Reportage

Het echte spektakel moet nog komen in de Tour de France

Etappe zes De hoge verwachtingen van de rit naar Mont Aigoual werden niet waargemaakt. Aleksej Loetsenko uit Kazachstan mocht de dagzege oppikken.

Het is windstil op de top van de Mont Aigoual, en de hemel is strakblauw. Het landschap van de Cevennen bochelt tot waar het oog reikt. Karbonkels van heuvels staan vol met dennenbomen, en er krioelen weggetjes uit alle windrichtingen omhoog. Vanaf een weerstation zou je met een beetje geluk een derde van Frankrijk moeten kunnen zien liggen, beweert iemand aan de finish. Een journalist eet er op zijn gemak een fruitsalade, terwijl de koers zou moeten ontbranden. Maar er gebeurt niets in de zesde etappe van de Tour de France.

Misschien dat de mythe van De Renner, het iconische boek van Tim Krabbé dat zich in deze streek afspeelt, een schaduw van verwachting over de etappe wierp, waar niet aan kon worden voldaan. Nederlandse en ook Engelstalige wielervolgers hadden wellicht op spektakel gerekend zodra de wegen en de dorpjes uit de pagina’s tot leven kwamen. Touretappe zes als saluut aan de schrijver. Maar de realiteit viel tegen, als in een slechte boekverfilming.

Onderweg naar de Mont Aigoual stond het ouderwets vol met picknickende, zwaaiende mensen. Vlaggen kleurden dorpjes met namen als Rumons, Bagard en Anduze. Fransen die deze donderdag vrij hadden gekregen of dat gewoon waren, grepen hun kans, en wachtten uren op mannen in lycra, alsof het juli was.

Een onding, steil en smal

Het peloton vertrok net na het middaguur uit Le Teil in de Ardèche, voor een rit van 191 kilometer. Het zou er rustig aan toegaan, tot die Cevennenreus zou opdoemen, een col als een trap met drie treden – van het dal naar de Col des Mourèzes, dan over de Col de la Lusette, en het laatste stuk richting het weerstation naar de top van de Mont Aigoual. Daar moest toch bijna wel iets gebeuren. Vooral op die Lusette, in het routeboek twee kilometer zwart gekleurd, zouden renners met een slechte dag minuten gaan verliezen. Want wat was dat onding steil, onregelmatig, en smal, en wat lag het asfalt er erbarmelijk bij. Duizenden Tourfans hadden het idee op de eerste rij te staan als de Tour zou ontploffen. Velen zonder mondkapje, overigens.

Zowaar kreeg een kopgroep de ruimte, meer dan vijf minuten. Het was voor het eerst deze Tour dat de etappewinnaar een opportunist was, in de persoon van Alexej Loetsenko uit Kazachstan. Eerder gaf het peloton daarvoor geen vrijbrief. Er zijn mensen die beweren dat een gevreesd voortijdig einde van de Tour door corona daaraan ten grondslag ligt. De favorieten voor de zege in Parijs zouden in die theorie bang zijn dat een toevallige renner die halverwege aan kop gaat dan als eindwinnaar wordt uitgeroepen. De verklaring kan ook liggen in de zware ritten die nog komen gaan.

In de aanloop naar de Mont Aigoual vonden de mannen van het Australische Mitchelton-Scott zichzelf terug aan kop, omdat hun best geklasseerde renner Adam Yates een dag eerder de gele trui om zijn schouders geworpen had gekregen, toen Julian Alaphilippe een tijdstraf kreeg. Hij pakte een bidon aan van een verzorger in de laatste twintig kilometer. Dat mag niet. De jury was spijkerhard.

Pas op de flanken van de Lusette verscheen Team Ineos ten tonele, onder aanvoering van Dylan van Baarle, en later Jonathan Castroviejo. Heel even leek het erop dat ze hun rivalen van Jumbo-Visma met een hoog tempo naar adem wilden laten happen, maar het kwam er niet van. De snelheid die de ploeg ontwikkelde lag niet hoog genoeg om hun tegenstanders pijn te doen.

Niet onder de indruk

Robert Gesink was er niet van onder de indruk geweest. Het parcours was volgens hem daarvoor ook niet geschikt. Vanaf de Lusette moest je nog zo’n stuk. Bovendien, zei hij: het is pas de eerste week. Nu al het geel staat garant voor gedoe. Dan moet je elke dag naar het podium. En dat kost energie. Winnen was geen doel, zei ook Tom Dumoulin. Spektakel volgt later wel, als zijn ploeg de kans schoon ziet.

Er verscheen ook een frisse Bauke Mollema op de Mont Aigoual, waar hij zesde werd. Er zaten wat zoutige plekken op zijn trui, een klodder spuug hing aan zijn baard, maar het tempo bergop had hij makkelijk aangekund. Hij vond de klim ook niet zwaar genoeg. Hij bevestigde: de magie van de Mont Aigoual bestaat alleen op papier.