Barometer van de maakindustrie nog net boven nul

Industrie VDL, ruim 15.000 werknemers, krabbelt traag op uit de coronacrisis bij een fors omzetverlies. „Over een paar maanden weten we meer.”

De omzet van autofabriek Nedcar in Born halveerde van 1,6 miljard euro in de eerste helft van 2019 naar 0,9 miljard euro in het afgelopen half jaar.
De omzet van autofabriek Nedcar in Born halveerde van 1,6 miljard euro in de eerste helft van 2019 naar 0,9 miljard euro in het afgelopen half jaar. Foto Jasper Juinen/Bloomberg

Familiebedrijf VDL wordt wel de barometer van de Nederlandse maakindustrie genoemd. Dat bedrijf, dat onder meer auto’s, bussen en onderdelen voor machines fabriceert, belandde door de coronacrisis in een lagedrukgebied dat nog altijd niet is overgetrokken.

Het lukte de VDL Groep, dat 104 fabrieken bezit waar ruim 15.000 mensen werken, om in het afgelopen half jaar toch nog 25 miljoen euro winst te maken. De omzet van het bedrijf nam echter met 32 procent af tot 2 miljard euro. Op het hoofdkantoor in Eindhoven schetste bestuursvoorzitter Willem van der Leegte, die vrijdag de halfjaarcijfers bekendmaakte, hoe het bedrijf langzaam maar niet volledig opkrabbelt. In de eerste maanden van de coronacrisis halveerde de omzet, voor het laatste kwartaal van 2020 wordt nog altijd 10 à 15 procent omzetverlies verwacht. Over volledig herstel in 2021 durfde de topman nog geen uitspraak te doen. „Over een paar maanden weten we meer.”

Dat het door de coronacrisis niet goed ging bij VDL, is geen nieuws. Autofabriek Nedcar in Born, met vijfduizend werknemers, lag zes weken stil. De omzet halveerde daar van 1,6 miljard euro in het eerste halfjaar van 2019 naar 0,9 miljard euro in het afgelopen half jaar. En ook bij de bussen, tweeduizend werknemers, werd nauwelijks iets gefabriceerd. Het was een optelsom van uitgevallen vraag, zieke fabriekswerknemers en problemen bij de toelevering van onderdelen.

Veruit de meeste werknemers van VDL, zo’n 13.000, werken in Nederland. Uit de eerste NOW-regeling, waarmee de overheid aan het begin van de coronacrisis salarissen van werknemers betaalde, was VDL een van de grootste ontvangers: het kreeg 50 miljoen euro steun. Dat het bedrijf in het eerste half jaar van 2020 toch nog winst maakte, is vooral te danken aan de gestegen omzet (8 procent ten opzichte van een jaar eerder) in de divisie die onderdelen van metaal en kunststof maakt.

Licht herstel

De Nederlandse industrie als geheel kruipt uit het dal, bleek eerder deze week. In augustus groeide de industriële bedrijvigheid voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis, maakte de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagers (Nevi) dinsdag bekend. Ook de export groeide in augustus, nu de industriële productie in Duitsland weer toeneemt. Het Centraal Planbureau meldde in augustus al dat het voor 2021 voor de hele economie een licht herstel verwacht.

En VDL? Van der Leegte vatte de situatie simpel samen: „Er is bij VDL een groot verschil tussen wat op wielen rijdt, en wat niet op wielen rijdt.”

Wielloos zijn bijvoorbeeld de machines en machine-onderdelen die VDL maakt. De vraag daarnaar vanuit de voedselindustrie „loopt redelijk door”; in de medische en halfgeleiderindustrie zijn de vooruitzichten „heel positief”. Dat geldt ook voor de VDL-fabrieken die zaken voor infrastructuur maken, zoals zend- en hoogspanningsmasten. „We zijn de grootste mastenbouwer van Nederland.”

Mét wielen, dat is bij VDL met name Nedcar in Born. De Limburgse autofabriek die VDL in 2012 overnam, is de grootste fabriek van het hele concern. Nedcar bouwt op contractbasis modellen van andere fabrikanten, momenteel drie typen BMW’s: twee Mini’s en de compacte suv X1.

Voor de langere termijn ziet het er niet goed uit. BMW zette een streep door het kersverse langetermijncontract voor de X1, schreef dagblad De Limburger in juni. Nedcar zou nog de komende tien jaar de X1 maken. BMW heeft dat contract dit voorjaar opengebroken, slechts een half jaar nadat het gesloten was, erkende Van der Leegte vrijdag. „Ze zeggen: we hebben onze handtekening gezet, maar het gaat toch niet door.” BMW kampt met de typische problemen van de Europese auto-industrie: een teruglopende vraag naar auto’s, grote investeringen voor elektrische modellen.

Het betekent dat Nedcar alleen nog „tot 2024” contracten heeft voor de bouw van auto’s, want ook het productiecontract voor de Mini’s loopt dan af. Volgens topman Van der Leegte van VDL is de samenwerking nog steeds „hartstikke goed”. Hij is „in gesprek” met BMW over alternatieve werkzaamheden voor de fabriek, terwijl het bedrijf ook met andere autobouwers onderhandelt.

En ja, dat kunnen ook Chinese zijn. Heikel puntje, want nog in december uitte zijn vader Wim, die eigenaar en commissaris is van VDL, kritiek op Nederlandse aanbestedingen voor ov-bussen. Overheden waren volgens hem onvoldoende kritisch op staatssteun aan de twee Chinese fabrikanten die de aanbestedingen wonnen.

Niks tegen China

Vrijdag zei bestuursvoorzitter Willem van der Leegte dat hij „niks tegen China” heeft. De kritiek was vooral een „oproep aan overheden”. Nedcar zou dus best voor een Chinese partij kunnen werken, zei hij. „De Chinezen komen al naar ons toe.”

Voor de busdivisie van VDL, die zowel bussen voor het openbaar vervoer als touringcars maakt, lijkt de situatie nog lastiger dan voor Nedcar. Tijdens de coronacrisis boekte haast niemand nog een busvakantie, dus aanbieders van busreizen schrapten hun bestellingen voor bussen. Branchevereniging Koninklijk Nederlands Vervoer verwacht dat minstens 40 procent van de touringcarbedrijven failliet zal gaan. Van der Leegte ziet daarom voor de fabricage van touringcars „langdurig uitdagingen” in het verschiet. „De bedrijven die overblijven, kopen eerst de touringcars van failliete ondernemingen. Daarna kloppen ze pas weer bij ons aan.” VDL zegt nog één „vrij substantiële order” in de portefeuille te hebben van een Ierse opdrachtgever. „Die eindigt dit jaar, daarna is het heel dun.”

Het belangrijkst is behoud van banen

Willem van der Leegte VDL

En wat dan? In het afgelopen half jaar lukte het VDL, vooral door de NOW-steun, om bijna al zijn mensen in dienst te houden. Ook van de NOW-2 (juni tot en met september) maakt VDL volop gebruik. Eind 2019 werkten er bijna 16.000 mensen bij het concern, halverwege dit jaar waren dat er 15.320, en naar verwachting daalt dat aantal dit jaar niet meer verder. Dat werknemers vertrokken, kwam door het opzeggen van flexibele contracten en natuurlijk verloop. „De NOW is een heel goed instrument”, benadrukte Van der Leegte. Hij verwachten dat richting 2021 nog maar enkele onderdelen van VDL NOW-steun zullen krijgen.

Voor de busdivisie lijkt dat onvermijdelijk. Van der Leegte wil de busfabrieken in Valkenswaard en België open houden. „We zijn niet voornemens om een busfabriek te sluiten.” Maar hoe de toekomst er dan wel uitziet, ziet de topman nog niet helder voor zich. Zijn bussenbouwers worden deels al omgeschoold voor andere taken binnen VDL. „Maar dan hebben we nog steeds mensen over.” Over eventuele ontslagen sprak de topman zich niet uit. „Het belangrijkst is behoud van banen.”