Reportage

‘De Amsterdamse nachtcultuur dreigt te verdwijnen’

Manifestatie Medewerkers en klanten van nachtclubs willen weer drinken en dansen op muziek. Maar dat mag niet vanwege corona. De clubs staan op omvallen.

Op het Museumplein in Amsterdam vond zaterdag een manifestatie voor het nachtleven plaats. Het protestbord verwijst naar minister Grapperhaus (Justitie), die onvoldoende afstand hield op zijn eigen bruiloft, nadat hij eerder mensen die de coronaregels niet naleven ‘aso’s’ had genoemd.
Op het Museumplein in Amsterdam vond zaterdag een manifestatie voor het nachtleven plaats. Het protestbord verwijst naar minister Grapperhaus (Justitie), die onvoldoende afstand hield op zijn eigen bruiloft, nadat hij eerder mensen die de coronaregels niet naleven ‘aso’s’ had genoemd. Foto Ilvy Njiokiktjien

Vecht voor je recht om te feesten! Dat was het credo zaterdagmiddag op het Museumplein, waar medewerkers en klanten van nachtclubs samenkwamen voor De Nacht Wacht, een manifestatie tegen het kabinetsbesluit om de gedwongen sluiting van clubs en discotheken te verlengen. Na de sluiting van alle clubs vanwege de uitbraak van het coronavirus zes maanden geleden eisen de demonstranten dat de clubs weer open mogen en dat er extra financiële steun komt – veel clubs staan op omvallen. „De wereldberoemde Amsterdamse nachtcultuur dreigt te verdwijnen”, stelt Pieter de Kroon, een van de organisatoren en eigenaar van de Chicago Social Club op het Leidseplein. „Het gaat jaren duren voordat we weer op dit niveau zitten.”

De sfeer op het Museumplein is gemoedelijk en rustig. De organisatie – die wordt gesteund door zo’n 150 horecabedrijven en uitgaansorganisaties – schat dat er zo’n drieduizend mensen zijn gekomen. Vrijwilligers hebben lila stippen in het gras gemaakt, waarop de demonstranten moeten blijven staan. Dat dit niet altijd lukt, en dat sommige clubgangers elkaar stevig omhelzen, verhindert niet dat de politie zich na afloop tevreden toont: alles is keurig verlopen, de anderhalvemeterregel is voldoende gerespecteerd. Vrijwel niemand draagt een mondkapje, maar dat is ook niet verplicht.

‘Wij zijn de nacht!’

Rapper en komiek O-Dog presenteert de middag. Hij houdt de stemming erin en laat het publiek „Wij zijn de nacht!” scanderen. Sommigen hebben zich kleurrijk aangekleed, alsof ze uitgaan. Protestborden: „Our Tribe Must Dance”, „Murder of the Dancefloor”. Een vader met een baby draagt het bord: „Wij willen onze nacht terug”. De baby draagt een koptelefoon.

Het nachtleven had gehoopt in het najaar weer te beginnen. Het had daar zelf een protocol voor opgesteld, met regels over ventilatie, maximumleeftijd, temperatuurmeting of flitstesten bij de deur. Maar op zijn persconferentie van 1 september was premier Rutte onverbiddelijk: de clubs blijven voor onbepaalde tijd dicht. Dat schoot in het verkeerde keelgat bij de duizenden mensen die in deze sector werken: veel clubs staan op omvallen en het personeel zit werkloos thuis. Maar het kabinet biedt geen vooruitzicht, ook geen nieuwe streefdatum. Het resultaat van de gedwongen sluiting, zo stelt de organisatie: het nachtleven gaat ondergronds, aangezien mensen hun toevlucht nemen tot de bloeiende undergroundfeesten, waar helemaal geen controle is.

Lees over illegale feestjes ook: Dansen in het bos, tot het blauwe zwaailicht opdoemt

Demonstrerende dj Milena (28) is gekomen omdat ze het belang van het nachtleven wil onderstrepen. Zij werkt overdag als accountmanager maar veel van haar vrienden die in clubs werken, zijn nu werkloos. Danser-performer Roxy Galore (33) draagt een veelkleurige jumpsuit en glitters op haar gezicht. Nu het uitgaansleven op slot zit, voelt ze zich verloren: „Alsof een deel van mijzelf er niet mag zijn.” Ze gaat wel naar illegale feesten. Ambtenaar Kees Jan Snijder (41): „Ik zit de hele tijd op de bank – drank, Thuisbezorgd.nl – en ik voel die knaldrang. Ik wil zo graag op de dansvloer even die hele corona kunnen vergeten en de bas kunnen voelen.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

Het wordt nooit stil in Amsterdam

Horecaondernemer Nadia Duinker (Roest, Vrijland Festival), een van de sprekers, citeert haar schoonvader, de onlangs overleden rockzanger Bob Fosko: „Het wordt nooit stil in Amsterdam.” Volgens Duinker is het nu wel degelijk „oorverdovend stil” in de nacht. De sector had tijdens de coronacrisis „begrip, solidariteit en inventiviteit” getoond, zegt ze, maar heeft daar van de overheid slechts „boetes, dreigsommen en kliklijnen” voor teruggekregen. „Alles is illegaal, is het nieuwe normaal.” Hoewel barman, dj en clubeigenaar niet tot de cruciale beroepen behoren, voorziet het uitgaansleven volgens Duinker wel degelijk in een fundamentele menselijke behoefte: „Samenkomen, samen dansen, samen leven.”

De demonstranten strijden voor het recht op dansen, drinken, muziek. Met de gemeente is afgesproken dat op de manifestatie geen muziek wordt gedraaid, om te voorkomen dat de mensen zouden gaan dansen. Dus geen dans, hier en daar een glaasje wijn, soms glijdt er een vlaag wietrook voorbij. In plaats van muziek zijn, tussen de sprekers door, een tikkende klok en een hartslag te horen, en soms een sirene. Als tot slot toch nog de hiphopklassieker ‘Fight for Your Right to Party’ van de Beastie Boys wordt gedraaid, brult iedereen strijdvaardig mee. Slechts een enkeling waagt zich aan wat enthousiaste sprongen.