Schuldige Geert Wilders krijgt geen straf want hij betaalt ‘al jaren een hoge prijs’

Rechtszaak PVV-leider Geert Wilders is door het Haagse gerechtshof schuldig bevonden aan groepsbelediging wegens het in diskrediet brengen van de hele Marokkaanse gemeenschap.

PVV-leider Geert Wilders houdt een persconferentie na de uitspraak in zijn rechtszaak.
PVV-leider Geert Wilders houdt een persconferentie na de uitspraak in zijn rechtszaak. Foto PIROSCHKA VAN DE WOUW

Een paar uur voor de uitspraak van het Haagse gerechtshof richt verdachte Geert Wilders zich via Twitter tot zijn 819.500 volgers. Om het mondiale belang van het moment te onderstrepen, doet de PVV-leider dit in het Engels. Deze vrijdag 4 september 2020 zal duidelijk worden of Nederland nog een onafhankelijke rechterlijke macht heeft of dat het verworden is tot „a corrupt banana-republic”. Een land waar de oppositieleider in een politiek proces te grazen wordt genomen.

Vanaf half twee luistert het Tweede Kamerlid, de armen roerloos voor de borst gevouwen, naar het antwoord van Jan Maarten Reinking, de voorzitter van het Haagse gerechtshof. Na een half uur durende, spannende samenvatting van het arrest zegt de rechter dat de verdachte wordt veroordeeld voor groepsbelediging van Marokkanen. Wilders heeft „de Marokkaanse gemeenschap in Nederland in haar geheel in diskrediet gebracht en in haar eigenwaarde aangetast”, aldus het hof. Dat deed de politicus door op 19 maart 2014 „in een door hemzelf en partijmedewerkers voorbereide speech” via retorische vragen bij zijn aanhang te informeren of ze „minder Marokkanen” willen. Het publiek reageerde met „minder, minder”, waarna Wilders zei, „nah dan gaan we dat regelen”.

Wilders hield zijn betoog weliswaar „in een politieke context” – namelijk de avond na gemeenteraadsverkiezingen – maar dat „ontslaat de verdachte niet van zijn bijzondere verantwoordelijkheid als politicus om uitlatingen te vermijden die voeding kunnen geven aan intolerantie en die het respect voor de gelijkwaardigheid van anderen als het fundament van een democratische en pluralistische samenleving ondergraven”. Dat geldt temeer „als de uitlating, zoals hier, voeding geeft aan de negatieve beeldvorming ten aanzien van een bevolkingsgroep die binnen de Nederlandse samenleving een minderheid vormt”.

Lees ook:Het verslag van de eerste inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen Wilders in 2016

Het gerechtshof spreekt Wilders vrij van de beschuldiging dat hij ook zou hebben aangezet tot haat en discriminatie. Wilders was met zijn uitspraak weliswaar „uit op politiek gewin” maar niet blijkt dat hij de opzet had „zijn publiek aan te sporen, op te roepen of te stimuleren tot haat en/of discriminatie van Marokkanen”. De Haagse rechtbank, die Wilders in 2016 eveneens veroordeelde, achtte Wilders wel schuldig aan het aanzetten tot discriminatie.

Geen politiek opzetje

Het hof gaat uitgebreid in op de beschuldigingen van Wilders dat hij slachtoffer is van een politiek opzetje. Zijn vervolging zou het resultaat zijn van politiek-ambtelijke interventie. Uit de interne e-mails van ambtenaren en andere stukken die advocaat Geert-Jan Knoops aan het hof deed toekomen is volgens de rechters „niet aannemelijk geworden dat (structurele) politiek-ambtelijke beïnvloeding van het strafproces tegen de verdachte heeft plaatsgevonden”. Van persoonlijke bemoeienis van de minister van justitie was geen sprake. Uit alles blijkt volgens het hof dat de Haagse officier van justitie Wouter Bos in 2014 eigenstandig besloot tot vervolging van Wilders.

Dat er contacten waren tussen OM en het ministerie over de vervolging van een Tweede Kamerlid is volgens het hof alleszins begrijpelijk. Er bestaat immers „een informatieverplichting” van het OM „in de richting van de minister”. De minister is namelijk politiek verantwoordelijk voor het optreden van het OM.

De advocaten-generaal Birgit van Roessel en Gerard Sta wilden dat Wilders ook een boete zou krijgen van 5.000 euro. Het hof meent dat de verdachte „in beginsel” inderdaad een straf verdient. „Krenkende uitlatingen worden weliswaar tot op zekere hoogte beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting, maar de verdachte is in dit geval te ver gegaan.”

Toch wordt Wilders geen boete opgelegd. Hij is first offender en het hof „laat zwaar meewegen dat de verdachte reeds lange tijd wegens het uiten van zijn politieke standpunt wordt bedreigd. Hij betaalt zo zelf al jaren een hoge prijs voor het uitdragen van zijn mening.”

‘Bananenland’

Bij het OM overheerst tevredenheid over het arrest. Men is blij dat het hof „een grens trekt” en bepaalt dat je niet een hele bevolkingsgroep als minderwaardig mag wegzetten. Het OM is ook blij dat het hof „ondanks het rookgordijn van de verdediging” heeft gezien dat dit geen politiek proces was. Een woordvoerder zegt dat „het niet voor de hand ligt” dat het OM cassatie instelt.

Wilders reageerde na afloop kwaad. Rellende Marokkaanse jongeren blijven volgens hem onbestraft, de minister van Justitie – „de elite” – gaat volgens Wilders vrijuit als hij zijn eigen coronaregels overtreedt maar een oppositieleider „die zegt wat veel mensen denken”, moet bloeden. Daarna gaf hij antwoord op zijn eigen vraag: „Ja, Nederland is een corrupt bananenland geworden.” Wilders wil in cassatie bij de Hoge Raad.

Zijn advocaat Knoops maakte, vlak voordat hij in zijn auto stapte om naar huis te gaan, een opvallend laconieke indruk. Dat hij de strafzaak glansrijk heeft verloren, wilde de strafpleiter die Wilders ruim zes jaar intensief bijstond, niet beamen. Je kunt zo’n strafproces volgens hem niet beoordelen in termen van winst of verlies. De cassatie, die minimaal nog een jaar zal duren, laat Knoops overigens over aan zijn jongere kantoorgenoot Pepijn van der Vegt. „Ik ga de cassatie pensioen-wise niet meer zelf meemaken.”