Opinie

Hoe de overheid de woningmarkt verziekte

Aylin Bilic

Heibel in de coalitie vorige week, volgens ingewijden. Wil Nederland iets terugkrijgen van de ruim 23 miljard euro aan coronagiften aan Europa, dan moeten we onze economie ingrijpend hervormen. Eis van Brussel, waarvoor we overigens zelf hard gevochten hebben. Dat zou kunnen door bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek – economiebelemmerend overheidsingrijpen vindt Brussel – verder te beperken. De VVD is daar tegen, het CDA ziet er wel wat in.

Al ben ik zelf VVD-lid en huizenbezitter, het is natuurlijk een uitstekend idee. Want onder onze ogen voltrekt zich al twee decennia een drama dat schandelijke proporties aanneemt. Het drama simpel samengevat: er zijn meer huishoudens dan huizen. Terwijl de bevolking harder groeit (onder andere door migratie) dan in 2000 voorspeld en het gemiddeld aantal personen per huishouden blijft dalen. Met ingrijpende gevolgen voor veel Nederlanders: idioot hoge huizenprijzen, starters op de arbeidsmarkt die op kamers blijven wonen, stellen die elkaar de tent uitvechten maar noodgedwongen blijven samenwonen, en – het schrijnendst – meer daklozen. Allemaal de schuld van het ‘neoliberalisme’, van doorgeschoten marktdenken, zeggen mijn linkse vrienden. „De overheid moet hard ingrijpen op de woningmarkt om mensen een betaalbaar dak boven hun hoofd te garanderen.”

Ik denk dat juist verkeerd overheidsingrijpen de woningmarkt ontwricht heeft. De schaarste aan huizen heeft namelijk alles te maken met overheidsbeleid. In theorie: als de woningmarkt volkomen vrij was, zou de prijs van een woning overeenkomen met de bouwkosten, de grondprijs en een beetje winst voor de opdrachtgever. Die prijs zou – in ieder geval buiten de stadscentra – lager liggen dan nu. Wie in zo’n totaal vrije markt geen huis kan vinden, koopt een weiland, huurt een aannemer in en bouwt een huisje.

Een zooitje zou het dan worden. Nederland zou op België gaan lijken: het platteland wordt één groot (lelijk) verstedelijkt gebied. En voor sommigen zouden de lagere huizenprijzen (en bijbehorende lagere, vrije huren) nog steeds te hoog zijn, omdat ze te weinig verdienen.

Daarom ben ik niet tegen overheidsingrijpen op de woningmarkt. De overheid moet er via ruimtelijke-ordening voor zorgen dat we in een mooi land blijven wonen en dat ook de armsten menswaardig kunnen wonen.

Maar de paradox is dat het overheidsingrijpen op de Nederlandse woningmarkt precies het tegenovergestelde heeft veroorzaakt. Neem het ruimtelijke-ordeningsbeleid. Dat hangt van modegrillen aan elkaar. In de jaren zestig en zeventig bouwden we ongezellige satellietsteden als Zoetermeer en Lelystad. In de jaren negentig kwamen de Vinex-wijken tussen en naast de grote steden. Dat kostte zo veel weidelandschap, dat veel stadsbesturen nu binnen de stadsgrenzen willen bouwen: op oude haven- en bedrijfsterreinen bijvoorbeeld. Daar worden dan vanwege ruimtegebrek vooral appartementen in woontorens gebouwd.

Maar dat is veel te weinig. En niet iedereen wil wonen in een hippe woontoren. Om de woningnood te keren, ontkomen we niet aan bouwen in weilanden, liefst in een nieuwe ‘uitleg’ om de grote steden. Het gebeurt niet, want het past niet in de heersende filosofie.

Een andere boosdoener van de ontwrichte woningmarkt is de hypotheekrenteaftrek. Die is deels verantwoordelijk voor de stijgende huizenprijzen, en heeft op onze woningmarkt slechts twee smaakjes gestimuleerd: koophuizen en sociale huur. Beide vormen hebben Nederlanders immobiel gemaakt. Want je huis verkopen omdat je aan de andere kant van het land een baan kunt krijgen, dat doen mensen niet snel. Hetzelfde geldt voor het opzeggen van een sociale huurwoning waarvoor je in sommige steden ruim tien jaar op een wachtlijst hebt gestaan.

Wat dit land nodig heeft zijn meer betaalbare koopwoningen en een grote vrijesectorhuurmarkt. De vrije huursector heeft zich nooit kunnen ontwikkelen, omdat zowel kopen als sociaal huren door overheidsmaatregelen goedkoper waren. Dat is ook een drama voor de groeiende groep mensen die én geen hypotheek krijgt én te veel verdient voor een corporatiewoning. Zij zijn de slachtoffers van een crisis die de overheid eerst veroorzaakt heeft, en nu niet wil oplossen.

Om de fouten sinds Balkenende III goed te maken, moet Den Haag komen met een deltaplan massanieuwbouw én vrijesectorhuur. Een Zesde Nota Ruimtelijke Ordening die trage gemeenten en modieuze filosofieën opzij zet, zich niets aantrekt van tijdelijke economische crises en rücksichtslos ruim honderdduizend huizen per jaar uit de grond stampt op plekken waar ze nodig zijn. Ja, dat zal ten koste gaan van weilanden met koeien in het westen van het land. Je kunt niet alles hebben.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.