Opinie

De noodzaak van vaccinsolidariteit boven vaccinnationalisme is groot

Covid-19

Commentaar

De Covid-wereld kampt met vaccinnationalisme, tekende NRC op in een verhaal over de mondiale race die is ontstaan over het vinden – en bemachtigen – van een vaccin. Het stuk was onderdeel van een serie over ‘de weg naar een vaccin’, waarop iedereen zo vurig hoopt, omdat de wereld dan misschien weer een beetje normaal zal zijn.

Die weg loopt flink scheef, gezien de manier waarop landen zich naar voren dringen om de eerste te zijn. Alsof een klas vol peuters een schamele drie snoepjes te verdelen heeft en de eerste die erbij is wint. Eerlijkheid is geen criterium als het recht van de sterkste geldt. In dit geval zijn de sterkste partijen de landen met het meeste geld: het Verenigd Koninkrijk heeft al vijf doses per inwoner ingekocht van potentiële vaccins, voor andere landen geldt dat ze niet eens al hun inwoners van een vaccin zullen kunnen voorzien.

Tegelijkertijd gaat de ravage die Covid-19 veroorzaakt onverminderd door. Het aantal besmettingen wereldwijd neemt dagelijks in rap tempo toe, het aantal doden is opgelopen tot bijna 870.000 in totaal. Overheden blijven worstelen met de manier waarop zij de volksgezondheid kunnen beschermen zonder de economie onomkeerbaar te beschadigen – en daarmee minstens evenveel levens in gevaar te brengen.

Daarbij helpt de anderhalvemetersamenleving (en de handhaving daarvan), maar een vaccin is noodzakelijk. Meer dan 170 teams uit alle hoeken van de wereld werken inmiddels op topsnelheid aan de ontwikkeling daarvan. Het proces dat doorgaans jaren kan duren, wordt zo veel mogelijk versneld, twee vaccins zijn inmiddels goedgekeurd voor het gebruik op mensen – al is de werking en de veiligheid van die vaccins nog altijd niet vastgesteld.

Maar dan. Een vaccin hebben is één, de wereldbevolking ermee inenten een tweede. Het is een klassiek verdelingsvraagstuk. Bestaat er zoiets als een eerlijke verdeling van vaccins, die onder geen beding ineens voor iedereen beschikbaar zullen zijn? En wie mag er dan eerst?

Wie betaalt, bepaalt in deze wereld en in dit geval betekent dat: eerst de rijken, dan de rest. Zo ging het ook de eerste zes maanden van de pandemie, met als devies: eigen gezondheid – en eigen economie – eerst. De manier waarop landen mondkapjes en testmateriaal hamsterden was geen fraai voorbeeld van ‘eerlijk zullen wij alles delen’. De vraag is of dat met een vaccin anders zal zijn.

Toch vallen eigenbelang en algemeen belang hier samen. Want in deze geglobaliseerde wereld kan een westers, rijk land vol ingeënte inwoners nog altijd geen zaken doen met landen waar de economie maar niet op gang komt, omdat Covid-19 er blijft rondwaren. Essentiële productieketens vinden vaak hun weg langs lagelonenlanden voordat ze het Westen bereiken. En hoe aantrekkelijk zal Europa worden voor migranten uit landen waar vaccins niet voorhanden zijn?

„Niemand is veilig totdat iedereen veilig is”, zei Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), vorige maand. De noodzaak van internationale samenwerking is zo bezien onmiskenbaar. En aan de horizon gloort hoop: de Europese Commissie stapte deze week met een garantie van 400 miljoen euro in ‘Covax’, een initiatief van de WHO om gezamenlijk met 170 landen een vaccin in te kopen. Rijke landen leggen geld in, armere landen het gewicht van hun bevolkingsaantallen, om zo te komen tot een eerlijke verdeling. Om te beginnen zou dat betekenen dat iedere deelnemer genoeg krijgt om 20 procent van de eigen bevolking te vaccineren.

Toch dreigt ook Covax speelbal te worden van machtspolitiek: de Verenigde Staten lieten dinsdag weten niet te zullen deelnemen. Amerika, zo luidde de verklaring, wil zich niet laten „tegenhouden door multilaterale organisaties die zijn beïnvloed door de corrupte Wereldgezondheidsorganisatie en China.” Zonder de VS dreigen ook andere partijen niet mee te zullen doen.

Aan westerse landen – inclusief Nederland – de taak om het zover niet te laten komen. Laat niet ‘vaccinnationalisme’ het woord van 2020 worden, liever ‘vaccinsolidariteit’.