Interview

De sociaal-economische achtergrond van een kind is bepalend bij schooladvies

Kimberley Lek | Statisticus Naar welke middelbare school mag een leerling uit groep 8? Het oordeel van de leraar is leidend. Maar is de Citotoets niet beter?

Van haar eigen Citotoets in groep 8 kan Kimberley Lek zich weinig herinneren. „Eigenlijk alleen wat leuke plaatjes, maar geen enkele opgave. Mij zijn vooral de randverschijnselen bijgebleven: de nervositeit bij volwassenen en het feit dat we eten en drinken mee de klas in konden nemen. Dat mocht anders nooit. Met de toets zelf had ik het wel gehad na drie dagen.”

Dat was achttien jaar geleden. Het belang van de eindtoets werd daarna alleen maar groter, met alle stress van dien. Het werd een soort eindexamen voor de basisschool, tot ongenoegen van ouders, leerlingen en leraren. De politiek greep in: de Tweede Kamer besloot dat vanaf het schooljaar 2014-2015 niet de eindtoets maar het oordeel van de leraar leidend zou zijn bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. De meester of juf ziet immers „niet alleen de foto, maar de hele film”, zoals veel Kamerleden het samenvatten: niet alleen de toets, maar het hele kind. De toets werd een second opinion: wie hoger scoorde dan het advies van de docent had recht op een heroverweging van dat advies.

Komen door deze verschuiving nu meer leerlingen terecht op de plek in het voortgezet onderwijs die het beste bij hen past? In welke mate verschilden het advies van de leraar en de toets die daarna werd afgenomen en waardoor kwam dat? Die vragen tracht Lek te beantwoorden in het proefschrift Teacher knows best?, waarop ze afgelopen vrijdag aan de Universiteit Utrecht promoveerde.

Lek: „Om de analogie van de film en de foto even door te trekken: als wij allebei naar dezelfde romantische comedy kijken, zullen ons andere dingen opvallen. Ik onthoud misschien de kleur van de jurk van de hoofdrolspeelster, terwijl u die meteen weer vergeet. Als je tot een goed schooladvies wilt komen, is het dus ook belangrijk om te weten wie er naar de film kijkt en waar die persoon op let.”

Voorstanders van de eindtoets hebben daarom altijd gesteld dat die eerlijker is omdat de resultaten ervan objectiever zouden zijn. Wat kwam er uit uw onderzoek naar mogelijke vooroordelen van leraren bij het geven van schooladviezen?

„Daarvoor heb ik de adviezen van leraren en de eindtoetsresultaten van ongeveer 119.000 leerlingen uit groep 8 uit het schooljaar 2014-2015 vergeleken, en die gecombineerd met gegevens van het CBS over de sociaal-economische achtergrond van de leerlingen, hun etniciteit en hun gender. Ook heb ik gekeken op welk schoolniveau de leerlingen drie jaar later zaten.

Het blijkt dat de sociaal-economische positie van de ouders het meeste invloed heeft

„Het blijkt dat de sociaal-economische positie van de ouders het meeste invloed heeft op het schooladvies. Kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau, een laag inkomen en – misschien opvallend – zónder migratieachtergrond krijgen vaker een lager schooladvies van de docent dan uit de eindtoets komt.

„Het maakt dus uit wie je leraar is in groep 8. De ene leraar kan denken: bij die leerling kwam wel een vwo-advies uit de toets, maar ze moet thuis ook nog voor drie broertjes en zusjes zorgen en kan geen hulp verwachten van haar ouders; ik blijf bij mijn havo-advies. Terwijl de ander denkt: als die leerling in haar moeilijke thuissituatie al tot zo’n goede toets in staat is, heeft ze vast heel veel in haar mars; ik pas mijn advies aan van havo naar vwo. In de praktijk komt dat eerste dus vaker voor – en dat is misschien terecht, maar zeker weten we dat niet.”

In de jaren tachtig en negentig werden leerlingen uit etnische minderheden overgeadviseerd

Welke invloed heeft de etnische achtergrond van leerlingen?

„Daar hebben we de afgelopen decennia een interessante slingerbeweging gezien. In de jaren tachtig en negentig werden leerlingen uit etnische minderheden – voornamelijk met Turkse en Marokkaanse achtergrond – overgeadviseerd: ze kregen een advies dat hoger lag dan hun toetsresultaat. Rond 2000 kantelde dat: toen kregen leerlingen met een migratieachtergrond vaker een lager advies van de docent dan waar ze volgens de toets recht op hadden.

„Uit mijn onderzoek blijkt dat de afkomst van een leerling er nu niet meer toe doet. Verschil in etniciteit leidt – gemiddeld over de hele populatie van de 119.000 leerlingen die ik onderzocht – niet tot een ander advies van de leraar dan je mag verwachten op basis van de eindtoets. Maar: er zijn grote verschillen tussen scholen. Hier en daar krijgen leerlingen met een migratieachtergrond nog steeds opvallend lagere of hogere adviezen.”

Is er nog een verschil tussen de adviezen die jongens en meisjes krijgen van hun leraar?

„Nee, jongens noch meisjes werden opvallend over- of ondergeadviseerd. Dat bevestigt andere onderzoeken, waaruit blijkt dat soms meisjes en dan weer jongens hogere adviezen krijgen. Het kan zijn dat meisjes profiteren van het feit dat ze worden gezien als meer secuur en beter geconcentreerd, maar het bijzondere hiervan is dat we niet eens weten of het feit dat jongens in groep 8 nog wat kinderlijker zijn, in het voortgezet uiteindelijk significant nadeel oplevert. Misschien compenseren ze dat vrij snel.”

Docenten gaven al met al gemiddeld een lager schooladvies dan de eindtoets

Uit resultaten die Lek vorig jaar al publiceerde, blijkt dat basisschoolleraren en de eindtoets ongeveer even goed zijn in het voorspellen van het niveau dat leerlingen op de middelbare school aankunnen. Voor driekwart van de leerlingen uit 2015 kwamen de uitslag van de eindtoets en advies voor voortgezet onderwijs van de docent overeen, of de twee adviezen overlapten. Voor het kwart van de leerlingen waar beide adviezen niet overlapten, gold: als een leerling in het derde leerjaar op het vwo was beland, dan had de toets dat ruim twee keer zo vaak al voorspeld als de docent. Maar voor de leerlingen die op het vmbo of de havo belandden, had de docent dat juist weer vaker voorspeld. Docenten gaven al met al gemiddeld een lager schooladvies dan de eindtoets.”

Wat is wat u betreft de ideale situatie aan het eind van de basisschool: eerst het advies van de leraar, of eerst de toets?

„Ik ben er voorstander van om eerst de toets af te nemen, maar het resultaat ervan dan wel in perspectief te plaatsen. De leraar gebruikt die toets zo om tot een advies te komen, gecombineerd met eigen observaties. We hebben dan wel meer zicht nodig op de factoren die een leraar verder laat meewegen. Nu is het heel holistisch, een soort geïnformeerde intuïtie. Dat zou ik graag meer gestroomlijnd en doorzichtig zien. Het blijkt dat leraren er beter in zijn om afstroom naar havo en vmbo te voorspellen: hoe komt dat?

„Laten we daarom kijken of we ongrijpbare zaken als inzet, concentratie en netheid op een bepaalde manier kwantificeerbaar kunnen maken. Als de docent hulpmiddelen krijgt om dat te doen, maken we inzichtelijk welke eigenschappen nu precies een voorspellende waarde hebben voor het verloop van de verdere schoolcarrière van een leerling. Zo kunnen we het beste van de toets en de leraar combineren.”