Top Nederlandse bedrijfsleven is weer een stukje vrouwelijker

Female Board Index Meer dan de helft van de beursgenoteerde bedrijven in Nederland voldoet nu aan het vrouwenquotum dat eraan komt.

Oud-politica Laetitia Griffith (VVD) werd eind vorig jaar benoemd tot commissaris bij ABN Amro. Hoewel de staat grootaandeelhouder is van de bank, voldoet het bedrijf niet aan het toekomstige vrouwenquotum. Van de 7 commissarissen zijn er nu 2 vrouw.
Oud-politica Laetitia Griffith (VVD) werd eind vorig jaar benoemd tot commissaris bij ABN Amro. Hoewel de staat grootaandeelhouder is van de bank, voldoet het bedrijf niet aan het toekomstige vrouwenquotum. Van de 7 commissarissen zijn er nu 2 vrouw. Foto Remko de Waal/ANP

Heeft het Nederlandse bedrijfsleven zich de komst van het vrouwenquotum al aangetrokken? De wet die straks bepaalt dat beursgenoteerde bedrijven een minimum aantal vrouwelijke commissarissen moeten hebben, ligt nu ter advies bij de Raad van State. Komend jaar moet de wet ingevoerd zijn. En dat betekent dat bedrijven met te weinig vrouwelijke commissarissen vacatures moeten gaan vullen met vrouwen, om te zorgen dat hun belangrijkste toezichtsorgaan straks blijft functioneren.

De Female Board Index van Mijntje Lückerath, deze vrijdag gepubliceerd, geeft een inkijkje in de Nederlandse bestuurswereld. In de index houdt Lückerath, hoogleraar corporate governance in Tilburg, jaarlijks bij hoe de man-vrouwverhouding is in de top van beursgenoteerde bedrijven. Dit is het dertiende jaar dat Lückerath haar rapport publiceert.

En één ding blijkt daaruit overduidelijk. De top van het Nederlandse bedrijfsleven is het afgelopen decennium een stuk ‘vrouwelijker’ geworden. Met uitzondering van twee jaar stilstand is het aantal vrouwelijke commissarissen en vrouwelijke bestuurders jaarlijks toegenomen. Dit jaar steeg het aantal vrouwelijke commissarissen van 27 naar 30 procent, en het aantal vrouwelijke bestuurders van 9 naar 12 procent. In 2005, het eerste jaar waarover Lückerath cijfers verzamelde, was dat aantal een stuk lager: 3 procent van de bestuurders was toen vrouw, tegenover 6 procent van de commissarissen.

Van de 94 in Nederland beursgenoteerde bedrijven (beleggingsfondsen niet meegerekend), voldoet er nu meer dan de helft aan het vrouwenquotum dat eraan komt: 51.

Managerposities

Lückerath maakt ook elk jaar een ranglijst van de bedrijven, gerangschikt van meest naar minst diverse bestuurskamers. Van de 51 bedrijven die aan het vrouwenquotum voldoen, hebben er nog eens vijftien een bestuur dat voor ten minste een derde bestaat uit vrouwelijke bestuurders. Onder hen bedrijven als uitgeefconcern WoltersKluwer, chemieconcern DSM en brouwer Heineken. Aanvoerders van de lijst zijn dit jaar Nedap, het technologiebedrijf uit Groenlo, en verzekeraar ASR.

Dat alles betekent óók dat er 79 bedrijven zijn waar nog niet eens een derde van de bestuurders vrouw is.

Het quotum gaat alleen gelden voor de raden van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen: ten minste een derde moet straks vrouw (of man) zijn. Vorig jaar bepaalde een meerderheid van de Tweede Kamer dat het kabinet een advies van de Sociaal Economische Raad (SER) over diversiteit in het Nederlandse bedrijfsleven moet uitvoeren. De SER, waarin onder meer leden vanuit de vakbond en het bedrijfsleven zetelen, gaf in het rapport talloze adviezen om die diversiteit te vergroten. Zo zouden bedrijven een eigen streefcijfer moeten formuleren, om meer vrouwen en werknemers met een migratie-achtergrond in managersposities te krijgen – en niet alleen in de top van het bedrijfsleven. Ook onderwerpen als betere kinderopvangregelingen en flexibele werktijden kwamen in het advies aan bod.

Lees hier meer over het moment dat de Tweede Kamer voor een vrouwenquotum stemde: historische stap of slap poldercompromis?

Het meest concrete voorstel uit het SER-advies, en daardoor meest in het oogspringende, was de invoering van een wettelijk vrouwenquotum. Voldoet een bedrijf niet aan het quotum, dan moeten toekomstige benoemingen van mannen nietig worden verklaard, net zolang tot de man-vrouwverhouding wel in balans is. Op de rechtsgeldigheid van besluiten heeft het overigens geen invloed. Met andere woorden: besluiten die door een ‘niet diverse’ raad van commissarissen worden genomen, kunnen niet ineens ongeldig worden verklaard.

Als het aantal vrouwelijke bestuurders toeneemt, dan is er echt wat aan het veranderen

Mijntje Lückerath hoogleraar

Tegenstanders van het quotum vinden dat de overheid zich niet met benoemingen in de private sfeer moet bemoeien. Ook wordt de maatregel als symboolpolitiek gezien. Het aantal vrouwelijke commissarissen is gemiddeld al 30 procent, een stuk hoger dan het aantal vrouwelijke bestuurders. En juist voor die laatste komt er geen wettelijk quotum.

Bestuursfuncties krijgen over het algemeen ook meer gewicht toegekend. Want hoewel een commissariaat tegenwoordig een serieuze toezichthoudersfunctie is, worden in het bestuur de dagelijkse besluiten over de bedrijfsvoering genomen. Lückerath: „Als het aantal vrouwelijke bestuurders toeneemt, dan is er echt wat aan het veranderen.”

Maatschappelijke spotlight

Opvallend is dat de bedrijven die aan de AEX genoteerd staan, het wat betreft man-vrouwverhouding beter doen dan de bedrijven die aan kleinere beursindices staan genoteerd. Van de bestuurders van ondernemingen aan de AEX, is 18 procent vrouw. Bij de AMX (ook wel de Midkap genoemd) is dat 13 procent, bij de AscX (de Smallcap) 6 procent.

AEX-ondernemingen (zoals Heineken en DSM) zijn een stuk zichtbaarder, verklaart Lückerath het verschil. „Er is veel meer aandacht voor die bedrijven, zowel vanuit de maatschappij als van beleggers.” Vooral de aandacht van aandeelhouders heeft volgens de hoogleraar effect gesorteerd. „Bedrijven zijn toch angstig dat er op aandeelhoudersvergaderingen tegen benoemingen wordt gestemd. Of dat ze vervelende vragen krijgen van aandeelhouders over de samenstelling van hun bestuur.”

Een tweede verklaring voor het verschil tussen de AEX en kleinere beursindices is volgens Lückerath te vinden in het wettelijke streefcijfer dat tot vorig jaar gold. Daarin stond dat ‘grote ondernemingen’ zich moesten committeren aan ten minste 30 procent vrouwelijke commissarissen en bestuurders. Welke bedrijven als ‘groot’ gerekend werden, hing af van de omzet en het aantal werknemers. Een aantal beursondernemingen viel volgens Lückerath onder die werknemers- en omzetgrens en hoefde zich tot voor kort dus officieel niet met diversiteit bezig te houden.

Zeggen de percentages uit de Female Board Index nu ook iets over de diversiteit in het gehele Nederlandse bedrijfsleven? Slechts ten dele. Grote werkgevers als bijvoorbeeld HEMA en NS, toch twee ‘typisch’ Nederlandse bedrijven, zijn bijvoorbeeld niet beursgenoteerd. Hoe zij het doen op het gebied van diversiteit, is dus niet uit deze cijfers op te maken. Ook hoeven zij zich straks niet aan het quotum te houden.

Bovendien zitten er tussen de beursgenoteerde bedrijven veel internationaal opererende concerns. Zij trekken veelal commissarissen en bestuurders uit het buitenland aan. Van de vrouwelijke commissarissen komt 52 procent nu al uit het buitenland (tegenover 39 procent van de mannen), berekende Lückerath. „Dan tikken bedrijven meteen dubbele diversiteit af. Én vrouw, én uit het buitenland.”