Reportage

Peren plukken in plaats van friet bakken op een festival

Oogstcamping Bij gebrek aan werk op festival en andere zomerbaantjes plukken jongeren peren in Flevoland. De boer merkt op dat ze het werk soms onderschatten. „Dan wordt de tweede week ineens toch drie dagen, in plaats van vijf.”

Op de ‘Oogstcamping’ in Flevoland verblijven mensen die overdag werken bij boerenbedrijven de omgeving.
Op de ‘Oogstcamping’ in Flevoland verblijven mensen die overdag werken bij boerenbedrijven de omgeving. Foto Bram Petraeus

In de namiddag komt een groepje van vijf opgewekt het terrein van camping Buytenplaets Suydersee in Lelystad op lopen. „5.000 kilo peren!”, roept een jonge vrouw in houthakkersblouse opgetogen. „Nee, nog meer”, verbetert een ander haar. „1.000 kilo per persoon toch?”, antwoordt de vrouw. „Néé, 1.200!”

Deze week is een hoek van de camping in Flevoland ingericht als ‘oogstcamping’. Middenin het kampement van zo’n tien tenten en twee kampeerbusjes is een overkapping gespannen. Overal liggen hooibalen en zijn zitjes ingericht, in het midden staat een grote eettafel met bloemen erop. Naast het kamp is een tent omgetoverd tot bar, met lange picknicktafels en een krijtbord met de huisregels („maak op gepaste afstand kennis met het keukenteam”) ervoor. Was er geen coronacrisis, dan had het geheel niet misstaan op een festival.

Maar anders dan de meeste jonge campinggasten gewend zijn, begon de dag hier al om half acht ’s ochtends. Dat was het moment dat de groep van achttien mensen met auto’s naar boerenbedrijven de omgeving vertrok, om er te helpen met de oogst. In de eerste week van september zijn dat in de polder veelal peren.

Floor van Emmerik (25) vond het „hard werken”, maar wel „heel leuk”. Het groepje van vijf waarmee ze zojuist aankwam werkte vandaag met voornamelijk Poolse arbeidsmigranten, die er al weken werken. Het zet Van Emmerik „de hele dag al” aan het denken, zegt ze. „Boerenbedrijven halen dus allemaal mensen hierheen om te werken – en die peren gaan voor het grootste deel naar Zweden.” Een „logistiek gedoe”, noemt ze het. Dat had ze nooit achter zoiets „simpels” als een peer gezocht.

Van Emmerik zou deze zomer eigenlijk op festivals en evenementen werken, als frietbakker. „Een feest- en werkzomer” moest het worden, zegt ze. Maar toen kwam corona, en trok ze noodgedwongen weer bij haar ouders in. Een poging postbezorger te worden liep op niets uit, dus wees een vriendin haar op de oogstcamping.

Dieuwertje Spek en Rafael Kooistra snijden het avondeten. Foto Bram Petraeus

Verdwenen banen

In het tweede kwartaal van 2020 verdween een recordaantal banen: 322.000, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand. Daarmee werd de banengroei van de afgelopen twee jaar in één klap ongedaan gemaakt. Vooral in april verloren veel mensen hun baan. Met name jonge flexwerkers in de detailhandel, cultuur- en horecasector kwamen zonder werk te zitten.

Toch is de coronacrisis ook een atypische crisis. Want er zijn nog genoeg plekken waar mensen wel aan de slag kunnen. Binnen sommige bedrijven, denk aan de distributiecentra, is er zelfs méér vraag naar personeel. En in andere sectoren houdt de arbeidskrapte simpelweg aan.

Zo zat de agrarische sector dit voorjaar nog omhoog, toen arbeidsmigranten uit Oost-Europa de grens niet over konden. Voor de oogst schakelt Nederland volgens boerenbelangenclub LTO jaarlijks hulp in van zo’n 170.000 arbeidsmigranten – seizoensarbeiders die hier komen aspergesteken, aardbeien plukken, onkruid wieden. Door de gesloten grenzen dreigde de oogst voor sommige tuinbouwers te mislukken.

Kester Scholten (26) was „op het land” aan het werk toen hij over die tekorten hoorde. Scholten volgt naast zijn productiewerk voor muziekfestivals als Into The Great Wide Open de opleiding voor biologisch-dynamische landbouw bij de Warmonderhof. Daar hoorde hij dat boeren gespannen waren. Telers kwamen handen tekort, terwijl zijn collega’s uit de festivalwereld door een afgelast seizoen massaal zonder werk zaten.

Samen met het Slow Food Youth Network, een jongerenbeweging die zich inzet voor een eerlijk voedselsysteem, zette Scholten daarom De Seizoenarbeiders op. Een „soort uitzendbureau”, zegt hij, waarmee hij zijn werkloze collega’s aan de boerenbedrijven kon koppelen. Via het initiatief heeft hij inmiddels zo’n tweehonderd mensen aan het werk gezet, bij verschillende boeren uit zijn netwerk.

De geplande ‘feest- en werkzomer’ ging niet door, en terug in het ouderlijk huis verliep de zoektocht naar werk lastig

Het idee voor de oogstcamping, een week lang werken bij de boer en slapen op een camping, bedachten Scholten en zijn mede-oprichters toen ze merkten dat niet iedereen even gemakkelijk bij de boeren kon komen. De campinggasten betalen vijftien euro per dag voor ontbijt, avondeten en een staplaats, en mogen als zzp’er 17 euro per uur in rekening brengen bij de boer. Payrollers krijgen 11,78 euro per uur. De camping blijft in totaal vier weken staan.

Mede-oprichter Jur Jacobs (30): „Maar van uitzendwerk hadden we dus echt geen kaas gegeten. Een verzekering, toestemming van de Belastingdienst om zzp’ers búíten hun beroepscode om ander werk te laten doen – we hadden geen idee dat het allemaal moest.”

Via het jongerennetwerk werden Scholten en Jacobs daarom gekoppeld aan Edward Nijk (28), biologisch pluimveehouder, akkerbouwer en eigenaar van een agrarisch uitzendbureau met 220 man in dienst, van wie zeventig vast. Nijk legde al die financiële zaken uit, en profiteert nu bovendien van de arbeidskrachten die via De Seizoenarbeiders ook bij hem aan het werk zijn.

Want hoewel de Europese grenzen begin juni weer grotendeels opengingen en Oost-Europese arbeidsmigranten hun weg naar Nederland vonden, heeft de agrarische sector nog steeds structurele arbeidstekorten. Nijk zag dat het werk daardoor de afgelopen jaren niet altijd afkwam. Dit jaar werken er meer mensen binnen zijn bedrijf, kan hij daarom meer klanten bedienen, en is het voor Nijk dus allerminst een crisisjaar.

Kester Scholten houdt zich op de camping bezig met de barbecue. Foto Bram Petraeus

Alles in één klap afgezegd

Voor mensen als Rafael Kooistra (24), die niet uit de festivalwereld komt maar wél zonder werk zit deze crisis, helpen alle beetjes. Vlak vóór corona zegde hij zijn bijbaan in Amsterdam op, om een half jaar te gaan studeren in Frankrijk. Dat plan ging door de coronacrisis niet door, nu probeert Kooistra al een paar maanden een nieuwe bijbaan te vinden. Maar wat hij ook probeert, telkens is hij „één van de honderd” en past hij net niet in het profiel. „Studentassistent, receptionist, zelfs bij een bakker lukte het niet”, zegt Kooistra.

Ook Dieuwertje Spek (27) uit Leiden, zij plukte vandaag samen met Kooistra peren, is „best wel geraakt” door de coronacrisis, zegt ze. Ze is danser in een eigen collectief en reisde met een straattheater rond. Daaruit haalde ze in het zomerseizoen haar hoofdinkomen. „Maar in één klap werd alles afgezegd – tot en met december”, zegt Spek. Het geld dat ze deze week verdient gaat af van het maandelijkse bedrag dat ze via de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) ontvangt. Spek: „Maar ik ben veel liever aan het werk, eigenlijk.”

De twee zijn groenten aan het snijden voor de barbecue van vanavond, deze week voelt toch een beetje als vakantie, zeggen ze allebei. De meeste mensen hier kennen elkaar pas sinds gisteren. Het is heel gezellig, zegt Kooistra. Verderop wappert oprichter Kester Scholten het vuur aan, op de houten boomstammen om hem heen komen steeds meer mensen zitten. Af en toe herinnert iemand van de organisatie de groep eraan voldoende afstand te houden.

Volgens Boris Kause (40) moest ‘hun’ boer wel even wennen aan al die Randstedelingen vandaag. Hij lacht. Op het moment dat het tijd was voor de koffie, wilden ze hun perenboompje nog even „afmaken”, zegt Kause. „Dat kon dus niet, want het was metéén pauze – precies een kwartier lang.” En toen ze na afloop van de lunch nog even naar de wc wilden, werd vriendelijk duidelijk gemaakt dat ze dat eigenlijk tíjdens hun pauze hadden moeten doen. „Op kantoor is dat natuurlijk allemaal niet zo strikt.” Kause was zelf hospitality manager toen de coronacrisis uitbrak, maar moest in zijn proeftijd stoppen.

Lees ook over mensen die jong waren in de crisis van de jaren tachtig: Verloren generatie? Na een aantal wanhopige jaren viel het allemaal wel mee

Basale vragen, in ‘boerenogen’

Dat de nieuwelingen van De Seizoenarbeiders iets langzamer zijn dan zijn vaste medewerkers, vindt bioboer Edward Nijk niet zo erg. Elke nieuwe arbeidskracht moet je inwerken, zegt hij, al valt het hem wel op dat veel jongeren het werk onderschatten. Nijk: „Dan schrijven ze zich eerst in voor een hele week, en wordt dat de tweede week ineens toch drie dagen.”

Maar veel leuker dan anders vindt Nijk de vragen die hij krijgt, en de gesprekken die daaruit ontstaan. In „boerenogen” zijn de vragen misschien wat basaal, maar daardoor wordt hij wel gedwongen na te denken over dingen die zo vanzelfsprekend lijken. „Waarom verbouw je eigenlijk peterselie?”, vroeg iemand onlangs. Dat antwoord had hij niet één-twee-drie paraat.

Datzelfde krijgt Scholten van De Seizoenarbeiders ook van de andere boeren te horen. Nee, zijn mensen hebben niet meteen het tempo van een doorgewinterde arbeidsmigrant te pakken. Maar de taalbarrière is wel weg. Scholten: „En dat blijken de boeren dan toch wel heel leuk te vinden, uitleggen wat hun bedrijf doet.” Rond het vuur van de barbecue is dat ook wat de meeste campinggasten zeggen. Ze hadden géén idee dat een hagelbui zoals die vorige week over Flevoland ging, zo funest zou zijn voor de peren.

Bioboer Nijk verwacht zelfs dat een aantal jongeren uit de horeca- en festivalwereld het komende jaar opnieuw bij hem zal komen werken. De zomermaanden zijn drukke oogstmaanden. En zolang de evenementensector stilligt, denkt hij dat deze mensen hem zullen blijven vinden.