Waar waren deze zes overlevenden van ‘Hiroshima’ op het moment van de ramp?

John Hersey was één van de eerste westerse journalisten die het totaal verwoeste Hiroshima, ‘het raster der resten’, bezocht. Hij portretteerde zes overlevenden met als allereerste vraag: waar was u op het moment dat de ‘geluidloze flits’ door de lucht sneed? Over dit boek en meer in een nieuwe aflevering van Ook verschenen.

1. Jean de la Ville de Mirmont: De zondagen van Jean Dézert

De Nederlandse vertaling van De zondagen van Jean Dézert van de toen onbekende Franse schrijver Jean de la Ville de Mirmont (1886-1914) werd in 2001 in NRC zeer enthousiast besproken. Nu is er een herdruk van die vertaling van de oorspronkelijk in 1914 verschenen korte roman die ongeveer een jaar beslaat uit het leven van Jean Dézert. De 27-jarige ambtenaar rijgt de dagen aaneen in eenzaamheid. Alleen op zondag – eigenlijk speelt alles in de roman zich af op zondagen – gaat hij op pad. Hij laat zich daarbij leiden door reclamefolders die op straat worden uitgedeeld en die hij thuis gladstrijkt, rangschikt en bewaart voor de volgende zondag. Hij gaat naar een Oosters bad ‘met massage door blinden’, waarna Dézert verzucht dat het meervoud ‘alweer zo’n eis van de hedendaagse reclame’ is als blijkt dat het om één man gaat, hij bezoekt een calorieën-tellend, vegetarisch, anti-alcoholisch restaurant waarvoor ook nu geflyerd had kunnen worden én op zondag ziet hij voor het eerst Elvire (‘Men zag dat er veel voor nodig zou zijn om haar te verbazen, maar slechts weinig om haar af te leiden.’). De beschrijving van de zondagen is droog, licht cynisch en mede dankzij de vertaling van Mirjam de Veth nog steeds een genot om te lezen. Veel zondagen waren er voor De la Ville zelf niet. Hij ging in september 1914 naar het front en overleed twee maanden later op 27-jarige leeftijd.

Jean de la Ville de Mirmont: De zondagen van Jean Dézert. Oorspronkelijke titel Les Dimanches de Jean Dézert. Vertaling en nawoord Mirjam de Veth. Oevers, 123 blz. € 15,00

2. Carmen Korn: Dochter van een nieuwe tijd

In datzelfde jaar 1914 begint Dochters van een nieuwe tijd, het eerste deel van de trilogie van de Duitse schrijver Carmen Koch over vier Hamburgse vriendinnen die na de Eerste Wereldoorlog het leven weer proberen op te pakken: de oud-buurmeisjes Käthe Laboe en Henny Godhusen die beiden vroedvrouw in een geboortekliniek zijn geworden, Lina Peters die in de Eerste Wereldoorlog haar ouders verloor en zichzelf ten doel stelt voor haar broertje Lud te zorgen, en de verveelde Ida Bunge die een zakelijk huwelijk aangaat met bankier Campmann. Maar ook twee betrokken artsen uit diezelfde geboortekliniek spelen een belangrijke rol waardoor het geheel neigt naar een historische doktersroman met de wereldoorlogen, geheimen, moeder-dochter-verhoudingen, verzet, onderduiken, kunst en heel veel liefde als ingrediënten. Vanaf 1923 wordt de stemming in Hamburg grimmiger, men vreest dat het opkomend fascisme ‘met die putsch in de Bürgerbräukeller’ nog niet voorbij is. De vriendschap blijft ook in de nieuwe wereldoorlog – al staan niet alle neuzen dezelfde kant op. In dit eerste deel is de hoofdrol absoluut voor Käthe die zowel haar ouders als haar revolutionaire man Rudi Oldefey steunt ‘want links moet nu echt in verzet komen’. Het verzet komt hen duur te staan. Dit eerste deel begint in maart 1919 en eindigt in 1949 wanneer Henny, Lina en Ida nog steeds wachten op hun vriendin Käthe, in de hoop dat ze concentratiekamp Neuengamme heeft overleefd.

Carmen Korn: Dochters van een nieuwe tijd. Oorspronkelijke titel Töchter einer neuen Zeit. Vertaling Olga Groenewoud. Signatuur, 528 blz. € 20,00

3. John Hersey: Hiroshima

Ook verscheen een gebonden nieuwe uitgave van het in 1946 geschreven Hiroshima door de Amerikaanse journalist en schrijver John Hersey (1914-1993) over zes mensen die op 6 augustus 1945 de atoombom op Hiroshima overleefden. Hersey was één van de eerste westerse journalisten die ‘het raster der resten’, de totaal verwoeste stad, bezocht en zes overlevenden portretteerde met als eerste vraag: waar was u op het moment dat de ‘geluidloze flits’ door de lucht sneed en de bom explodeerde. Honderdduizend mensen werden levend verbrand of vonden de dood onder het puin. In deze nieuwe editie ook het deel waarin Hersey veertig jaar later opnieuw op zoek gaat naar deze zes hibakusha, de ‘door explosie getroffenen’. Wanneer Japanners namelijk spraken over de mensen die de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki hadden meegemaakt, meden zij de term ‘overlevenden’ omdat die afbreuk deed aan de heilige doden. Hoe was het de slachtoffers fysiek, psychisch en economisch vergaan? Hartverscheurende verhalen van de kleermakersweduwe, de artsen, de geestelijken en het meisje van de tinsmelterij. Een (her)lezing meer dan waardig over niet alleen de hibakusha maar ook over hoe een stad uit het puin herrijst.

John Hersey: Hiroshima. De atoombom die het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidde. Oorspronkelijke titel Hiroshima. Vertaling Catalien van Paassen. Meulenhoff, 180 blz. € 20,00

4. Juli Zeh: Over mensen en paarden

Paardenliefde is een mindset, een levensinstelling, aldus de zeer succesvolle Duitse schrijver Juli Zeh in Over mensen en paarden. Vanaf het paardenmeisje dat droomde van een eigen paard tot de paardenvrouw met drie paarden die zij nu is, beschrijft Zeh zeer openhartig en ongekunsteld haar relatie met paarden. Zeh, bekend van Ons soort mensen en Nieuwjaar, verkent verschillende methodes om met paarden in contact te komen – van paardenfluisteraars tot speciale academies – en komt tot de conclusie dat men overal hetzelfde wil bereiken: ‘non verbale taalvaardigheid’. Zij ging zelf op cursus bij ‘paardencommunicatiecoach’ Tessa en leerde ‘haar ego los te laten’ en alle angst, twijfels, ambities overboord te gooien voordat ze met het paard aan de slag gaat: ‘Doe het of doe het niet. Proberen bestaat niet.’ Zeh deed het en ‘communiceert’ na vele jaren oefenen niet meer met hand of been maar alleen nog ‘geestelijk’ met haar paarden. Tussen de regels door schetst Zeh raak de wereld van paardenmensen om haar heen. Vooral meisjes en vrouwen op de manege moeten het ontgelden. Ter afsluiting geeft Zeh een verklarende woordenlijst over paardenbegrippen.

Juli Zeh: Over mensen en paarden. Oorspronkelijke titel Gebrauchsanweisung für Pferde. Vertaling Annemarie Vlaming. Ambo/Anthos, 198 blz. € 22,99

5. Agnita de Ranitz: Kom Atir kom

Ook met een giraffe kun je een band krijgen, blijkt uit de gepassioneerde historische roman over de lange reis van bijna negenhonderd kilometer die giraffe Zarafa en haar gevolg in 1827 daadwerkelijk hebben afgelegd van Marseille naar Parijs. De giraffe Zarafa was een geschenk van de gouverneur van Egypte aan de Franse Koning Karel X en was per boot van Alexandrië naar Europa gekomen. De giraffendiplomatie van toen is te vergelijken met de Chinese pandaberendiplomatie van nu. Vanaf Marseille werd om praktische redenen besloten de reis verder te voet af te leggen. Boeken en films over Zarafa waren er al maar in Kom Atir kom van de in Frankrijk woonachtige kunsthistoricus Agnita de Ranitz wordt het verhaal verteld door zowel de Soedanese dierenverzorger Atir (naar wie de giraffe knipoogt) als ook door de meereizende zoöloog Étienne Geoffroy Saint-Hilaire (1772-1844): de wetenschapper begeleidt het gezelschap om erop toe te zien dat de giraffe heelhuids bij de Koning aankomt. Daarin schuilt ook eigenbelang: de eerste giraffe in Frankrijk zou worden gehuisvest in ‘zijn’ dierentuin Jardin du Roi waarvan Saint-Hilaire ook werkelijk directeur was. De stoet trekt van stad naar stad en heeft overal veel bekijks. Vooral daar waar echt iets gebeurt zoals in Lyon op het mooie, uitgestrekte Place Louis-Le-Grand (nu: Place Bellecour) of bij het dorpje Vermenton, is het boek spectaculair. De Ranitz heeft om zich in te leven het hele traject van Marseille naar Parijs wandelend (en met de auto) afgelegd om zich een beeld te vormen van de reis van de giraffe die 21 jaar oud is geworden en in volle grandeur is te bewonderen in het Muséum d’Histoire Naturelle de la Rochelle .

Agnita de Ranitz: Kom Atir kom. De Brouwerij, 348 blz. € 20,99

6. Robert Vuijsje: Waar kom je écht vandaan?

Sinds de zomer van 2014 interviewt schrijver Robert Vuijsje elke week voor de Volkskrant een Nederlander over zijn of haar afkomst en welke rol die afkomst speelt of speelde in hun dagelijks leven. Honderd interviews zijn nu gebundeld in Maar waar kom je écht vandaan Vuijsje is vooral ‘geïnteresseerd in hoe mensen met elkaar samenleven’. De één is heel negatief over integratie en wijst op nog steeds ‘duizend procent racisme’ (oud-voetballer Dries Boussata), basisschoolleraren worden met naam en toenaam genoemd vanwege hun racistische benadering en een ander zegt zich ‘nooit gediscrimineerd te hebben gevoeld’ (schrijver Cynthia McLeod). Een algehele lijn of tendens is, oneerbiedig gezegd, niet te ontdekken – de bundeling geeft net zo’n divers beeld als de huidige samenleving. De van oorsprong Tunesische hoogleraar Antropologie van de Wetenschap Amade M’charek verwoordt het mooi: ‘Ik ben van Tunesische afkomst, ik ben Nederlander en ik voel me Amsterdammer. En ik hoor bij de universiteit en zoveel meer. Ik dacht dat ik een agnost was, maar na 9/11 werd ik weer tot moslim gemaakt. Als ik met mijn moeder over straat loop, word ik aangezien voor Marokkaans. In mijn eentje kan ik Mexicaans zijn, of Turks of Israëlisch. Wanneer ik mijn dochter ophaal, ben ik de oppas.’

Omdat de interviews aan een bepaalde lengte gebonden zullen zijn, kan Vuijsje niet doorvragen waardoor je soms het gevoel hebt dat er iets van de pijn onbenoemd blijft. Een interview als dat van Sara Berkeljon met NOS-verslaggever Gerri Eickhof op 1 augustus 2020 in Volkskrant Magazine kreeg die ruimte wel waardoor Eickhof ook voor anderen spreekt over wat discriminatie werkelijk met iemand kan doen.

Robert Vuijsje: Waar kom je écht vandaan? 100 verhalen over de Nederlandse identiteit. Lebowski, 414 blz. € 22,99