Geen ‘quick fix’ voor leerachterstand: ‘Het niveau van kansenongelijkheid is onaanvaardbaar hoog’

Ongelijkheid in het basisonderwijs Corona maakte ook op Nederlandse scholen de kansenongelijkheid zichtbaarder, al slaagde een aantal scholen er goed in om kinderen aan het werk te krijgen.

Nu de scholen weer open zijn, worden de eerste gevolgen van de maandenlange sluiting zichtbaar.
Nu de scholen weer open zijn, worden de eerste gevolgen van de maandenlange sluiting zichtbaar. Foto Ramon van Flymen/ANP

Hoe erg is het om een paar maanden niet naar school te gaan? Na zes weken zomervakantie merken leraren al dat sommige kinderen minder vlot lezen of de tafels zijn vergeten. Dit jaar kwam daar door corona nog een extra, noodgedwongen ‘schoolvakantie’ bij. Die pakte voor iedere leerling anders uit: de één maakte volgens een strak schema huiswerk, de ander was vooral aan het gamen. De één kreeg hulp van ouders, de ander had grotere problemen aan het hoofd dan wiskunde. Weer anderen kregen nauwelijks les – ook niet digitaal.

Nu de scholen weer open zijn, worden de eerste gevolgen zichtbaar. Op sommige scholen namen de verschillen tussen leerlingen door de coronacrisis toe, constateerde de Onderwijsinspectie deze week na een representatieve steekproef onder negenhonderd scholen, die begin volgende maand wordt herhaald. Bij een klein deel van de basisschoolleerlingen ziet onderwijspersoneel een „verminderde cognitieve ontwikkeling, welbevinden, motivatie en concentratie”. Middelbare scholen zien gemiddeld genomen meer leerachterstand.

De kansengelijkheid stond ook vóór corona al onder druk. De Onderwijsinspectie vroeg er in het jaarverslag De Staat van het Onderwijs 2014/2015 voor het eerst nadrukkelijk aandacht voor. Niet alle leerlingen, aldus de inspectie destijds, krijgen de kans het onderwijs te volgen dat past bij hun niveau: het onderwijsniveau van hun ouders speelt een grotere rol. Leerlingen met hoogopgeleide ouders krijgen steeds hogere adviezen voor hun vervolgopleiding, terwijl voor leerlingen met laagopgeleide ouders het tegenovergestelde geldt. De eerste groep stroomt op de middelbare school ook vaker door naar een hoger niveau en heeft betere kansen in het hoger onderwijs.

Lees ook: Leerlingen werden in de eerste weken digitaal handiger en zelfstandiger

Parallel hieraan groeit het ‘schaduwonderwijs’: steeds meer ouders kopen extra onderwijs in om hun kind buiten school bij te spijkeren. De uitgaven hieraan zijn in vijftien jaar meer dan verviervoudigd, becijferde het CBS in 2016. Kassa voor de huiswerkinstituten en bureaus die bijlessen of examentrainingen aanbieden: hun omzet steeg alleen al tussen 2015 en 2017 van 49 naar 69 miljoen euro, blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek. Hoe hoger het inkomen van de ouders, hoe groter de kans dat een kind particuliere bijles of examentraining krijgt.

Behoorlijk egalitair

Ondanks die toegenomen ongelijkheid is het Nederlandse onderwijsstelsel nog behoorlijk egalitair, zeker in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk. Op een paar tientjes vrijwillige ouderbijdrage na zijn scholen gratis. En vergeleken met andere landen is de kwaliteit van basis- en middelbare scholen hoog. De kansenongelijkheid lijkt ook wat gestabiliseerd door de aandacht voor het onderwerp.

Maar, zegt universiteit hoofddocent Eddie Denessen (Radboud Universiteit), gespecialiseerd in kansenongelijkheid: „De kansenongelijkheid is blijven hangen op een bepaald niveau, maar dat niveau is onaanvaardbaar hoog. Scholen en gemeenten worstelen nog altijd met de vraag hoe ze de ongelijkheid kunnen verkleinen.” Denessen denkt dat de ongelijkheid door de coronacrisis inderdaad is toegenomen. „Maar dat is een onderbuikgevoel. De rol van ouders was groter, en daarmee kapitaliseer je verschillen. Je kunt ook andersom redeneren: de schoolsluiting was ‘maar’ zeven weken; een uitgebreide zomervakantie. En scholen hebben niet stilgezeten; sommige is het gelukt kinderen aan het werk te krijgen. Het is nog te vroeg om er echt iets over te kunnen zeggen.”

Lees ook: Vijf lessen die we hebben geleerd van het thuisonderwijs

Ook Thijs Bol, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, zegt dat nog niet precies te kwantificeren is hoe groot de leerachterstanden zijn en waar ze zitten. „Maar er komen steeds meer aanwijzingen uit rapportages van leraren en schoolleiders dat corona de ongelijkheid tussen scholen en leerlingen heeft vergroot.”

School, stelt Bol, is voor sommige kinderen een veel belangrijker plek dan voor anderen, omdat de hulp en bagage die ze vanuit huis krijgen heel verschillend is. Wie thuis wordt voorgelezen of hulp krijgt bij een lastige wiskundesom, doet het over het algemeen beter.

Tijdens de coronacrisis onderzocht Bol het effect van thuisonderwijs op de ongelijkheid tussen kinderen door vragenlijsten te sturen naar 768 ouders met in totaal 1.318 kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs. De uitkomst van zijn onderzoek laat grote verschillen zien in de mate waarin ouders hun kind hielpen bij hun schoolwerk. Hoe hoger opgeleid de ouder, hoe beter het kind werd begeleid. Dat is geen onwil van de lager opgeleide ouders, zegt Bol, maar onmacht. „Omdat ze de stof niet begrijpen of omdat ze de taal niet machtig zijn.”

Gratis boeken in Denemarken

Internationaal onderzoek laat hetzelfde patroon zien, zegt Bol. „Deense onderzoekers hebben heel precies bijgehouden hoeveel boeken in bibliotheken in Denemarken werden uitgeleend en door wie tijdens de sluiting van de scholen. Schoolkinderen kunnen daar gratis boeken lenen. Wat bleek: kinderen uit hogere sociale milieus bleven evenveel boeken lenen, kinderen uit lagere sociale milieus veel minder. Dat heeft grote gevolgen, want lezen is cruciaal voor leerprestaties.”

Er is geen ‘quick fix’, je bent er niet met een zomerschool of een paar extra lessen

Thijs Bol socioloog

Het kabinet stelde voor de zomer al 244 miljoen euro beschikbaar om de leerachterstanden in het onderwijs aan te pakken. Of dat genoeg is, is de vraag. Achterstanden zijn heel moeilijk te repareren, zegt Bol. „Leerlingen die een achterstand hebben opgelopen, blijven achter hun klasgenootjes aanrennen, omdat die gewoon doorgaan met leren. Er is geen quick fix, je bent er niet met een zomerschool of een paar extra lessen.” Wat nodig is, stelt Bol, is een lange adem en gerichte steun. „Er zijn scholen waar geen enkel kind last heeft gehad van de lockdown en scholen waar in elke klas wel twintig kinderen achterstand hebben opgelopen. Dat zijn, verwacht ik, de scholen die het voor de coronacrisis ook al moeilijk hadden. Geef die scholen extra geld en zorg dat daar extra leraren worden aangesteld.”

Lees ook over de ongelijkheid in het basisonderwijs in het VK: Het coronavirus verdeelde Britse scholieren in (kans)arm en (kans)rijk