Een plant die een foefje doet met tabaksrook

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: een bloempje dat verkleurt zodra je er tabaksrook overheen blaast.

Knautia arvensis wordt veel in wildeplantenmengsels opgenomen.
Knautia arvensis wordt veel in wildeplantenmengsels opgenomen. Foto Andrea Innocenti/Getty Images

Opeens bleek dat de natuurbeschermers ook onze wijk hadden aangedaan. Niemand had ze gezien, het konden net zo goed particulieren als werkers van de gemeente zijn geweest, maar plotseling doken er planten op die nooit eerder in onze wijk waren waargenomen. Waar vroeger hoogstens wat madeliefjes en paardenbloemen omhoog keken, stond nu opeens herik, reseda en cichorei in de wind te wiegen. Het was een hele verrassing.

Later bleek dat ons stadsdeel nog verhoudingsgewijs zuinig was behandeld. Op Zeeburgereiland en in de bermen van de sportroute langs de oude Zuiderzee kwam deze zomer een bloemenpracht tot ontwikkeling waar de ongerepte natuur nog een puntje aan kan zuigen.

Het is een nieuwe trend: het inzaaien van wildeplantenzaden. Grote bedrijven verkopen ze per mud en supermarkten bieden ze aan in zakjes. De opzet is de biodiversiteit te vergroten en vlinders, bijen, zweefvliegen en allerlei torretjes wat steun in de rug te geven. Het lijkt ook te werken.

Maar botanici, floristen, plantensociologen en andere experts zien de goedbedoelde activiteiten handenwringend aan. Zij vrezen dat de ‘spontane flora’ voorgoed wordt ondergeschoffeld. Koos Dijksterhuis beschreef het op 27 maart in deze krant. Wetenschappers vinden de zaak zeer zorgwekkend.

Wij van AW hebben er eigenlijk wel aardigheid in, zolang het binnen de grote stad gebeurt. Je komt planten tegen die je al in geen decennia had gezien.

Rook van halfzware Samson

Wat jammer genoeg nog niet in onze wijk arriveerde is het plantje dat sinds 1969 ‘beemdkroon’ heet maar dat vroeger wel honigbloem of tabaksbloempje werd genoemd: Knautia arvensis, zie de foto. Insiders noemen het gewoon knautia. Knautia wordt extra veel in de wildeplantenmengsels opgenomen omdat het zo aantrekkelijk is voor insecten en ook omdat het er zo prettig uitziet. Van zichzelf groeide het vooral in de duinen en in Zuid-Limburg.

Knautia kent een foefje dat al eeuwen geleden werd beschreven maar dat tot op heden nooit een goede duiding kreeg. Blaas je tabaksrook over de rozelila bloempjes dan verkleuren die naar heldergroen. Het kan snel gaan of twee minuten duren, maar ze doen het. Of beter gezegd: ze deden het want de laatste jaren lukt het niet meer. De chef AW wilde er onlangs in Limburg nog eens aardig mee voor de dag komen, hij blies rook van halfzware Samson over de bloempjes, maar ze gaven geen sjoege. Een bevriende visserijbioloog in het rivierengebied die zijn kweekknautia op verzoek in de rook van pijptabak zette zag ook niets bijzonders meer gebeuren. Vijfentwintig jaar geleden kon een tuiltje kweekknautia, zojuist aan een kraamvrouw overhandigd, nog met één ademstoot worden ontkleurd. Met rook van een Balmoral-corona. Wat er sindsdien veranderde weet niemand.

Het knautia-effect blijkt een Britse ontdekking. De oudste bron die Google Books vond is een Engelse flora van 1800. De plant wordt er Scabiosa arvensis genoemd maar de illustratie laat duidelijk knautia zien. These flowers, held over the smoke of a pipe of tobacco, in a few minutes become of a most beautiful green, from the alkaline nature of the smoke, schrijft James Edward Smith. Het woord ‘alkaline’ (alkalisch of basisch) stond ook toen al tegenover zuur en je staat ervan te kijken dat ze in 1800 al wisten dat rook alkalisch was. Latere analyses hebben aangetoond dat dat van het hoge ammoniakgehalte komt. Of het de ammoniak zelf is die de kleur verandert, of de pH-verhoging die ze teweeg brengt, is onduidelijk. Het lila in de knautiakroonbladjes komt van pigmenten uit de groep van anthocyaninen en die zijn notoir gevoelig voor pH-verandering. Maar meestal slaat lila om in helder blauw als de pH stijgt. Niet in groen.

In luchtpijp en longen

Smith noemt nog een belangrijk detail: hij hield de bloemen in de rook die uit de kop van de pijp omhoog steeg. In modern jargon heet dat de sidestream smoke, niet te verwarren met de mainstream smoke die achter uit pijp of sigaret stroomt. Voorrook en achterrook. In de achterrook zit veel minder ammoniak dan in de voorrook. Heel weinig zit er in de rook die de roker na inhalatie uitblaast: de meeste ammoniak blijft in luchtpijp en longen achter. Het is zaak hiermee rekening te houden.

Toch lukte het de bioloog in het rivierengebied niet om de kweekknautia te laten omslaan. Vroeger was dat een koud kunstje. Zo ontstond het gevoel dat misschien de tabaksrook was veranderd, dat die minder ammoniak bevatte dan voorheen. Niet ondenkbaar want tabaksrook blijkt niet per definitie alkalisch, de literatuur kent ook zwakzure rook die heel weinig ammoniak bevat. Tabaksfabrikanten weten dat rook met veel ammoniak niet prettig inhaleert. Je krijgt er ook een rauwe keel van. Produceert moderne tabak minder ammoniak?

Wat lag meer voor de hand dan te onderzoeken hoe pure ammoniak op knautia inwerkt? Met moderne communicatiemiddelen is de suggestie overgebracht naar het rivierengebied en al binnen een uur seinde mevrouw C. van D. uit D. terug: ja, boven een fles ammonia worden de bloemen overtuigend groen. Twee uur later kwam er een dépêche achteraan: het proces is reversibel, nu zijn ze weer lila. Hier moet de lezer het voorlopig even mee doen. Er gloort een mooie hypothese maar er is ook een vraag. Waren of zijn er niet veel meer bloemen die op tabaksrook reageren?