaanse en Surinaamse Eindhovenaren waren daarmee quasi ‘vrijgesteld’.

Die handelwijze vond de bestuursrechter discriminerend, ook omdat destijds andere uitkerende overheden daar wel onderzoek wisten te doen. Waarna Eindhoven de twee frauderende inwoners twee jaar bijstandsuitkering moest betalen. Gered door de chaos elders. En de plicht om burgers met migratieachtergrond tenminste onderling niet te discrimineren. Etnisch profileren, het mag, soms moet het en het kan netjes.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.