Opinie

Grapperhaus heeft geen wapens meer om coronabestrijder te zijn

Kamerdebat

Commentaar

Het oordeel over de politieke toekomst van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) werd de afgelopen week vooral aan talkshowtafels en in sociale media geveld. Maar het politieke debat bleef opmerkelijk stil. Misschien omdat partijen die het Grapperhaus moeilijk kunnen maken, zoals PVV en FVD, niet allemaal zwaar tillen aan Grapperhaus’ misstap: het overtreden van de anderhalve meter afstand op zijn bruiloft. Het is goed dat Grapperhaus uiteindelijk toch verantwoording heeft moeten afleggen op de plek waar het hoort: de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

Grapperhaus had een zware, zo niet onmogelijke opdracht. Hij moest uitleg geven over foto’s van zijn bruiloft, waarop te zien is dat coronaregels aan de laars werden gelapt. Maar het debat zou niet moeten gaan over de vraag hoe diep de minister het hoofd boog, al was zijn persoonlijke emotie begrijpelijk en pijnlijk om te zien. In de kern ging het erom dat hij moest uitleggen hoe hij de geloofwaardigheid van het kabinetsbeleid in de coronacrisis kon herstellen. Politiek en staatsrechtelijk is de kwestie afgedaan. De coalitiepartijen en de SGP, samen goed voor een krappe meerderheid, stemden een motie van afkeuring weg. Maar de minister heeft de handhaving van (en publieke steun voor) het coronabeleid ernstige schade berokkend. Oprechte excuses verhelpen dat niet. Anders dan bij een huwelijksdag gaat het in de politiek om meer dan alleen beloftes. Onduidelijk bleef wat het kabinet gaat doen om vertrouwen te herwinnen.

Lees ook: Advocaten slijpen messen na de bruiloftsfoto’s en Grapperhaus’ verweer

De oppositie had het grootste gelijk om kritisch door te vragen op de nieuwe situatie. Wat moet er gebeuren met alle boetes die al zijn uitgeschreven door boa’s? Moeten die nu kwijtgescholden worden om het gevoel van rechtsongelijkheid weg te nemen? Nee, zei de minister. Daar had hij op zich gelijk in. Als morgen een kabinetslid te hard rijdt, worden ook niet meteen alle openstaande verkeersboetes versnipperd. Juist dat wekt de suggestie van klassenjustitie. Wel zegde Grapperhaus toe dat mensen die de regels niet „intentioneel” overtreden, geen strafblad krijgen. Eerder wilde hij dit niet. Zo wordt de handhaving van de coronaregels wel degelijk iets versoepeld, als direct gevolg van een privéfeest van de verantwoordelijke minister.

Premier Mark Rutte (VVD) kwam met morele argumenten. Grapperhaus werkt „dag en nacht”, is „zeer betrouwbaar” en heeft „veel gezag”. Rutte deed een beroep op de „mildheid en genade” van de Kamer. Het was een collegiaal en invoelbaar verhaal, maar irrelevant. Grapperhaus was het die begon over „aso’s” – burgers die regels met voeten treden. De anderhalve meter afstand was een regel waar „geen concessies” aan gedaan mochten worden. Hij heeft het dagelijks werk van politieagenten en boa’s een stuk lastiger gemaakt, en daarmee het kabinetsbeleid schade berokkend. Hoe moet Grapperhaus de natie nog bestraffend toespreken als het kabinet merkt dat de regels minder in acht worden genomen?

Het kabinet staat op een cruciaal punt in de coronabestrijding. Het draagvlak voor maatregelen neemt af, en de discussie polariseert tussen burgers die strengere regels en handhaving willen en burgers die regels juist onzinnig vinden. Maatregelen als de noodwet stuiten op groeiende maatschappelijk verzet. Draagvlak wordt alleen gewonnen met een betrouwbare overheid. Minister Grapperhaus had moeten inzien dat hij niet langer het nationale gezicht van de coronahandhaving kan zijn. Het had hem gesierd als hij zelf die conclusie had getrokken na het debat.