Recensie

Recensie Boeken

Het verraad van een rancuneuze en opportunistische klasse intellectuelen

Hedendaags conservatisme Conservatieven hebben het moeilijk nu ze moeten laveren tussen hun vroegere opvattingen en de rechtse en linkse uitwassen van tegenwoordig.

Boris Johnson en Donald Trump op een Remain-poster in Noord-Londen, kort voor het Brexit-referendum.
Boris Johnson en Donald Trump op een Remain-poster in Noord-Londen, kort voor het Brexit-referendum. Getty

Is er nog toekomst voor de gematigde conservatief? Veel van wat zich tegenwoordig in het maatschappelijk debat op rechts aandient, lijkt reactief, aangedreven door een afkeer van de zogenaamde dominantie en onverdraagzaamheid van ‘links’ – in de media, aan de universiteit, in de kunsten, in de populaire cultuur. De Britse journalist Ed West, zelfbenoemd conservatief en adjunct-hoofdredacteur van de in ‘tegengeluid’ gespecialiseerde opiniesite Unherd, durft er rond voor uit te komen: ‘Naarmate ik ouder werd moest ik erkennen dat al mijn politieke stellingnames in wezen voortkomen uit irrationele gevoelens van ergernis over zelfgenoegzaam- en schijnheiligheid.’ Zelfs in zijn actieve steun voor Brexit, schrijft hij in Small Men on the Wrong Side of History, zijn van zelfspot doortrokken beschouwing over het conservatieve onbehagen, liet hij zich leiden door zijn hekel aan de zalvende praatjes van de Remainers – nu de teerling geworpen is, vraagt hij zich af of de opgeblazen retoriek van de Leavers eigenlijk niet haaks op zijn eigen conservatisme staat – zo radicaal hoefde het toch niet? In het referendum in 2016 stemde hij vóór Brexit, terwijl hij stiekem hoopte dat de tegenpartij zou winnen.

Dat gebrek aan overtuiging tekent de man. Small Men is bedoeld als een humoristisch portret van een sociaal onhandige rechtse man in een steeds linkser wordende wereld, die bescheiden zijn stem probeert te verheffen tegen het schrille progressieve koor met zijn intolerante gelijkheidsevangelie, dat tegengeluiden smoort in wokeness. Het traditionele liberalisme was bedoeld om felle tegenstemmen in het politieke debat in goede banen te leiden, maar het huidige liberalisme, aldus West, duwt mensen een progressief wereldbeeld door de strot. Tegenstemmen wordt het zwijgen opgelegd of worden gemarginaliseerd. Met tal van statistieken laat West zien dat het conservatieve geluid in de instituties, in de eerste plaats aan de universiteiten en in de gevestigde media, steeds verder is teruggedrongen. Hij heeft er verklaringen voor: mensen zijn sociale dieren, die zich om te overleven aanpassen aan de heersende opvattingen. Wie wil buiten de groep vallen? Ook studeren steeds meer vrouwen, die behalve progressief ook altijd veel strenger in de leer zijn dan de lads. Jongens en mannen die zich hierdoor gekleineerd voelen, wijken uit naar rechts, vaak radicaal rechts. Dat krijg je ervan. Achteloos trekt West die gedachtegang door: alles wat zich op de extreme rechterflank bevindt, lijkt hij te zien als een betreurenswaardige, maar begrijpelijke reactie op al dat dwingende linkse dogmatisme.

Masochist

Waar het boek van West zich onderscheidt van de bekende litanieën tegen de onverdraagzaamheid van (academisch) links, is dat hij eigenlijk gewoon een masochist is. Hij geniet ervan, lijkt het. Bij hem geen Spengleriaanse ondergangsfantasieën of paranoïde aanklachten tegen Soros of het cultuurmarxisme. Ook drijft hij gretig de spot met radicaalrechts gehuil, de sleetse parmantigheid waarmee ‘sneeuwvlokjes’ en verzamelaars van ‘deugpunten’ worden gehoond, of de infantiele drogredenen van rechtse Twitterfilosofen (‘Hitler was links!’).

Eigenlijk lijkt hij best wel tevreden met zijn positie als conservatieve misfit. Alle artiesten en kunstenaars die hij bewondert zijn progressief, en dat is ook logisch, want liberals – ook daar haalt hij onderzoek bij – zijn creatiever en meer open van geest dan conservatieven. West is helemaal niet zo tegen Europa, beschouwt het als winst dat je geen foute grapjes meer kunt maken over handicaps of kleur, en ondanks zijn afkeer van het gedram van activisten vindt hij het homohuwelijk eigenlijk best oké. Hij woont in een buurt in Londen waar Labour niet kan verliezen en geneert zich wanneer hij in verkiezingstijd door een buurtgenoot met Tory-folders in de pub wordt gezien.

Komisch is zijn anekdote over hoe hij als assistent van een conservatief parlementslid die Britse bevers wil ruimen zijn jeugdidool tegenover zich vindt, Brian May, de gitarist van Queen, een fervent bever-aanhanger. Dat jongeren overwegend progressief en links zijn, en dat – opnieuw onderzoek – waarschijnlijk ook zullen blijven, daar kan hij best mee leven.

Drammers

Het is bedoeling dat de lezer het allemaal aandoenlijk vindt – is het dat ook? Tussen de regels door refereert West ironisch aan de columns en commentaren die hij voor Britse conservatieve media schreef, waarin hij hyperbolisch inbeukte op de Europese Unie, de groeiende aanwezigheid van de islam, progressieve drammers, de multiculturele samenleving en de eisen van LHBT-ers. Veel daarvan, laat hij blijken, vindt hij nu best goedkope retoriek, sowieso is het allemaal maar half gemeend. Hij liet zich vooral leiden door zijn negative partisanship, negatieve partijdigheid – de neiging om ergens tegen te zijn omdat je zo’n hekel aan de voorstanders hebt.

Het is die vrijblijvende balorigheid, dat gebrek aan principes, die door de Amerikaanse historica en publiciste Anne Applebaum worden gehekeld in Twilight of Democracy. Ze citeert Boris Johnson, een studievriend van haar echtgenoot, de Poolse ex-minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski, die tijdens zijn jaren als Brusselse correspondent van The Telegraph de EU consequent belachelijk maakte in Brits-humoristische stijl, half gemeend, half om te rellen. Tot zijn eigen verbazing en genoegen, verklaarde hij achteraf, hadden die stukken een enorm effect in het VK. Ze voedden de stemming die tot Brexit leidde.

We beleven, stelt Applebaum, verwijzend naar de klassieke aanklacht van de Franse denker Julien Benda uit 1927, een nieuw verraad der klerken. Zij ziet een klasse intellectuelen, mediapersoonlijkheden en journalisten die verzuimt haar stem te verheffen tegen de aanval op de rechtsstaat, het verspreiden van nepnieuws en propaganda, meestal tegen beter weten in: uit rancune, machtswellust of opportunisme.

Oudejaarsfeestje

Haar boek begint met een feestje dat zij en haar man op de oudejaarsavond van het nieuwe millennium gaven in Polen. De meeste gasten die zich daar ophielden, afkomstig uit de VS, Engeland en Oost-Europa, beschouwden zich, net als Applebaum, als conservatief. Maar twintig jaar later ziet ze de meeste van hen niet meer – ze hebben zich bekeerd tot illiberale regimes in Rusland, Polen en Hongarije, of zijn, zoals haar goede kennis Laura Ingraham, het gezicht geworden van de propagandazenders. Applebaum probeert een aantal van hen opnieuw te ontmoeten, zonder veel succes. De Hongaarse historica die indertijd fel anticommunistisch was, is nu directeur van een groot museum en lepelt zonder een krimp te geven de voorgeschreven verdraaiingen en leugens van de regering Orbán op, Soros-samenzweringen incluis.

In die korte reportages over gefaalde vriendschappen is Applebaum op haar best; haar kortaffe stijl en licht misprijzende humor zijn een verademing vergeleken bij de met veel leukigheid bedekte leegte van Ed West. Toch kun je ook Applebaum een zekere blindheid voor haar eigen geschiedenis verwijten, zoals de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev deed in een recensie van haar boek: veel zogenaamde Koude Oorlog liberalen, waartoe Applebaum zich rekent, beleden vooral een geloof in vrijheid en democratische waarden als wapen tegen het communisme – zodra dat eenmaal verslagen was, kregen nationalisme en cultuurpolitiek weer de overhand. Hun nieuwe vijanden zijn de vijanden over wie Ed West zich half-serieus opwindt: Europa als bedreiging van de natiestaat, de gender-en LHBT ‘ideologie’, diversiteit als vervangende ‘religie’.

Ook Applebaum ziet onverdraagzame, autoritaire trekjes binnen het linkse discours, en noemt de regering Maduro in Venezuela als een voorbeeld van een hardcore links populistisch regime, maar ze rekent hard af met het door rechtse media eindeloos gepropageerde idee dat in wokeness en antiracisme het echte gevaar voor de democratie schuilt.

De politieke machthebbers op rechts waartoe zoveel van Applebaums voormalige vrienden zich hebben bekeerd, verwerpen de liberale democratie zélf, door zich tot enige spreekbuis van ‘het volk’ te verklaren. Gelukkig ziet ook Applebaum in dat wil de liberale democratie overeind blijven, zij zichzelf grondig zal moeten vernieuwen. Waarschuwen voor anti-democratische tendensen is niet genoeg.