Groen herstel? Nederland heeft weinig haast

Serie | De Terugkeer van de Staat Duitsland, Frankrijk en de EU investeren miljarden extra in klimaatbeleid om het economisch herstel aan te jagen. En Nederland? „Tja, we lopen in elk geval niet voorop, want we hebben nog niets extra’s gedaan.”

Beeld Getty/Nationaal Archief, bewerking NRC

Ultramoderne fabrieken zonder CO2-uitstoot, aangesloten op een splinternieuw waterstofnetwerk. Steden die vol staan met laadpalen. Hogesnelheidstreinen van de nieuwste generatie die door het landschap zoeven. Dit groene hightech toekomstvisioen doemt op als je het economisch herstelplan van 130 miljard euro voor 2020-2021 leest dat de Duitse regeringspartijen in juni overeenkwamen.

Ruim een kwart van de 130 miljard euro aan investeringen gaat naar klimaatbeleid. Duitsland moet de „toeleverancier van de wereld” worden in waterstoftechniek. De productiecapaciteit van waterstof, volledig gevoed door duurzame energie, moet in tien jaar 5 gigawatt bedragen en die hoeveelheid moet uiterlijk 2040 verdubbeld zijn. Om een idee te geven van zo’n vermogen van 10 gigawatt: daarvoor heb je nu twintig gasgestookte elektriciteitscentrales van een gemiddelde omvang nodig. Aan deze waterstofambities wordt 7 miljard euro besteed. Verder gaat 2 miljard naar het energiezuinig maken van gebouwen, de subsidie voor aankoop van een elektrische auto gaat van 3.000 naar 6.000 euro en spoorbedrijf Deutsche Bahn krijgt als klimaatvriendelijk vervoerder een kapitaalinjectie van 5 miljard euro.

Frankrijk wil niet achterblijven met zijn economisch herstelplan dat deze week werd gepresenteerd. Van de 100 miljard euro die de Franse overheid investeert, gaat 30 miljard naar klimaatbeleid. 7 miljard gaat bijvoorbeeld naar de verduurzaming van woningen, kantoren en overheidsgebouwen. ‘Slechts’ 2 miljard is gereserveerd voor de ontwikkeling van een waterstofnetwerk, wat in de Franse pers de vraag opwerpt of Frankrijk niet achterop raakt bij Duitsland.

Ook elders in Europa wint ‘groen herstel’ terrein. Nu de ergste fase van de pandemie achter de rug lijkt, verschuiven overheden hun aandacht van acute noodsteun aan bedrijven en werknemers naar investeringen om de economische groei aan te jagen. Met miljarden euro’s aan stimuleringsgeld, zo hoor je nu vaak, kan tegelijkertijd sneller die ándere grote crisis worden aangepakt, die van de opwarming van de aarde. Het Verenigd Koninkrijk wil omgerekend 3,7 miljard euro steken in de verduurzaming van huizen en zo tegelijk tienduizenden groene banen creëren. Uit het herstelfonds van de Europese Unie van 750 miljard euro moet een kwart naar klimaatbeleid gaan.

Reeks groene adviezen

En Nederland? Het economisch herstel zal, na de ongekende huidige recessie, de komende maanden ongetwijfeld voorop staan in Den Haag. Maar of het herstelbeleid groen wordt, valt nog te bezien. Naar verwachting presenteert het kabinet nog voor Prinsjesdag (15 september) zijn investeringsfonds of groeifonds, met daarin waarschijnlijk 20 miljard euro die de komende vijf jaar moet worden besteed. Op Prinsjesdag volgt de begroting voor volgend jaar. En, niet onbelangrijk, na de verkiezingen van maart volgend jaar wordt een nieuw regeerakkoord geschreven.

Lees ook: Directeur DNB: ‘Corona is een meteoriet, klimaatverandering een botsing tussen planeten’

Een reeks instanties drong de voorbije maanden aan op een klimaatvriendelijk herstelbeleid. De ‘Denktank coronacrisis’, voorgezeten door SER-voorzitter Mariëtte Hamer, pleitte in mei voor een „intelligent herstelbeleid” dat zich richt op „brede welvaart”, waaronder „het realiseren van milieu- en klimaatdoelstellingen”. De Nederlandsche Bank (DNB) stelde in dezelfde maand dat de coronacrisis een „uitgelezen kans” biedt om „de transitie naar een klimaatneutrale economie te versnellen en te combineren met economisch duurzaam herstel”. DNB deed concrete suggesties: haal geplande klimaatinvesteringen naar voren en maak meer haast met het „beprijzen” van CO2-uitstoot, nu de energieprijzen relatief laag zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur stelden in juni eveneens voor om investeringen te versnellen, onder meer in de verduurzaming van woningen, waarbij deze raad benadrukte dat ook de burger moet profiteren van het groene herstel.

Het blijft vooralsnog bij een stapel adviezen. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) schreef de Tweede Kamer in april in Europees verband in te zetten op de „green recovery”. Twee maanden later nam de minister een aantal maatregelen om groene projecten niet stuk te laten lopen, zoals de verlenging van subsidietermijnen. Ook heeft hij vóór de zomer een ambtelijke werkgroep ingesteld die gaat bekijken welke impact de plannen van Europees Commissaris Frans Timmermans, de Green Deal, hebben op het nationale klimaatbeleid.

Stilte in Den Haag

Vervolgens bleef het stil. „Of we als Nederland internationaal niet achterop lopen in extra groen beleid? Tja, we lopen in elk geval niet voorop, want we hebben nog niets extra’s gedaan”, zegt Ed Nijpels, die de uitvoering van het klimaatakkoord bewaakt.

Op snelle besluiten rond groen herstel rekent de voormalige milieuminister (VVD) niet. „Op de laatste dag van oktober krijgen we als gevolg van de Klimaatwet via verschillende rapporten een tussenstand van het klimaatbeleid. Die leiden zonder twijfel tot een debat waarin ook over extra geld wordt gesproken. En ik ga er zonder meer van uit dat een fors deel uit het toekomstige groeifonds naar het klimaatbeleid gaat.”

Waterstof is de ‘love baby’ van de energietransitie

Als mogelijke doelen noemt Nijpels „een aanvalsplan” rond waterstof als eerste. Waterstof kan als energiedrager niet alleen een rol spelen bij de grootschalige opslag van stroom, maar ook als brandstof in transport of industrie. „Waterstof is de love baby van de energietransitie, maar het kind schreeuwt om gerichte aandacht”, zegt Nijpels.

Verder noemt hij extra investeringen rond de verduurzaming van woningen en een vorm van rekeningrijden als prioriteiten. „We hebben nog nooit zo’n breed front gehad van organisaties die opkomen voor de automobilist en die beprijzing van kilometers het meest rechtvaardig vinden.”

Voorzitter Jan Jaap de Graeff van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, een adviesorgaan van het kabinet, houdt naar eigen zeggen goed in de gaten in welke mate groen herstel onderdeel wordt van het investeringsfonds, in Den Haag ook wel ‘Wopke-Wiebesfonds’ genoemd. „We zouden teleurgesteld zijn als daar niets van terecht zou komen, ik kan me dat bijna niet voorstellen.”

Ook de directeur van het PBL, Hans Mommaas, staat op scherp in de aanloop naar Prinsjesdag. „Het wordt spannend: willen we alleen maar terug naar de oude economie, of krijgen toekomstige uitdagingen ook een plek?” Nederland komt volgens Mommaas „wat traag op gang”, verwijzend naar de groene herstelplannen van Duitsland, Frankrijk, het VK en de EU.

Maar waar zou een publieke groene investeringsgolf in Nederland precies heen moeten? Wie zijn oor te luisteren legt bij Haagse adviesclubs en bij het bedrijfsleven, hoort meerdere suggesties.

Woningen en waterstof

Die keuze is „aan de politiek, niet aan ons”, zegt Mommaas van PBL voorzichtig. Maar als hij „door zijn oogharen” kijkt, ziet hij „evidente kandidaten”. Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en de bouw van duurzame woningen bijvoorbeeld. Daar help je ook de werkgelegenheid mee, zegt hij. „Bij de vorige crisis kreeg de bouw een forse klap. Nu kun je dat voor zijn.” Voor huishoudens zelf is verduurzaming pas op de (zeer) lange termijn rendabel. Verduurzaming van je huis verdien je als eigenaar niet in 30 jaar terug, zo bleek onlangs uit onderzoek van het PBL.

Ook hoofdeconoom Steven Fries van Shell noemt als eerste de noodzaak om „in groene gebouwen” te investeren. Volgens de Brit, die woensdag tijdens een seminar van de Brusselse denktank Bruegel sprak, krijgen veel gebouwen als gevolg van de pandemie een andere functie, omdat corona onze manier van werken, leven en winkelen verandert. „De pandemie zorgt voor een versnelling van de digitalisering [...] en het is van vitaal belang dat die gebouwen een nieuwe bestemming krijgen en groen worden.”

Energie-infrastructuur klinkt eveneens vaak als terrein dat (veel) extra geld kan gebruiken. Steek meer geld in de verzwaring van stroomnetwerken, zegt Fries – iets wat in Nederland overigens al op grote schaal gebeurt. Die verzwaring moet onder meer inspelen op de snel toenemende productie van elektrische auto’s. Mommaas van PBL vindt versteviging van energienetwerken een kerntaak van de overheid. „Bedrijven kunnen zelf investeren in hun duurzame energievoorziening, maar het is aan de overheid om elektriciteitsnetten te versterken en om pijpleidingen die nu nog worden gebruikt voor fossiele energie, geschikt te maken voor waterstof of biogas.”

Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW, ziet in het groene herstelbeleid graag „concrete projecten” die Nederland „echt op voorsprong kunnen zetten”. Hij noemt eveneens waterstof, het thema dat zo prominent figureert in de Duitse en Franse plannen. In de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie, zegt hij, zal groene stroom niet genoeg zijn. „Daar kan een bedrijf als Tata niet op draaien. Waterstof wordt voor de zware industrie heel belangrijk.”

Volgens De Boer zijn meerdere locaties in Nederland geschikt voor de productie en distributie daarvan, zoals Eemshaven, Rijnmond en IJmuiden. Maar de waterstof moet vervolgens ook naar andere delen van Nederland kunnen komen. „Ik hoor van mijn leden dat ze daar niet gerust op zijn: de infrastructuur is er niet. We zijn in Nederland gezegend met een sterk aardgasnetwerk, maar dat moet voor waterstof wel worden aangepast.”

De Boer heeft nog een suggestie: vervroegen van investeringen in het openbaar vervoer, zoals Duitsland en Frankrijk ook doen. De VNO-voorman, die later deze maand afscheid neemt, noemt het doortrekken van de Noord-Zuid-lijn naar Schiphol en verder, plus versterking van het lightrail-netwerk in de zuidelijke Randstad. Ook de Lelylijn, de spoorlijn van Lelystad via Heerenveen naar Groningen, moet er wat hem betreft komen. „Een snellere verbinding tussen de Randstad en het noorden is een manier om het land veel efficiënter in te richten. Als je in anderhalf uur van Groningen in Amsterdam kunt komen, ontlast je de overspannen woningmarkt in het westen.”

Lees ook: Een ‘groen herstel’ na corona kent veel valkuilen

Heffing voor bedrijven

Nederland kan in de klimaattransitie beter „enthousiasme” tonen en „laten zien wat we voor elkaar kunnen boksen” dan alleen maar praten over „afstraffing en beprijzing”, stelt De Boer. Maar als de overheid meer gaat investeren in het klimaat, moeten bedrijven dan niet óók meer doen, bijvoorbeeld een CO2-heffing betalen? DNB bijvoorbeeld meent dat beprijzen van CO2-uitstoot „economisch gezien het meest effectieve middel” is om de uitstoot terug te dringen, en daarmee „de meest effectieve maatregel voor een groen herstel”. De door minister Wiebes geplande CO2-heffing voor de industrie, die vanaf 2021 een feit moet zijn, vindt DNB onvoldoende, omdat andere vervuilende sectoren, zoals landbouw, transport en de bouw, worden ontzien.

De Boer ziet dat anders en verzet zich tegen iedere vorm van CO2-heffing die enkel in Nederland geldt, inclusief de al door Wiebes geplande heffing. VNO is voorstander van beprijzing van uitstoot, maar alleen in Europees verband. „Europa heeft het volume om echt impact te hebben. Doe je het alleen in Nederland, dan trekken bedrijven weg naar elders.”

Met verscherping van de geplande CO2-heffing zoals DNB dat wenst, zal dit kabinet zeker niet komen. Integendeel. Wiebes kondigde in mei aan dat met de heffing, gezien de coronacrisis, juist voorzichtiger wordt begonnen dan aanvankelijk de bedoeling was. Daardoor leidt, volgens de minister „de heffing de eerste jaren tot nagenoeg geen lastenverzwaring voor het bedrijfsleven.”