Opinie

Helemaal klaar met corona – én met de overheid

Politiek De opvatting van de overheid is definitief ‘ook maar een mening’ geworden. ziet een nieuwe vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid.
Foto Joris van Gennip/Hollandse Hoogte

De coronamaatregelen hebben tot een lawine aan opinies en kritiek geleid. Niet vreemd: het onderwerp gaat iedereen aan, de urgentie is evident, en wat eraan gedaan kan of moet worden is relatief ongewis. Het vertrouwen dat kabinet en RIVM een juiste aanpak weten te vinden, brokkelt af. Blijkens recent onderzoek raakt het land steeds meer verdeeld tussen degenen die ‘klaar zijn’ met de maatregelen en zij die juist strenger optreden wensen. Tegelijk gaat deze stijging van mondigheid en wantrouwen samen met een toename van laksheid qua preventie op straat, maar ook in de privésfeer. Koning, minister, admiraal, zondigen doen ze allemaal!

Maar het gaat hier om meer dan incidentele menselijke zwakte. Historicus Piet de Rooy geeft een goede voorzet tot diepere analyse waar hij in NRC het betreffende gedrag in verband brengt met illiberaal populisme. Ik ga nog iets verder: we hebben te maken met de opkomst van een nieuw fenomeen, burgerlijke ongehoorzaamheid 3.0.

In de jaren vijftig en zestig was er de ‘klassieke’ burgerlijke ongehoorzaamheid. Het ging om een klassieke ‘opstand’ vanuit een vorm van moreel geweten tegen – toen nog – onomstreden gezag. Denk aan de zwarte burgerrechtenbeweging of aan het protest tegen de oorlog in Vietnam. Er was toen nog sprake van een ‘bevelshuishouding’, in termen van de socioloog Bram de Swaan. Het gezag werd geëerbiedigd en alleen in extreme situaties tartten burgers dat gezag – niet omdat zij er lak aan hadden, maar juist omdat dit gezag voor hen zo’n hoge waarde vertegenwoordigde. Het was eigenlijk juist de eerbied voor het gezag die hen ertoe aanzette om bepaald onrecht niet te accepteren. Dat gebeurde natuurlijk niet door simpelweg de wet te overtreden maar door deze publiekelijk en met redenen te trotseren. In zekere zin een kwestie van: ‘hier sta ik, ik kan niet anders.’

Meedenken met de overheid

Door de snelle democratisering in de jaren zestig en zeventig nam het belang van burgerlijke ongehoorzaamheid in haar klassieke vorm af. De bevelshuishouding maakte plaats voor een ‘onderhandelingshuishouding’. Incidentele, gewetensvolle obstructie werd vervangen door inspraak, medezeggenschap en interactieve democratie. Deze verandering valt zowel ideëel als prudentieel te begrijpen. Ideëel omdat hier daadwerkelijke sprake is van het doordringen van een democratische ideologie, niet alleen bij burgers, maar ook bij het openbaar bestuur dat zich vanuit overtuiging gaat inspannen om procedures en structuren meer democratisch en ‘transparant’ in te richten. Prudentieel, omdat dit bestuur al doende gaat inzien dat de democratische weg ook de meer effectieve weg is: met overleg krijg je, in de moderne samenleving althans, meer voor elkaar dan met autocratische directieven.

Deze vorm van democratisch (mede)bestuur neemt al snel een ambigu karakter aan. Denk bijvoorbeeld aan het ‘Not in my backyard’-protest van eind jaren tachtig: meedenken met de overheid leuk, maar geen snelweg of windmolen bij míj in de buurt graag. Het proces waarin de burgers leren om met de overheid mee te denken en ‘actieve burgers te worden’, leert ze ook hoe ze handig in dat proces kunnen opereren om de lasten van het publieke belang eerder bij anderen te laten landen – en dit ook nog netjes democratisch te legitimeren. Het meedenken met de samenleving gaat dus gelijk op met het vermogen om het eigenbelang op zijn minst niet uit het oog te verliezen.

Rutte is niet meer dan de zoveelste influencer in je tijdlijn

Ergens in de jaren tachtig en negentig heeft een andere vorm van ongehoorzaamheid de overhand gekregen, die we kunnen identificeren met wat de Franse historicus Pierre Rosanvallon de opkomst van de ‘tegendemocratie’ noemt. Daarin gaan burgers niet meer zozeer met de overheid in de slag om deze uiteindelijk sterker of effectiever te maken, maar juist om deze te verminderen. De macht grijpen doen we niet meer om deze te gebruiken, maar om haar te verzwakken. Democratie wordt steeds meer een kwestie van obstructie van de vermogens van de overheid. Dit is burgerlijke ongehoorzaamheid 2.0. Van uitzonderlijk geval wordt deze tot Normalfall van de politiek. Via politiek, recht of media wordt het gezag van de overheid routinematig niet alleen betwist, maar ook ontregeld en ontkracht.

Burgerschap is sindsdien een tegenmacht geworden. Geëmancipeerde burgers weten wegen te vinden om de overheid op de knieën te krijgen, zoals bijvoorbeeld de rechtszaken van Urgenda of over Srebrenica laten zien. In plaats van de burger die de wet overtreedt en gewetensvol de consequenties afwacht die de rechter daaraan gaat verbinden, is het nu de overheid die door gewetensvolle burgers als wetsovertreder wordt aangemerkt: burgerlijke ongehoorzaamheid 2.0 in optima forma.

Tegelijkertijd hebben we de opmars van het neoliberalisme meegemaakt, een radicale ideologie die enerzijds aansluit bij klassieke liberale waarden als vrijheid en individuele rechten, maar anderzijds insisteert dat de overheid zich in dienst moet stellen van de markt. Daarmee geeft zij verdere inspiratie aan burgers om zich nog minder gelegen te laten liggen aan de overheid. Immers, bijna alles wat de overheid doet, kan de markt beter. Of weet de individuele burger beter. Het neoliberalisme betekent zo een verdere intensivering en radicalisering van de tegendemocratie.

De overheid niet meer gezag dan noodzakelijk

De coronacrisis laat ons nu kennismaken met burgerlijke ongehoorzaamheid 3.0. De overheid moet maatregelen nemen, ongekend ingrijpende maatregelen zelfs, maar tegelijk is duidelijk dat zij dit moet doen op basis van gebrekkige kennis. Zoals Rutte zei: 100 procent van de besluiten, met 50 procent van de kennis. Niet vreemd, want corona is nieuw en niemand ter wereld heeft wel die kennis en dat inzicht. Dat is echter moeilijk te aanvaarden voor moderne mensen die er sowieso aan gewend zijn dat alles met politiek ‘beleid’ kan en moet worden opgelost. En voor de assertieve burger in een neoliberale cultuur van tegendemocratie vormt het onvermijdelijk moeizame opereren van de overheid in de coronacrisis de ultieme bevestiging dat aan de overheid geen greintje meer gezag moet worden toegekend dan strikt onvermijdelijk.

Zodoende zien we een leger commentatoren en columnisten in de media optreden met steeds een variant op hetzelfde refrein: al weet ik ook niet precies hoe het zit, ik wil wel nadrukkelijk even melden dat ik zeker niet zomaar meega in wat de overheid – of het RIVM – zegt of doet. Als ultieme geëmancipeerde burger identificeren zij zich hier met de ultieme neoliberale mens. Er is nagenoeg onbeperkte ruimte om scherpe kritiek te leveren op de overheid, en tegelijkertijd zichzelf neer te zetten als nuchter denkend en onafhankelijk individu. Bij corona is een liberale democratische overheid altijd te vroeg of te laat met optreden en nooit duidelijk of consistent genoeg. Kortom: alles wat de assertieve neoliberaal altijd al had willen zeggen, maar nooit helemaal expliciet te berde kon brengen.

Als de overheid of de GGD je belt, neem je gewoon je telefoon niet meer op

Waarom zouden we dus überhaupt nog moeten aannemen dat wat de overheid zegt, gezag heeft? Ik denk zelf: omdat een degelijke, dat wil zeggen democratische en rechtsstatelijke overheid, aanspraak kan, mag en moet maken om het algemeen belang te vertegenwoordigen. En in die zin het beter te weten dan de burger. In het assertieve neoliberalisme echter geldt de opvatting van regering of overheid als niet meer dan ‘ook maar een mening’. En er is dus ook niet echt meer een grond om prima facie aan de overheid te gehoorzamen. In de krant zien we dit terug in de toon van de columnist, en op straat in de laksheid van de moderne burger in de coronazomer. We zijn niet alleen ‘helemaal klaar’ met de corona, maar eigenlijk ook met het gezag van de overheid. Te streng, te toegeeflijk – hoe dan ook faalt het. Nooit is het simpeler en voor de hand liggender geweest om burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Tegelijkertijd was het ook nooit evidenter hoe problematisch dit kan zijn en hoe kortzichtig het is om problemen vooral te zien in termen van ‘hoe moe we worden van de overheid’.

De premier als influencer

Boeiend is hoe dit zijn reflectie vindt in de presentatie van de minister-president, aan wie vaak neoliberale politiek wordt verweten maar die zichzelf nooit als neoliberaal heeft beschouwd. Rutte lijkt mij oprecht onthutst over de laksheid waarmee mensen nu omgaan met coronapreventie. Aan hem is het onbegrip af te lezen hoe burgers die zo geëmancipeerd en mondig zijn, en dus zouden moeten kunnen begrijpen hoezeer de huidige problemen noden tot meedenken en tot coöperatief burgerschap, zich toch zo onverschillig en zelfs vijandig kunnen opstellen.

Rutte heeft een bijzondere informele en non-autoritaire politieke stijl, die mede gebaseerd lijkt op de overtuiging dat burgers die zich verzetten tegen de overheid ergens nog in toom worden gehouden door een herinnering aan een soort vanzelfsprekend gezag dat aan de overheid toekomt. We zijn inmiddels echter aanbeland bij burgerlijke ongehoorzaamheid 3.0, waarin het stoer is geworden om te laten zien dat je de overheid – of eigenlijk wie dan ook – niet eens prima facie gezag toekent. De premier is zo niet meer dan de zoveelste influencer die in onze tijdlijn opdoemt – en dan nog een tamelijk slechte ook.

De herinnering aan eerdere versies van burgerlijke ongehoorzaamheid strekt zich niet veel verder uit dan tot de tegendemocratie en de ‘not in my backyard’; de klassieke variant van respect voor de overheid is inmiddels ver achter de horizon verdwenen. Als de overheid (of de GGD) je belt, neem je gewoon je telefoon niet meer op. Ook niet – of juist niet – als er een pandemie moet worden bestreden. Rutte kan dat maar moeilijk geloven, en ik met hem. Maar net als het coronavirus zal de burgerlijke ongehoorzaamheid 3.0 niet snel meer uit onze samenleving verdwijnen. De persoon Rutte is nog heel goed in staat het overheidsgezag te vertegenwoordigen, maar de politicus Rutte zal in het liberalisme van nu nauwelijks nog aanknopingspunten kunnen vinden om die ongehoorzaamheid een halt toe te roepen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.