Reportage

Moorden in Chicago: ‘De enige slaapliedjes die kinderen hier horen zijn schoten en sirenes’

Sociale onrust VS In Chicago worden elk jaar honderden mensen vermoord – vooral zwarten. Het geweld nam verder toe na de dood van de zwarte arrestant George Floyd. Is er een verband tussen de sociale onrust en de piek in de misdaadcijfers?

De politie van Chigago onderzoekt een schietpartij op een begrafenis, waarbij deze zomer veertien gewonden vielen.
De politie van Chigago onderzoekt een schietpartij op een begrafenis, waarbij deze zomer veertien gewonden vielen. Foto KAMIL KRZACZYNSKI/ AFP

Lashonda Burton zat op een doordeweekse donderdag in haar geparkeerde auto op West Ohio Street in Chicago. Een man liep op haar af, stak zijn pistool door het raam en schoot haar dood – volgens buurtgenoten met vijftien kogels.

Burton was het 478ste moordslachtoffer in Chicago dit jaar. Als je alleen de Afrikaans-Amerikaanse doden rekent, was ze nummer 335 – een kolossale oververtegenwoordiging in een stad met krap 30 procent zwarte inwoners. Van alleen de doden in deze buurt, Austin, in het westen van Chicago, was Burton nummer 43. Al die getallen zijn ongeveer even hoog als de moordcijfers over 2019, alleen zijn we nu pas op tweederde van het jaar.

Deze piek is niet exclusief voor Chicago. De meeste grote Amerikaanse steden zagen dit jaar een toename van het aantal moorden. Gemiddeld met 24 procent ten opzichte van vorig jaar, zo becijferde The Wall Street Journal begin augustus. Chicago gaat aan kop als stad met de meeste moorden. Daarbij moet worden aangetekend dat de misdaadcijfers nog altijd flink lager liggen dan in de jaren 80.

Wat de toename van dit jaar extra lading geeft, is dat ze is ingebed in vier meer of minder unieke omstandigheden. De maandenlange lockdowns wegens de corona-epidemie. De soms gewelddadige protesten tegen structureel ongelijk toegepast politiegeweld na de dood van George Floyd. De daarmee samenhangende discussie over grote politiehervormingen, door activisten samengevat in de slogan defund the police, knijpt de politiebudgetten af. En het feit dat president Trump deze slogan, in strijd met de waarheid, toedicht aan zijn politieke tegenstander Joe Biden. Sinds Trump van veiligheid, van law and order zijn campagnespeerpunt heeft gemaakt, en de gewelddadige protesten in de marge van de sociale onrust aangrijpt om Biden als anarchist neer te zetten, is hij zijn achterstand in de peilingen snel aan het inlopen. Misdaad loont, politiek gesproken.

Is er een verband tussen de sociale onrust en de piek in de misdaadcijfers? Als je de grafiek ziet van schietpartijen in de afgelopen negen jaar, is er één opvallende afwijking in 2020 vergeleken bij alle andere jaren. Alleen dit jaar is er ineens een scherpe knik omhoog eind mei – vlak nadat de zwarte arrestant George Floyd stierf onder de knie van een witte politieman.

Lees ook deze reportage vanuit Minneapolis: ‘Fuck the police, fuck the pigs.’

Meer drank dan verse groenten

Een paar dagen na de moord op Lashonda Burton, dezelfde straat, hetzelfde blok. Links en rechts staan huizen met dichtgetimmerde ramen. In de tuin van het hoekhuis loopt een waakzame dobermann pincher. Op de hoek van de straat hangt een bord met de ‘blokregels’: geen drugs, niet gokken, niet te hard rijden, niet rondhangen, niet ballen op straat.

Allemaal tekenen van een slechte buurt, een no-go-area. Maar in hetzelfde stuk van West Ohio Street staan ook keurige rijtjes eengezinswoningen, vrijstaande huizen met heerlijke houten veranda’s. Het vuilnis wordt hier opgehaald, de stoepen en tuinen zijn schoon. Een Prime-busje passeert de kruising met Lockwood Avenue: Amazon bezorgt hier gewoon. Een vrouw op slippers sloft naar een stilstaande auto. Ze betaalt de chauffeur en neemt twee plastic tasjes met haar lunch van hem aan.

Wat het meest opvalt: in de aangrenzende buurten, met de superieure koffietentjes in oude industriële gebouwen, de distilleerderij met z’n assortiment Oostenrijkse fruitbrandewijnen en de rij witte klanten voor de biologische supermarkt Trader Joe’s, zag je allemaal borden met Black Lives Matter en Fund the schools, not the police. In Austin niet.

„Wat de pers op deze buurten projecteert, klopt niet”, zegt Zerlina Smith. Met nadruk: „Ik woon in een zogenaamde hot spot.” De veertiger is een onafhankelijk politicus („een socialist”) die al verschillende malen meedeed aan verkiezingen voor gemeenteraadslid of buurtvertegenwoordiger. Gewonnen heeft ze nog nooit.

Waarom ze het dan steeds weer probeert? Omdat buurten als deze vertegenwoordigd moeten worden door mensen uit de buurt, zegt ze. Mensen die weten dat je hier gemakkelijker aan drank dan aan verse groente komt. Die het merken als zwarte mensen de buurt uit worden geduwd om plaats te maken voor rijke witte bewoners. Die zelf kinderen hebben die hier moeten wonen. „Ik heb een elf jaar oude dochter en een veertien jaar oude zoon. Zij lopen gevaar te laag te worden opgeleid, ziek te worden, te worden beroofd, te worden gedood.”

De huidige afgevaardigde voor dit district, Chris Taliaferro, is volgens Smith een goed, of liever: slecht voorbeeld. Hij heeft zijn kantoor aan de uiterste rand van Austin, maar hij woont twee wijken verderop, in Dunning. Daar viel dit jaar tot dusver één dode door vuurwapengeweld. „Dat zijn politici die hier alleen maar komen praten met zogenaamde gemeenschapsleiders en met geestelijken, nooit met gewone bewoners”, zegt Smith.

Onvermijdelijke muurschilderingen

Smith is een van de vele zwarte vrouwen die zich als ‘community organizer’ over de buurt ontfermen. Ze zitten in organisaties met namen als Turning the Page en Save Our Streets. Ze delen voedsel uit, geven huiswerkbegeleiding, organiseren leiderschapscursussen voor kansarme jongeren, verven samen met die jongeren de in deze buurten onvermijdelijke muurschilderingen vol zelfbewuste mensen en woorden. Alles om de jongeren van het geweld weg te houden.

Ze hebben allemaal doden gezien, bij de bushalte, verderop in hun straat, in een auto. „Maar niet zoveel als sommige kinderen”, zegt Aisha Oliver van Root2Fruit. „De enige slaapliedjes die de kinderen hier horen, zijn schoten en sirenes”, zegt Zerlina Smith met gevoel voor drama.

De zomerweekends waren gewelddadig in Chicago, met bendegeweld en moorden in het armzalige zuiden en westen van de stad, en tomeloze plunderingen in de sjieke winkelstraten van de binnenstad.

De meest besproken tegenmaatregel van burgemeester en politie was de bescherming van de binnenstad. Bruggen werden ’s avonds opgehaald om mensen ‘van buiten’ op afstand te houden. Verkeersaders werden druk bepatrouilleerd, doorgangswegen werden met vrachtauto’s afgesloten. Hotels hadden bewapende bewakers voor de deur. Alle dure winkels waren gebarricadeerd met houten platen.

Het waren maatregelen tégen de inwoners van wijken als Austin in het westen en Englewood en Chatham in het zuiden. „Ik keur het geweld na de dood van George Floyd niet goed”, zegt Kymbria Young van de buurtorganisatie Seasons to Soar. „Het heeft deze wijken geen goed gedaan. Maar ik moet erkennen dat mensen nu eenmaal verschillend reageren op zulke gebeurtenissen. Sommigen pakken een bord en gaan demonstreren. Anderen slaan een etalage in en plunderen. Maar ze reageren allemaal op hetzelfde kernprobleem: ongelijkheid.”

Aisha Oliver zegt dat ze de woede „aanvankelijk begreep”. Maar toen het plunderen bleef aanhouden verloor ze dat begrip. „Wat mij ook niet bevalt, is dat allerlei mensen zich opeens opwierpen als woordvoerder voor onze buurten. Terwijl niemand ze hier ooit had gezien. Ze organiseerden protest uit onze naam. Ze naaien de mensen hier op, en gaan ’s avonds weer terug naar hun veilige buurt.”

En hoe reageert de politie hier? Er zitten „echte klootzakken” bij de politie van Chicago, zegt Oliver. „Die gedragen zich als premiejagers.” Maar ze kent ook toegewijde agenten. Die naar basketbalwedstrijden op school komen kijken. Die haar meenamen naar de grootmoeder van Amaria Jones, een meisje van dertien in Austin, dat net haar moeder een dansje voor haar TikTok-pagina liet zien toen ze een verdwaalde kogel in haar hoofd kreeg. „Voor zulke agenten heb ik alleen maar respect”, zegt Oliver.

„De mensen die hier wonen, zullen je vertellen dat ze de politie nodig hebben”, zegt Zerlina Smith. „Iedereen heeft het over witte politiemensen die zwarte mannen doden. Doe dat vooral. Maar zullen we dan ook praten over zwarte mannen die zwarte mannen doden? Of dacht je dat ’s avonds witte mensen naar Austin komen om hier onze zwarte medeburgers dood te schieten?”

Een medewerker van buurtorganisatie TargetArea deelt in de wijk Chatham in Zuid-Chicago flyers uit met ‘tien tips om de zomer te overleven’. Let op bijzondere dingen om je heen (wraak, feestjes etc). Wees voorzichtig als je mensen in een andere buurt bezoekt. Zet je gps uit. Blijf niet te lang in een geparkeerde auto zitten. Het woord ‘politie’ komt in de tips niet voor.

Een appel

„Het is zo complex”, zucht Kymbria Young. Ze staat op de stoep voor Moran Park, in Chatham, Zuid-Chicago. Om haar heen delen vrijwilligers gratis pakketten met groente en fruit uit aan buurtbewoners. In het speeltuintje in het park hangen volwassen mannen op de bankjes en tegen het kleurige klimrek, er spelen geen kinderen. Het pierenbadje is leeg. Een jongetje fietst over de stoep op een te grote fiets.

„Je moet wel protesteren”, zegt Young. „De dood van George Floyd herinnert ons er voor de zoveelste keer aan waarom we dit werk doen. Ik had een jongetje van tien in mijn groep die zat te dommelen. Hij had de hele nacht niet kunnen slapen door het geluid van schoten.”

Rijd een rondje door de buurt als witte automobilist en de bewoners houden op met waar ze mee bezig zijn en staren je aan. „De mensen hier stemmen niet”, zegt Young. „Door de epidemie werken ze niet, en als ze wel werken, worden ze vaker ziek dan anderen. En is het gek dat ze ongezond zijn? Je moet hier vier mijl lopen om een appel te kopen. In deze buurt kun je alleen chips krijgen.”